Een blog over de natuur, de mens en het milieu, gezond leven, kunst en cultuur, schoonheid en fotografie.
Posts tonen met het label water. Alle posts tonen
Posts tonen met het label water. Alle posts tonen
donderdag 21 maart 2013
vrijdag 16 maart 2012
maandag 6 februari 2012
donderdag 2 februari 2012
dinsdag 17 januari 2012
zondag 11 december 2011
vrijdag 9 december 2011
245. Wilson 'Snowflake' Bentley
Wilson “Snowflake” Bentley (1865 – 1931) was een Amerikaanse boerenzoon uit Jericho, Vermont, die een groot deel van zijn leven wijdde aan het fotografisch vastleggen van sneeuwvlokken. Als jongen kreeg hij met zijn verjaardag een microscoop en monteerde daar een fotocamera op. In 1885 wist hij tijdens een sneeuwstorm de eerste opname te maken. In 1924 publiceerde hij zijn beroemd geworden boek 'Snow crystals' waarin 2400 foto's van sneeuwkristallen zijn opgenomen. Zijn bijnaam werd 'Snowflake'.
Bentley hield zich ook nog bezig met het opmeten van regendruppels door middel van een pan gevuld met een laagje bloem. Van Bentley is de uitspraak afkomstig dat geen twee sneeuwvlokken gelijk zijn. Hieronder een kleine selectie:
Volgens ‘snowflake’professor Kenneth Libbrecht, verschillen zelfs bijna identieke sneeuwkristallen nog van elkaar. De groei van de kristallen hangt af van de temperatuur en de luchtdruk in de wolken. Omdat sneeuwvlokken er uren over kunnen doen om naar de aarde te dwarrelen en temperatuur en luchtdruk daarbij sterk kunnen variĆ«ren, is de variĆ«teit aan kristallen enorm. Zelfs als ze er onder de microscoop hetzelfde uitzien, verschillen ze nog op moleculair niveau, aldus Libbrecht.
Zijn nieuwste ode aan de schoonheid van sneeuw heet 'Snowflakes', een 512 pagina’s tellend boek vol met schitterende foto’s van kristallen. Hieronder een kleine selectie. Kijk ook op zijn website: http://www.its.caltech.edu/~atomic/snowcrystals/movies/movies.htm
woensdag 14 september 2011
dinsdag 13 september 2011
191. Stromingspatronen en bodemgolven in rivier en zee
De bodem van de zee of een rivier is zelden egaal, ook al kan dit soms zo lijken. De ogenschijnlijke vlakheid maakt meestal deel uit van een uitgestrekt golfpatroon met toppen en dalen. Door het stromende water van een rivier of de getijdenwerking van de zee en allerlei andere bewegingen en verplaatsingen van water, ontstaan er regelmatige golfpatronen in het zand. Grofweg zijn er drie afmetingen van bodemgolven te onderscheiden:
1. zandribbels
Ze hebben een golflengte van enkele centimeters tot meters en vertonen zich meestal op een nat strand of in waterlopen en kreekjes. Deze zandribbels 'wandelen' relatief snel, dit kun je onder je ogen zien gebeuren.
2. zandgolven
Deze hebben een golflengte van tien tot enkele honderden meters. Ze komen voor in brede riviermondingen en in de zee. Zandgolven verplaatsen zich een stuk trager, van een aantal maanden tot enkele jaren, afhankelijk van stroomsterkte, plaats en diepte.
3. zandbanken
Zandbanken kunnen in zee golflengtes van vele kilometers bereiken. Ze doen er soms vele jaren over om zich te verplaatsen. (De bodemgolven in rivieren worden soms ook wel zandbanken genoemd, dit geldt ook voor de aangeslibde binnenbochten in meanderende rivieren en beekjes.)
Het kenmerk van alle bodemgolven is dat ze een regelmatig patroon laten zien met gelijke afstanden tussen toppen en dalen. De stroming van het water veroorzaakt een transport van zand. Hierdoor verplaatsen de bodemgolven zich, waarbij ligging, vorm en patroon voortdurend veranderen.
De bodemgolven op het strand en in zee, worden vooral door de golfbeweging van het water veroorzaakt en deze weer door de getijdenwerking en de wind.Bij de bodemgolven van de rivier is voornamelijk het stromende water de drijvende en vormende kracht (hoewel ook grote schepen invloed op de vorming en migratie van zandgolven kunnen hebben).
190. Waarom beekjes en rivieren meanderen
Vanaf de hoge bergtoppen naar de lager gelegen gebieden ontstaan er door neerslag kleine stroompjes die zich organiseren tot beekjes en rivieren. Deze vloeien vanzelf naar het laagste punt en vullen uiteindelijk de zeeƫn. Aan het begin van een rivier is de typische vertakkingsstructuur zichtbaar. Deze ontstaat doordat bij de oorsprong allerlei kleine waterloopjes bij elkaar komen in grotere stromen, welke weer samenvloeien tot beekjes en uiteindelijk een rivier vormen.
De rivier meandert door het landschap. Waarom niet recht omlaag?
Dat heeft te maken met de weerstanden die de stroom tegenkomt op haar weg naar beneden. Het water kiest de weg van de minste weerstand en zal uitwijken voor objecten zoals bijvoorbeeld een boom of rots. Is de stroom eenmaal naar bijvoorbeeld rechts uitgeweken, dan zal de volgende bocht noodzakelijkerwijs naar links moeten gaan om de lijn naar beneden te kunnen blijven volgen. Op een gegeven moment is de waterstroom een grote brede rivier geworden. Soms is de bodem bepalend voor de richting en dan weer het water, welke door de zwaartekracht altijd naar het diepste punt wil. Het resultaat is een golvende of meanderende beweging. Het meanderen wordt versterkt door het aanslibben van zand en grind in de binnenbochten en het afkalven van de oevers in de buitenbochten. De bochten worden hierdoor steeds scherper en kunnen op een gegeven moment zichzelf weer tegen komen. Er kan dan een lus ontstaan en als deze doorbreekt, een eilandje in de rivier. Dit verschijnsel komt vooral voor bij smalle en diepe stromen. Bij brede ondiepe rivieren ontstaan overal zandbanken door de aanvoer van materiaal en het meanderen. Net als bij de rivierdelta’s vindt er een sterke ophoping van slib plaats die weerstanden oproepen waardoor de waterloop zich gaat vertakken. De tegenwoordige beken en rivieren zijn door de mens ingetoomd en gecultiveerd. Er bestaat een constante controle inclusief technische waterwerken, waardoor rivieren en beken zich zoveel mogelijk gedragen zoals wij het willen.
De loop van een rivier wordt voornamelijk bepaald door de oorsprong. Wat daar gebeurt is bepalend voor de rest van zijn loop. Dit geldt voor alle organische groei, voor een baby, een boompje, maar ook voor de rivier. Als er in de bovenloop van een rivier veel regen valt, of in de gebieden die de zijtakken van de rivier voeden, zal dat effect hebben op beneden. De loop van een rivier en de vorm van de delta worden in principe dus sterk bepaald door de gebeurtenissen bij de oorsprong en het verdere verloop.
Het is natuurlijk erg interessant om eens de geboorte van een rivier mee te maken. Nou, dat kan! In miniatuur is dit proces elke dag aan zee te zien tijdens het verloop van vloed naar eb. De bodem is dan verzadigd met water dat door de vloedgolven op het strand is geworpen. Als het water bij eb daalt ontstaat er op het strand een terugstroming van water. Het welt overal op en vloeit in kleine zich vertakkende stroompjes weer in grotere stromen naar de zee, precies het proces zoals hierboven al is beschreven. Als het strand echter erg vlak is met overwegend een gelijke zandkorrelgrootte en zonder obstakels zoals kiezels, schelpen en dergelijke, tja, dan doet dit verschijnsel zich waarschijnlijk niet voor en zult u op zoek moeten gaan naar een betere plek.
Zie ook blog nr. 43:
Abonneren op:
Posts (Atom)















































