Posts tonen met het label tamme merel. Alle posts tonen
Posts tonen met het label tamme merel. Alle posts tonen

vrijdag 3 november 2017

421. Waar zijn de merels?


Het gehele jaar heb ik in de tuin geen merels gezien of gehoord.  Dat is een vreemde en onwezenlijke gewaarwording. Sinds augustus 2016 waart er een virus in ons land rond waardoor uitgebreide sterfte optreedt bij merels, laplanduilen (in gevangenschap) en huismussen. Mogelijk, maar dat moet nog grondig onderzocht worden, zijn ook andere vogelsoorten besmet met het zogenoemde usutu-virus (USUV). Dit virus komt oorspronkelijk uit Swasiland en dook in 2001 voor het eerst op in Oostenrijk en Italië. In 2012 kreeg Duitsland te maken met een massale sterfte, er waren nauwelijks nog merels te vinden in tuinen en parken. Het virus wordt door steekmuggen overgedragen. In Europa zijn 5 menselijke patiënten bekend waarvan 3 personen met een verzwakt immuunsysteem. Ik vrees dat de meeste huisartsen in Nederland in eerste instantie geen link zullen leggen tussen bepaalde klachten zoals encephalitis en dit nieuwe virus. In Italië echter bleek na onderzoek dat 6% van de Italianen een infectie had doorgemaakt met het usutu-virus. De meeste mensen werden er niet noemenswaardig ziek van, enkele hadden neurologische klachten en/of een hersenontsteking. Bij de merels heeft het zeer ernstige gevolgen: het begint met uiterlijke  symptomen zoals: algehele malaise, evenwichtsstoornissen, spierzwakte, naar adem happen, vleugels en de kop laten hangen, waarna ze in de meeste gevallen sterven.

Dan de oorzaak. De muggen worden genoemd en de trekvogels die het naar hier brachten, en ook de klimaatverandering die de gemiddelde temperatuur doet stijgen met allerlei gevolgen van dien, een gebeurtenis die wij nauwelijks kunnen overzien. Laat ik er nog een persoonlijke noot aan toevoegen. Mensen, dieren, insecten en planten met een verzwakt weerstandsvermogen zijn altijd vatbaarder voor ziektes. Het gaat er natuurlijk om, waardóór wordt het weerstandsvermogen verzwakt? De symptomen die de merels en een klein aantal mensen vertonen zijn zo te zien neurologisch van aard. Bij mij gaat er dan meteen een belletje rinkelen en denk ik aan bijvoorbeeld: glyfosaat, het onkruidbestrijdingsmiddel dat door de WHO (Wereldgezondheidsorganisatie) als waarschijnlijk kankerverwekkend wordt beoordeeld en o.a. een belangrijk bestanddeel is van Roundup (een verdelgingsmiddel van Monsanto) en ik denk aan de neonicotinoiden (o.a. Bayer) die m.i. verantwoordelijk zijn voor de bijen-en insectensterfte en zo zijn er nog andere zeer giftige bestrijdingsmiddelen die in de landbouw worden gebruikt en welke waarschijnlijk een van de belangrijkste oorzaken zijn voor de ondergraving van het immuunsysteem in levende wezens. De aarde is er van doordrenkt, het zit overal in, in het drinkwater, in het voedsel (ook biovoedsel) Cruciaal is een ommekeer in het economisch denken en handelen. Belangrijk is vanzelfsprekend het behoud van biodiversiteit en de zorg voor kleinschalige duurzame landbouw. In principe begrijpt ieder weldenkend mens dat vergif en zuiver voedsel niet samen door een deur kunnen.
 
Bronnen:

- NRC
- Daniël Cadar:Widespread activity of multiple lineages of Usutu virus, western Europe, 2016




                                Zonnebadende merel               

                                Leucistische merel







vrijdag 2 mei 2014

406. Een tamme merel (2)

Dit is het vervolg van blog 405: “Een tamme merel (1)”.

Vanochtend kwam het merelvrouwtje bij me op bezoek, dit keer in gezelschap van haar mannetje. Met het vrouwtje heb ik intussen een vertrouwensband opgebouwd. Ze komt me roepen, vliegt op een muurtje bij het raam en kijkt van daaruit de huiskamer in waar ik achter mijn bureau zit te werken. Als ik opsta vliegt ze naar de keukendeur, want daar kom ik altijd naar buiten.

Het mannetje bleef in eerste instantie op de achtergrond, op ruim een meter afstand. Toen ik het brood in stukjes had gebroken en voor me op de grond had gelegd, begon het vrouwtje ervan te eten. Het mannetje wachtte tot zijn partner was uitgegeten, kwam vervolgens tot bij mijn voeten en at de rest van het brood op. Zomaar meteen voor de eerste keer dichtbij, zonder dat ik hem dat ooit aangeleerd heb. Ik had dit nog wel eens verwacht, maar niet in dit stadium en zonder voorbereiding.
Je zou kunnen zeggen, dat hij dit gedrag van zijn vrouwtje heeft afgekeken, maar romanticus als ik ben, hou ik het erop dat het vrouwtje dit met haar partner heeft gecommuniceerd, zoiets als: “Voor hem hoef je niet bang te zijn”. Ik zag het mannetje nu van heel dichtbij. Het is een prachtige merel, glanzend diepzwart, heel krachtig, zelfverzekerd, en redelijk jong
Deze gebeurtenis brengt me weer aan het denken over hoe intelligent dieren zijn. Tsja, wat is intelligentie? Dat kunnen wij misschien voor onze mensensoort bepalen (hoewel psychologische onderzoeken soms sterk verschillende uitkomsten geven), maar als we willen onderzoeken of dieren intelligent zijn vraag ik me af of het juist is om de mens als maatstaf te gebruiken? Vanuit dierlijk standpunt bezien zouden wij er dan weleens bekaaid vanaf kunnen komen. De mens die afhankelijk is van de aarde waarop en waarvan hij leeft, die dat weet en vervolgens toch uit pure hebzucht de bodem, het water en de lucht vervuilt. De mens die steeds opnieuw achter leiders en politici aanloopt welke liegen, bedriegen en vaak intens slecht gedrag vertonen. Religies met gelovigen die in naam van God elkaar bestrijden en afmaken, enzovoorts. Is hier nog sprake van intelligentie ?


Mijn standpunt is dat de mens een diersoort is, niet meer en niet minder. Langzaam maar zeker komen wetenschappers tot de ontdekking dat andere diersoorten kwaliteiten hebben die veel gelijkenis vertonen met die van de mens, zoals: empathisch vermogen, elkaar hulp bieden, troostgedrag, ervaren van pijn en verdriet, het bezitten van geavanceerde communicatiesystemen, het kunnen oplossen van problemen, voorgevoelens hebben, dromen, vermogen tot leren en herinneren, enzovoorts. Langzaamaan gaan de dieren meer op mensen lijken en de mensen meer op dieren. De mens kan gerust van zijn voetstuk stappen, hij is niet zo uniek als hij altijd heeft gedacht.



 

woensdag 16 april 2014

405. Een tamme merel


Bij mij in de tuin woont een merel. Nou ja, wonen? Hij vindt er in ieder geval een thuis. Als de zon opkomt en ik de gordijnen open, komt hij al aanvliegen. De merel kent mij, hij kent iedereen die hier in de buurt woont. Voor mij is hij een potentiële vriend, iemand die ik op zekere dag ontmoet en vervolgens beter wil leren kennen. Ik ben benieuwd naar zijn karakter, zijn gewoontes en gedragingen. Ook wil ik zijn taal, zijn lichaamshouding en gedrag leren begrijpen, trachten te communiceren, enzovoorts. Daartoe probeer ik stilzwijgend een verbond met hem te sluiten. Hij schenkt mij zijn nabijheid en in ruil daarvoor bied ik hem voedsel aan en een mogelijkheid om te baden. Ik moet mezelf eerst even corrigeren. Het is namelijk geen ‘hem’, maar een ‘haar’, een vrouwtjesmerel. Haar wederhelft, het mannetje, ken ik ook en hij kent mij. In deze periode van het voorjaar blijft hij nog op afstand. Straks wordt dat anders, als de jonge merels eenmaal uit het ei zijn en ze voedsel nodig hebben. Mijn ervaring is dat dan ook het mannetje al snel ‘om’ is en dichtbij komt. Waarschijnlijk dichterbij dan het vrouwtje dat van nature voorzichtig van aard is. Het vrouwtje heb ik nu zover dat ze na een opbouw- en gewenningsperiode van ruim een week, bij mij brood komt eten. Dit leer ik haar door op dag 1 wat broodkruimels op de grond te strooien als ik buiten zit te eten en vervolgens nogmaals als ik de merel weer in de tuin zie. Dit herhaal ik elke dag met veel aandacht en geduld, totdat de merel na enkele dagen weet: als ik er ben komt Piet naar buiten en brengt voedsel mee. Ik blijf op enige meters afstand staan, rustig en zonder me te bewegen. Uiteindelijk pikt de merel het brood op. Iedere dag leg ik de kruimels nu enkele centimeters verder in de richting van mij. De merel is niet gek en ziet dit allemaal goed. Ze wil graag het brood, dwingt zichzelf om haar angst te overwinnen en ontvangt hierna automatisch haar beloning. In haar merelkopje slaat ze op: even iets moeilijks doen, daarna een beloning als positieve respons. Momenteel leg ik de stukjes brood op een paar centimeter van mijn op de grond uitgestrekte hand. Daar pikt ze nu het brood op. Prachtig is het om haar van zo dichtbij te aanschouwen; de veren die mooi over elkaar gedrapeerd liggen en steeds in beweging zijn, de snorharen die naast haar snavel ontspringen, het steeds alert blijven op wat er in haar omgeving gebeurt en meer. Ik heb geprobeerd om haar uit mijn open hand te laten eten, wat ook enige keren is gelukt. Wat ik opmerkte was dat zij ontzettend bang was. Om die reden heb ik dat als mijn grens gesteld. Hier houdt de fysieke nabijheid op, een kwestie van respect voor de grens die zij zelf aangeeft. Ik vroeg me af: hoe weet de merel dat een mensenhand haar kan grijpen? Zij vertrouwt me intussen redelijk goed, maar als de hand bij het brood ook maar ietsje trilt of zij het brood zelf uit mijn hand moet pikken, is ze doodsbang. Heeft ze dat al ooit eerder meegemaakt in haar relatief kortdurende bestaan? Nee, zeer waarschijnlijk niet. Deze informatie zit in haar genen besloten, het lijken me overgedragen ervaringen van vele voorouders, de wetenschap dat een mensenhand gevaarlijk kan zijn. Iets soortgelijks is er met een raam. Als ik me achter het glas bevind durven de meeste vogels tot op een halve meter afstand te komen. Kom ik naar buiten dan worden dat al gauw enkele meters en zeker als ik beweeg. Hoe weet een merel van jongs af aan wat glas is* en dat een mens niet gevaarlijk kan worden als deze zich daarachter bevindt. Dat zijn intrigerende raadsels voor mij. Wij zijn dat zonder erg normaal gaan vinden, maar erg vanzelfsprekend en verklaarbaar is het allemaal niet. Tot zover dit verhaal over de merel, ik kom er binnenkort op terug want er valt veel over te vertellen.

*   Vogels vliegen overigens per abuis wel eens tegen glas aan omdat ze daarin de blauwe lucht weerspiegeld zien.