Posts tonen met het label natuur en milieu. Alle posts tonen
Posts tonen met het label natuur en milieu. Alle posts tonen

vrijdag 23 februari 2018

453. Het tegelvloertje van de Ekoplaza


Het tegelvloertje van de Ekoplaza

Ik heb laatst een tegelvloertje gelegd…. in mijn maag.
Het waren geen tegels, maar plakjes kokosbrood met rozijnen. Ik had het pakje gekocht bij de Ekoplaza, een biologische supermarkt. De associatie met vloertegels werd bij me opgeroepen toen ik mijn tanden erin zette. Kokosbrood hoort niet keihard te zijn, het is op z’n minst enigszins buigzaam. Ik brak zo’n plak doormidden, het klonk als het breken van 3 mm triplex. Ik liet het op een échte tegelvloer vallen en het brak in 19 stukjes. De uiterste houdbaarheidsdatum zou pas over ruim 2 maanden verstreken zijn, dus daar lag het niet aan. Wat het dan wel was, daar kwam ik niet achter bij deze winkel (Ekoplaza Kruisstraat Eindhoven) en eerlijk gezegd is mijn ervaring bij andere filialen (o.a. Ekoplaza J.P.Heijestraat Amsterdam) niet veel beter. Het merendeel van de medewerkers heeft onvoldoende kennis van de producten en geven standaardantwoorden op de meest voorkomende vragen. De Ekoplaza heet een winkel te zijn met duurzame, biologisch(dynamische) gezonde producten, een soort van alternatieve Albert Heijn. Ik verwacht meer van een biologische winkel. Kleinschaligheid, vooral producten uit de directe omgeving, versheid van groente en fruit, milieuvriendelijke verpakkingen, een wérkelijk gezond assortiment. Het lijkt te vaak alsof ze er niet mee bezig zijn. Zoals bij alle grootwinkelbedrijven gaat het blijkbaar hier ook primair om de euro’s, allerlei groene principes zijn op de achtergrond verdwenen: boontjes en andere groenten en fruit worden bijvoorbeeld ingevlogen vanuit Kenia, Egypte en Chili; veel producten bevatten suiker, enz.) Stel je een kritische vraag dan ervaart men dat als een aanval. Een voorbeeld dan, de Ekoplaza J.P.Heijestraat te A’dam:
Ik wilde een keer boerenkool eten en ja, er lag iets in het groentenrek wat daar op  leek en ook als zodanig werd aangeduid. Het zag er geel van kleur uit, verlept en uitgedroogd met bruine randen. Ik begrijp wel dat boerenkool niet vlot verkoopt, maar hoe durf je als winkelier zoiets dag na dag opnieuw in het rek te leggen? Ik had ook aardappelen nodig. De (losse) aardappelen die hier worden verkocht zijn zacht en/of groen (wat overigens giftig is), in die staat tref ik ze daar meestal aan, beschimmelde sinaasappels, rotte appels en avocado’s tussen onrijpe exemplaren, etc. Maar goed, even terug naar de boerenkool. Ik sprak de bedrijfsleider aan op de verlepte boerenkool en dat je dit toch zo niet kunt aanbieden. Hij pakte wat van de boerenkool in zijn handen en zei gepikeerd: “Dit is het en als u deze niet wilt dan kunt u boerenkool uit de diepvries nemen”.
Ik zeg: “Daar gaat het mij niet om, Ik vind dat je dit niet kunt verkopen, het is oud en ik wil verse stevige groene boerenkool”. De bedrijfsleider was boos, haalde zijn schouders op en liep weg. Sindsdien heeft hij me nooit meer aangekeken. Hij blijkt inmiddels vervangen door een andere.
Bij het afrekenen de groene vraag: “Wilt u een bonnetje?” Dat spaart namelijk het milieu. Terwijl de winkel intussen uit zijn voegen barst van alle plastic verpakkingen.

Aanvulling/correctie:

Enkele weken na het posten van bovenstaand blog was ik weer in Amsterdam, in de Jan Pieter Heijestraat en zag dat een deel van het Pand van de Ekoplaza wit was ingepakt: Het EKOPLAZA LAB. Men streeft naar een plasticvrije wereld en wil de kwalijke plastic verpakkingen zo spoedig mogelijk vervangen door composteerbare materialen. Een initiatief wat ik natuurlijk van harte toejuich.


 Hierbij een link:



vrijdag 12 januari 2018

440. Plastic afval

                                                      Aangespoeld afval aan de Zuid-Ierse kust
 
"Je moet het niet zo somber zien er gebeurt ook een heleboel goeds". Het is een uitspraak die je soms kunt horen als het gaat over het milieu. Het vált natuurlijk ook niet mee om te leven met de werkelijkheid van een stervende aarde, om de ernst van de huidige situatie onder ogen te zien en daar een passend stuk verantwoordelijkheid voor te dragen middels een andere levensstijl. Gewoontes van mensen zijn erg moeilijk te veranderen. Grote bedrijven spelen daar handig op in, ze hebben primair de intentie om flinke winsten te genereren. Ze verleiden de bevolking met reclameacties voor luxeproducten die ze meestal niet nodig hebben maar wel een grote milieubelasting vormen. Hun “groene revolutie” is niet oprecht. Die revolutie kwam pas mondjesmaat op gang toen de druk om duurzaamheid te sterk werd.
De berg plastic troep bijvoorbeeld die gefabriceerd wordt en vervolgens op termijn weer wordt weggegooid, het is een ramp. De zeeën, de stranden, de steden en dorpen, ze barsten van het plastic afval. Slechts een relatief klein deel wordt gerecycled. Het lijkt heel wat, de actie met de plastic tasjes waarvoor de consument voortaan moet betalen, maar in werkelijkheid is het een druppel op een gloeiende plaat. En dat kostte al zoveel tijd. Voor het grote brede karwei hebben we die tijd niet. Het is effectiever om bij de oorzaak te beginnen, strenge wetten voor multinationals, de politiek, eerlijke voorlichting, enzovoorts. Maar dat heet dan weer niet goed te zijn voor onze welvaart en economische vooruitgang. Zo manoeuvreert men ons in de vicieuze cirkel van honger naar prikkels en ontevredenheid welke tegelijkertijd weer de behoefte voedt aan nieuwe prikkels.

Het interesseert het overgrote deel van de westerse bevolking nauwelijks. Men heeft het simpelweg te druk met de uitwassen van onze economie: werken om te kunnen winkelen, feesten, eten en drinken. Liefst wil men het eigen “verdienmodel” oppoetsen om de huidige levensstijl voort te kunnen zetten en nog verder uit te bouwen. De jonge generaties groeien hier mee op en vinden dat doodnormaal. Men is druk met Facebook, Instagram, Snapchat en alle ‘vrienden’. Voordat ze er erg in hebben zijn ze verslaafd aan deze dwaalwegen en loopt de succesvolle route naar beroemdheid en het grote geld uit op een fikse teleurstelling. Goed, dan hebben we in ieder geval altijd nog de antidepressiva, die momenteel door meer dan 1 miljoen mensen in Nederland worden geslikt. Ga er maar aan staan, het is water naar de zee dragen.


                                              Het Stratumseind in Eindhoven na een uitgaansavond


                                                                                De ochtend na Koningsdag                                                    

dinsdag 5 december 2017

433. Amerikaanse vogelkers (Prunus serotina)


Ergens in de 17e eeuw is de Amerikaanse vogelkers Nederland binnengekomen als een sierplant. Dat gebeurde nog incidenteel. Pas in het begin van de vorige eeuw werd de boom hier op grote schaal aangeplant vooral voor het hout, omdat de boom hard groeit en men er veel mee dacht te kunnen verdienen. Daarnaast vergaan de bladeren snel en verrijken de bodem. De Amerikaanse vogelkers werd ook wel geplant als brandwering in bossen, het blad blijft lang groen. Men had niet door dat de boom hier nauwelijks natuurlijke vijanden had. De vogels, die gek zijn op de vruchten, zorgden voor een ruime verspreiding. Toen het uit de hand liep en de vogelkers allerlei inheemse soorten begon te verdringen, kreeg de boom de naam “bospest” en moest uitgeroeid worden. Het is een sprekend voorbeeld van hoe de mens, verblindt door gewin, ingrijpt in de natuur en het bestaande evenwicht verstoort. Tegenwoordig richt men zich op het in toom houden van de boom door de jonge zaailingen zoveel mogelijk te verwijderen. De vruchten van de Amerikaanse vogelkers zijn voor de mens niet goed eetbaar, ze hebben een bittere smaak en bevatten cyanide. Dit bevindt zich voornamelijk in de pit en in de bast. Lijsterachtigen en kraaiensoorten hebben daar geen last van. Het blad verkleurt in het najaar in allerlei tinten, zie de afbeelding hierboven.





 

woensdag 29 november 2017

429. De inktvlekkenziekte


De bladeren van de Gewone esdoorn (Acer pseudoplatanus), niet te verwarren met de Noorse esdoorn (Acer platanoidus), hebben soms mooie diepzwarte vlekken die worden veroorzaakt door een schimmel (Melasmia acerina) die de inktvlekkenziekte wordt genoemd. Een esdoorn is sterk en kan veel hebben, de boom gaat er dan ook niet aan ten onder. De Gewone esdoorn kent zo’n 75 verschillende schimmels die in principe in symbiose met de boom leven.
In De kleine Johannus van Frederik van Eeden kan men lezen hoe het blad van de esdoorn aan zijn zwarte vlekken komt. Dwergen legen namelijk ‘s nachts hun inktpotten en besprenkelen de bladeren met inkt.


woensdag 22 november 2017

427. De Lapsnuitkever en zijn werk


Ik heb een zwak voor de Gegroefde lapsnuitkever (Otiorhynchus sulcatus). Het beestje maakt mooie uitsparingen in het blad van de rododendron en eet voornamelijk van de buitenrand, zoals ook ikzelf de knapperige randjes van een pannenkoek het lekkerst vind smaken. Sommige tuinliefhebbers hebben problemen met de insecten die in hun tuin verschijnen. Ze kunnen moeilijk accepteren dat de planten die ze gezaaid of gekocht hebben, nu door ‘schadelijke’ insecten bezocht worden. Als insecten optrekken naar een plant, heeft dat een gegronde reden. Het zijn namelijk overwegend de zwakke en zieke planten die door hen uitgekozen worden. Vervolgens komt de vraag op: waardoor is die plant ziek geworden en hoe komt het dat deze zo weinig weerstand heeft? Een belangrijke oorzaak die meestal over het hoofd wordt gezien is het feit dat tuinplanten net zoals andere levende wezens, toegewijde zorg en aandacht nodig hebben, naast een gezonde bodem en omstandigheden die rekening houden met specifiek deze soort. De planten die worden aangeleverd en gekocht bij een tuincentrum, een supermarkt of bouwmarkt, hebben meestal een zware periode doorgemaakt, het is handel en verder niks. ’s Morgens even de tuinslang erover en dan hebben we het wel gehad. Vraag het de mensen met ‘groene vingers’ maar. Zij weten dat planten een specifieke plaats behoeven, dat je ze niet zomaar ergens neerzet en dat je er een band mee moet zien op te bouwen. Door voeling, geduld en aandacht zal een plant gaan floreren en zich ontwikkelen tot een krachtige levensvorm waar insecten zoals de lapsnuitkever liever en straatje voor omlopen. 

  

                                Zie ook: blog nr.303  Een Lapsnuitkever in de keuken
                              



woensdag 15 november 2017

426. De Paardenkastanjemineermot (Cameraria ohridella)


De paardenkastanjemineermot (Cameraria ohridella) is een vlindersoort die voorkomt op het blad van de witte paardenkastanje, waarvan de larve leeft van het bladgroen. Hierdoor ontstaan bruine vlekken (zie de afbeelding hierboven) en kunnen de bladeren afsterven. Het afgelopen jaar waren veel kastanjebomen er beroerd aan toe. Al in het voorjaar zag ik bomen met overwegend bruin blad en het begin van de zomer werd ingeluid met verdorde en afgevallen bladeren. De bomen kunnen dat wel enkele jaren volhouden maar op een gegeven moment sterven ze. De laatste jaren treden er in toenemende mate boomziekten op: de iepenziekte bij iepen, de bloedingsziekte en de mineermot bij de paardenkastanjes, de essenziekte, de watermerkziekte bij wilgen, de bladvlekkenziekte bij platanen, de eikenprocessierups, enzovoorts. Ik ga het niet hebben over de werkelijke oorzaken van deze catastrofe, anders val ik in herhaling. Los hiervan kijk ik met verwondering naar de fenomenen en kan ik er ook de schoonheid van zien. De natuur streeft onophoudelijk naar een evenwichtige situatie. Laat een lap grond eens 15 jaar met rust, helemaal niks doen en kijk dan eens wat voor een paradijs er in zo’n korte tijd ontstaat. Een ware apotheek van geneeskrachtige planten die bodem, lucht en water zuivert en een harmonie om zich heen verspreidt waar mens, dier en plant wel bij kunnen varen.


                               Paardenkastanjes hebben iets met ronde vormen, gezien de
                               vruchten en de scheurpatronen van de schors.

 

vrijdag 3 november 2017

421. Waar zijn de merels?


Het gehele jaar heb ik in de tuin geen merels gezien of gehoord.  Dat is een vreemde en onwezenlijke gewaarwording. Sinds augustus 2016 waart er een virus in ons land rond waardoor uitgebreide sterfte optreedt bij merels, laplanduilen (in gevangenschap) en huismussen. Mogelijk, maar dat moet nog grondig onderzocht worden, zijn ook andere vogelsoorten besmet met het zogenoemde usutu-virus (USUV). Dit virus komt oorspronkelijk uit Swasiland en dook in 2001 voor het eerst op in Oostenrijk en Italië. In 2012 kreeg Duitsland te maken met een massale sterfte, er waren nauwelijks nog merels te vinden in tuinen en parken. Het virus wordt door steekmuggen overgedragen. In Europa zijn 5 menselijke patiënten bekend waarvan 3 personen met een verzwakt immuunsysteem. Ik vrees dat de meeste huisartsen in Nederland in eerste instantie geen link zullen leggen tussen bepaalde klachten zoals encephalitis en dit nieuwe virus. In Italië echter bleek na onderzoek dat 6% van de Italianen een infectie had doorgemaakt met het usutu-virus. De meeste mensen werden er niet noemenswaardig ziek van, enkele hadden neurologische klachten en/of een hersenontsteking. Bij de merels heeft het zeer ernstige gevolgen: het begint met uiterlijke  symptomen zoals: algehele malaise, evenwichtsstoornissen, spierzwakte, naar adem happen, vleugels en de kop laten hangen, waarna ze in de meeste gevallen sterven.

Dan de oorzaak. De muggen worden genoemd en de trekvogels die het naar hier brachten, en ook de klimaatverandering die de gemiddelde temperatuur doet stijgen met allerlei gevolgen van dien, een gebeurtenis die wij nauwelijks kunnen overzien. Laat ik er nog een persoonlijke noot aan toevoegen. Mensen, dieren, insecten en planten met een verzwakt weerstandsvermogen zijn altijd vatbaarder voor ziektes. Het gaat er natuurlijk om, waardóór wordt het weerstandsvermogen verzwakt? De symptomen die de merels en een klein aantal mensen vertonen zijn zo te zien neurologisch van aard. Bij mij gaat er dan meteen een belletje rinkelen en denk ik aan bijvoorbeeld: glyfosaat, het onkruidbestrijdingsmiddel dat door de WHO (Wereldgezondheidsorganisatie) als waarschijnlijk kankerverwekkend wordt beoordeeld en o.a. een belangrijk bestanddeel is van Roundup (een verdelgingsmiddel van Monsanto) en ik denk aan de neonicotinoiden (o.a. Bayer) die m.i. verantwoordelijk zijn voor de bijen-en insectensterfte en zo zijn er nog andere zeer giftige bestrijdingsmiddelen die in de landbouw worden gebruikt en welke waarschijnlijk een van de belangrijkste oorzaken zijn voor de ondergraving van het immuunsysteem in levende wezens. De aarde is er van doordrenkt, het zit overal in, in het drinkwater, in het voedsel (ook biovoedsel) Cruciaal is een ommekeer in het economisch denken en handelen. Belangrijk is vanzelfsprekend het behoud van biodiversiteit en de zorg voor kleinschalige duurzame landbouw. In principe begrijpt ieder weldenkend mens dat vergif en zuiver voedsel niet samen door een deur kunnen.
 
Bronnen:

- NRC
- Daniël Cadar:Widespread activity of multiple lineages of Usutu virus, western Europe, 2016




                                Zonnebadende merel               

                                Leucistische merel







woensdag 25 oktober 2017

418. Bijzondere stokjes (2)

In de natuur is ieder detail een wereld op zich en het is een weldaad om dit te kunnen ervaren. Een klein stukje grond of tuin is al voldoende voor de creatie van een klein paradijs. Zelfs een balkon biedt mogelijkheden om elke dag iets nieuws te ontdekken aan natuurlijke schoonheid. Deze stokjes en takjes daar lopen veel mensen aan voorbij. Het is zo gewoon: een tak van een boom. Daarom heb ik er een aantal verzameld. Ze kunnen verschillend zijn van soort, van vorm en kleur. Soms ook heeft dezelfde boomsoort tientallen verschillende tinten, zoals bijvoorbeeld de berk. Van wit tot dieprood, goud en zilverachtig, groen, geel en gevlekt. Het blijft een wonder.






donderdag 9 mei 2013

388. Het zaad van Europa



De Europese Commissie werkt aan nieuwe regels waardoor het kweken van groenten en fruit alléén nog maar mag met door Europa toegelaten zaad. Dit naar aanleiding van een uitspraak van het Europese Hof van Justitie dat vorig jaar heeft beslist dat in Europa enkel nog gecertificeerd zaaigoed mag worden verkocht. Dit geldt niet enkel voor de professionele land- en tuinbouw en voor biologische boeren, maar ook voor bijvoorbeeld volkstuinders. De lobby van biotechbedrijven zoals Monsanto, Bayer en DuPont heeft blijkbaar gewerkt. Het zijn dezelfde bedrijven die recentelijk in het nieuws kwamen vanwege de bijensterfte en de giftige neonicotinoïden waarmee zij hun zaaigoed behandelen. Drie van deze neonicotineoïden zijn nu in Nederland tijdelijk verboden. Let wel, dit zijn drie van de vele tientallen soortgelijke gifstoffen die nog wel zijn toegestaan. Daarnaast is sinds juni 2011 een verordening van Het Europese Parlement van toepassing, die bepaalt dat geen enkel gewasbeschermingsmiddel op de markt mag worden gebracht of gebruikt, tenzij het middel officieel is toegelaten. Het addertje onder het gras zit hem erin dat door deze verordening simpele huismiddeltjes als groene zeep tegen luizen, bier tegen slakken of melk om snijmesjes te ontsmetten, daarmee ook verboden zijn. Het zijn hulpmiddelen die in de sterk opkomende biologische landbouw veel toegepast worden en wat de biotechbedrijven dus geen geld oplevert. Voor het gebruik van deze simpele en onschuldige huismiddeltjes moet een boer of tuinder in de toekomst goedkeuring hebben van de Europese Commissie. Dat kan alleen als blijkt “dat de desbetreffende stof geen onmiddellijk of uitgesteld schadelijk effect heeft op de gezondheid van mens of dier, noch een onaanvaardbaar nadelig effect heeft op het milieu”. Een lidstaat of belanghebbende partij moet daartoe “een aanvraag indienen voor goedkeuring als basisstof, met eventueel beschikbare evaluaties over de mogelijke effecten”. Dit wil zeggen dat als een boer groene zeep wil gebruiken tegen luis op zijn tuinbonen, dit niet mag. Eerst zal de werking aangetoond moeten worden van elke werkzame stof in die groene zeep en zo van elk ander onschuldig middel. Zulk onderzoek kost tienduizenden euro’s per onderzochte stof en is voor biologische boeren niet op te brengen. Deze verordening wilde men er snel doordrukken, maar doordat er veel protesten kwamen, zijn de maatregelen inmiddels uitgesteld tot 1 januari 2014. Bedrijven krijgen tot 1 juli 2015 de gelegenheid om goedkeuring te verkrijgen.
Verwachting: over een tijdje kunnen we het wel schudden en is er geen sprake meer van enige vrijheid op elk gebied van het leven. Alles wordt van bovenaf bepaald, geregeld en gecontroleerd. Wie  niet mee wil in het systeem, wordt opgesloten en heropgevoed. Ouderen die ziek zijn, niet of minder productief, worden nog even volgestopt met ‘geneesmiddelen’, waarna er tenslotte één allerlaatste pil rest.

Piet Schellekens: 'Gentechmais met pauwenveren'





























woensdag 28 maart 2012

313. De Loonse en Drunense duinen


   Een dringend advies voor mensen die niet van massarecreatie houden: ga niet naar de Loonse en Drunense duinen. Ik ben er de laatste tijd verschillende keren geweest en heb het echt gehad. Oké, ik had natuurlijk niet zo stom moeten zijn om daar een zondag voor uit te kiezen. Ik ging er van uit dat de ‘natuurliefhebbers’, recreanten, bikers en hondenuitlaters nog in bed lagen en de ouders met hun slecht opgevoede kinderen nog aan de müsli met melkchocoladebrokjes zaten. Maar nee, ze waren er allemaal en het werden er meer en meer. Het terras van Bosch en Duin zat om tien uur al helemaal vol. Honden, óveral loslopende honden met drukke baasjes die zich schor commandeerden. Fietsers, auto’s, brommers en motoren zochten naar een plekje voor hun vervoermiddel. Vanaf de parkeerterreinen liepen ze massaal via een afgetrapt bospad naar het open zanderige terrein. Een vennetje was de eerste attractie die de meute tegenkwam. Daar lieten ze hun beesten los die als dolle stieren het vennetje in renden om de weggeworpen stok van hun baas te halen.


   Het vennetje wat daar ligt ken ik van vroeger, ik heb er goeie herinneringen aan. Toentertijd was het langzaam naar een bepaalde harmonie gegroeid. In het vroege voorjaar zat het vol met kikkerdril, dan gleden de eerste schaatsenrijders vrolijk over het wateroppervlak. In het gebied hing een serene sfeer en het was aan de zweefvliegen, bijen en jubelende leeuweriken om uiting te geven aan de stilte die er heerste. Een vennetje zoals Frederik van Eeden het ooit beschreef in De Kleine Johannes:

“……..Heel achter was een plekje, dat hij het paradijs noemde en daar was het natuurlijk erg heerlijk. Daar was een groot water, een vijver, waar witte waterleliën dreven en het riet lange fluisterende gesprekken hield met de wind. Aan de overzijde lagen de duinen. Het paradijs zelf was een klein grasveldje aan deze oever, waartussen het nachtegaalskruid hoog opschoot. Daar lag Johannes dikwijls in het dichte gras en tuurde tussen de schuifelende rietbladen door naar de duintoppen over het water. Op zomeravonden was hij daar altijd en lag uren te staren, zonder zich ooit te vervelen. Hij dacht aan de diepte van het stille, heldere water voor zich, hoe gezellig het daar moest zijn, tussen die waterplanten, in dat vreemde schemerlicht, en dan weer aan de verre, prachtig gekleurde wolken die boven de duinen zweefden, wat daar wel achter zou zijn en of het heerlijk zou zijn daarheen te kunnen vliegen….”


   Het vennetje in de Loonse en Drunense Duinen werd deze zondag door tientallen honden omgeploegd en verstoord, een dagelijks terugkerend geweld. De oeverplantjes worden vertrapt, het waterleven in de kiem gesmoord. Van de sfeer zoals hierboven beschreven, is al jaren niets meer te bekennen. Men heeft er wandel- fiets- en ruiterpaden aangelegd, daarnaast mogen het publiek en de ruiters overal lopen, waardoor er honderden paadjes zijn ontstaan. Dit beschermde natuurgebied wordt niet voldoende beschermd. De oppervlakte aan duinen en stuifzand wordt ook steeds kleiner. Het is een kwestie van tijd voordat het stuifzand geen ruimte meer heeft om te stuiven en dan is dit unieke gebied er geweest.
   Wie nog iets van de schoonheid wil proeven, kan het beste op een koude stormachtige dag naar de Loonse en Drunense duinen gaan. Dan is er geen mens te zien, zijn de voetstappen verwaaid en de terrassen gesloten. Met wat goede wil kan men nog genieten van de stilte en een wijds uitzicht. Meer kan ik er niet van maken.











donderdag 12 januari 2012

260. Voorjaar in de winter





De magnolia staat in bloei, het speenkruid en de krokussen verschijnen boven de aarde, de kornoelje bot uit. De merels en het roodborstje zingen bij de eerste zonnestralen, het is voorjaar! De gemiddelde temperatuur begin januari was 8 graden. Wellicht volgt er nog wel enige kou, maar het is een opvallend zachte winter, een tendens van de laatste jaren. Het lijkt erop dat de winters milder worden wat waarschijnlijk te maken heeft met de snelle opwarming van de aarde. Wetenschappers zijn daar niet eenduidig over, het is ook moeilijk hard te maken binnen zo’n relatief kort tijdsbestek. Wat weer niet wil zeggen dat het allemaal zo’n vaart niet zal lopen. Pas als het water ons letterlijk tot de lippen is gestegen, beseffen we dat de natuur ons rijkdom bracht en dat de keuze voor het slijk der aarde niet de juiste was. Waarschijnlijk is het dan te laat. Toekomstige ruimtereizigers die de aarde bezoeken zullen de schedels kunnen vinden van een vreemd volk welke hier ooit geleefd heeft. In hun oogkassen bevinden zich mysterieuze tekens. Mogelijk ziet men het verband tussen deze tekens en de plotselinge teloorgang van een beschaving.


donderdag 7 juli 2011

165. Bijensterfte, de varroamijt en moderne insecticiden

De bijenteelt kent een lange geschiedenis. Al in het oude Egypte werden er bijen gehouden. Ook de Romeinen hielden bijen naast de wilde populaties die er waren. Vanaf de Middeleeuwen werd de imkerij langzaamaan belangrijker dan de wilde bijen en nam een vlucht. Naast een aantal traditionele imkers en hobbyisten bestaan er tegenwoordig grote bedrijven met soms wel 1000 bijenkasten die volken verhuren aan groentekwekers, fruittelers en zaadteeltbedrijven, de productie van honing is hier bijzaak geworden. Deze bedrijven verhuren hun bijenkasten wel tien keer per jaar, wat soms doorgaat tot in de winter voor de kasgroenteteelt.
   De laatste jaren is er sprake van een alarmerende bijensterfte. In Nederland overleeft bijna een kwart van de bijenvolken de winter niet, hoewel dit van streek tot streek kan verschillen. Wilde bijen komen volgens sommige deskundigen zelfs helemaal niet meer voor in West-Europa en Noord-Amerika, in ieder geval staan ze op de rode lijst van bedreigde soorten. Net als in de intensieve veehouderij volgt in de bijenhouderij de ene ziekte op de andere. Momenteel zijn wereldwijd bijna alle bijenvolkeren besmet door de varroamijt die o.a. parasiteert op het werksterbroed van de honingbij. Ook brengt de varroamijt allerlei virus- en bacterieziektes over. Deze parasiet is inmiddels resistent geworden voor bepaalde middelen en moeilijk te bestrijden. De varroamijt verspreidde zich ongeveer gelijktijdig met de schaalvergroting en intensivering van de landbouw begin jaren 80 van de vorige eeuw. 



Bijen nestelen van nature in boomholtes. Om gemakkelijker bij de honing en de was te kunnen komen, is men in de loop der tijd rieten korven gaan maken. Later kwamen de houten bijenkasten in zwang, waarin ramen konden worden geplaatst inclusief geprepareerde wasplaten met honingraatpatroon. De honing die in het warme jaargetijde door de bijen wordt geproduceerd is bedoeld om het volk de winter door te laten komen. De imker haalt de met honing gevulde raten uit de kast en slingert deze er met een speciale centrifuge uit. De honing als oorspronkelijke wintervoorraad wordt vervangen door suikerwater. Als het kouder wordt kruipen de bijen dichter bij elkaar, waarbij de koningin in het centrum blijft. De benodigde voedingstoffen om warm en gezond te blijven, moeten de bijen uit dit suikerwater halen.
Dit is meteen het begin van de ellende en mijns inziens één belangrijke oorzaak van de bijensterfte. Bijen zijn intelligente wezens en deel van een nog intelligenter en zeer ingenieus ecosysteem dat voortdurend het grote geheel in evenwicht houdt. Een evenwicht waarvan ook wij afhankelijk zijn. Wij mensen gebruiken onze hersenen niet om van de bijen te leren, van hun mooie systemen om de gemeenschap en de natuur te dienen. We zetten ze in kasten, plaatsen die op de plek waar wij ze willen hebben en richten verder alles zodanig in dat wij er optimaal van profiteren en het uiterste eruit kunnen persen. De imker haalt de kostbare wintervoorraad van de bijen weg en geeft er het destructieve suikerwater voor terug. Het bijenvolk als intelligent organisme, wordt daarmee gedegradeerd tot minder dan een machine. Een benzineauto zal men ook niet ongestraft voltanken met diesel. Zoiets snappen we dan weer wel.



Qua gezondheid gaat het met de bijen zoals het met de mensen gaat. Een gezond organisme heeft vanzelf een sterke weerstand tegen ziektes. Maar suiker zorgt juist voor een verzwakking van de weerstand en een slechte conditie. Voor het lichaam is het een sluipend gif. Ieder mens die zijn lijf goed kent weet dat uit eigen ervaring. Het voert te ver om hier nu diep op in te gaan, maar ik zal er in de nabije toekomst nog uitvoerig op terugkomen. In ieder geval kun je honing die rijk is aan allerlei sporenelementen en levensstoffen, niet vergelijken en vervangen door de steriele levenloze kristalsuiker uit de fabriek. Ogenschijnlijk kan dat eventjes goed gaan, maar langzaam maar zeker degenereert een volk, of dat nou een bij is of een mens. Als men zich vervolgens met man en macht op de ziektes stort die daarvan het gevolg zijn, zoals: vuilbroed, de wasmot, CCD( Colony Collapse Disorder) de varroamijt e.a., is daarmee de oorzaak niet aangepakt. Dan gaat het zoals in de intensieve landbouw en veeteelt, je kunt ruimen, spuiten en inenten wat je wilt, maar de volgende plaag staat al weer klaar om uit te breken. Met de natuur valt niet te marchanderen.
Dan zijn er nog de moderne landbouwgiffen zoals de neonicotinoïden. Een soort van zenuwgif dat als een coating om het zaad is aangebracht. Als het zaad gaat kiemen verspreidt het gif zich door alle delen van de plant en blijft enkele jaren werkzaam. Tot in de bloem en de nectar zit dit gif wat bedoeld is om insectenvraat tegen te gaan. Deze stoffen verstoren in bijen de visuele waarneming, de reuk en de smaakwaarneming. Het voedselzoekgedrag raakt verstoord, de bijen raken gedesoriënteerd en voeren hun richting- en afstandaangevende bijendans niet meer goed uit, zodat de medebijen ook in de war raken. In 20 jaar tijd zijn deze middelen gaan behoren tot de meest toegepaste insecticiden, het gaat hier om een kwart van de totale markt. In Duitsland trok de regering vorig jaar de toepassing in van vergelijkbare middelen. Er was een verband aangetoond met het verlies van 12.000 bijenvolken in het Rijndal. Producent Bayer, die zich hevig verzet tegen een verbod op dit middel, betaalde de imkers een schadevergoeding, maar bekende geen schuld.
   Onder andere aan de Wageningen Universiteit  wordt veel onderzoek gedaan naar de bijensterfte. Het beroerde is alleen dat daar ook onderzoek wordt gedaan voor toelating van gewasbeschermingsmiddelen van bijv. Bayer en onderzoek voor het Ministerie van Landbouw en de Europese Unie. Allerlei belangen lopen door elkaar heen. De ene onderzoeker wijt de bijensterfte aan de varroamijt, de ander aan de neonicotinoïden, weer een ander aan de grootschaligheid in de landbouw. Hier geldt soms het oude spreekwoord: “wiens brood men eet, diens woord men spreekt”.
   Je zou zeggen dat ze er onderhand van zouden moeten leren, de regeringen, beleidsmakers, de landbouworganisaties, de boeren en consumenten. Alles draait om de centen. Om die gedachtenlijn dan maar even aan te houden, is het ook om dié reden onbegrijpelijk. Men ziet niet in dat het aanhoudend vechten tegen de natuur, de gemeenschap meer kost dan de samenwerking met de natuur. Voor de gemeenschap als geheel is het weldadig als een regering zich wérkelijk druk maakt om de bevolking en zich oprecht inzet voor een goede toekomst.