woensdag 14 februari 2018

449. Het hout aan de stranden van Polranny


Aan de West-Ierse kust bij Polranny steken op allerlei plaatsen prachtige stronken uit de bodem. Resten van bomen die jaren geleden dicht bij het strand moeten hebben gestaan en hier nu verweerd en verbleekt door zon en zout hun laatste jaren slijten. De wind heeft de vormen gezandstraald. Als je goed kijkt zie je dat dit hout het water al eens eerder in zichzelf heeft ervaren. Het water dat door elke levende boom stroomt en haar sporen daarvan achterlaat als vloeiende lijnen in nerf en schors. Zachte vrouwelijke vormen rusten in het zand. Mooi afgerond en glad gepolijst liggen ze er in een kleurig decor van stenen, schelpen en zeewier. Elke dag en nacht ondergaan ze het ritme van de zee, van de maan die het water naar zich toetrekt en vervolgens weer laat gaan. Dan komen er schelpjes mee, springbeestjes, krabbetjes, kreeften en als het hard stormt, kleine en grote ronde keien. Het strand in de baaien bij Polranny is een verademing. Rust en stilte resoneren hier met de geluiden en bewegingen die eigen zijn aan de natuur.









zaterdag 10 februari 2018

447. Bladmuziek


                                           Look zonder look (Alliaria petiolata)

                                           Spaanse aak

                                           Spaanse aak

                                      Gehoornde klaverzuring (Oxalis corniculata)

                                      Gehoornde klaverzuring  a. Nu  b. Na een minuut  c. Na een uur  d. Na een dag


                                      Japanse esdoorn (Acer palmatum)


                                      Witte waterlelie (Nymphaea alba) Boven- en onderkant van het blad.

                                        Wijnruit (Ruta graveolens) Rechts na 4 uren.

                                       St-Janskruid (Hypericum perforatum) Met roest vanwege een regendruppel.


                                      Wilde wingerd (Parthenocissus)

                                                      Blad gemaakt van knoppen van een pas gesnoeide Eik

woensdag 7 februari 2018

445. Gelijkenissen: De Witte abeel en de slak


Afbeelding links: Dit is de schors van een Witte abeel, een boom die nauw verwant is aan de populier. De schors van een jonge boom is vrij glad en licht van kleur. Als de boom wat ouder is, wordt de schors van onderaf ruwer en ontstaan er de typische ruitfiguurtjes. Dit zijn uitgegroeide lenticellen (kurkachtige poriƫn, een soort van huidmondjes) welke zorgen voor de uitwisseling van gassen, zoals o.a. zuurstof en stikstof. Allerlei boomsoorten en in het algemeen de meeste levende wezens, hebben een vergelijkbare uitwisseling van vluchtige stoffen met hun omgeving.
 

Afbeelding rechts: Deze foto is genomen vanuit een kas waarvan het glas bedekt was met algen. Slakken hebben het meeste groen al opgepeuzeld waardoor de blauwe hemel er doorheen schijnt. De gelijkvormige figuurtjes zijn ontstaan door de tongen (radulae) van slakken. Hiermee schrapen ze de algen van het glas. Zo’n radula bestaat uit fijne tandjes met “glazuur” van magnetiet, een zeer hard natuurlijk materiaal. Waarschijnlijk heeft de slak dit overgehouden van verre voorouders die nog in de zee leefden. Ieder blauw figuurtje op de foto is een hapje alg geweest.