Posts tonen met het label slakken. Alle posts tonen
Posts tonen met het label slakken. Alle posts tonen

woensdag 7 februari 2018

445. Gelijkenissen: De Witte abeel en de slak


Afbeelding links: Dit is de schors van een Witte abeel, een boom die nauw verwant is aan de populier. De schors van een jonge boom is vrij glad en licht van kleur. Als de boom wat ouder is, wordt de schors van onderaf ruwer en ontstaan er de typische ruitfiguurtjes. Dit zijn uitgegroeide lenticellen (kurkachtige poriën, een soort van huidmondjes) welke zorgen voor de uitwisseling van gassen, zoals o.a. zuurstof en stikstof. Allerlei boomsoorten en in het algemeen de meeste levende wezens, hebben een vergelijkbare uitwisseling van vluchtige stoffen met hun omgeving.
 

Afbeelding rechts: Deze foto is genomen vanuit een kas waarvan het glas bedekt was met algen. Slakken hebben het meeste groen al opgepeuzeld waardoor de blauwe hemel er doorheen schijnt. De gelijkvormige figuurtjes zijn ontstaan door de tongen (radulae) van slakken. Hiermee schrapen ze de algen van het glas. Zo’n radula bestaat uit fijne tandjes met “glazuur” van magnetiet, een zeer hard natuurlijk materiaal. Waarschijnlijk heeft de slak dit overgehouden van verre voorouders die nog in de zee leefden. Ieder blauw figuurtje op de foto is een hapje alg geweest.


donderdag 29 september 2011

202. De slak en zijn kunstwerken

Klik op de foto voor een groter beeld.

   Laatst heb ik weer wat patronen gefotografeerd die tuinslakken achterlaten bij het eten van algen. Die patronen fascineren mij enorm, het zijn ware kunstwerken. Slakken hebben een soort van tong met een verharde rand waarop een groot aantal tandjes zitten. Daarmee schrapen ze algen van de ondergrond en raspen blad en plantenresten fijn tot hele kleine snippertjes. Deze tong zit onderaan de kop en heet radula, wat zoveel als krabber betekent. Maar een radula heeft een zeer bijzonder kenmerk. Deze vlijmscherpe tandjes zijn bekleed met magnetiet, een ijzerhoudend mineraal met een hardheid die elders in de natuur bij magnetiet niet voorkomt. De mooie driehoekjes boven zaten op een met algen begroeide glasplaat van een kas. De afbeelding hiernaast is van een schuurdeur waar ik een stoffige mat had uitgeklopt, dat vond de slak dus ook lekker. Het zijn allemaal afdrukken van de radula. Voor meer radula-afdrukken:
blog 46. Slakkensporen





   Zeeslakken zoals de Schaalhoren (Patella vulgata), hieronder afgebeeld, kunnen met hun radula zelfs rotsen afschrapen. Deze rots-bewonende zeeslakken, die een grijs tot groenblauwe schelp hebben, kruipen ’s nachts langzaam over de stenen en grazen de algen af. Langs hetzelfde spoor kruipen ze weer terug naar hun vaste rustplaats voordat deze droogvalt. De Schaalhoren komt algemeen voor langs de kusten van de Noordzee, vooral op plaatsen met veel golfslag. Ze leven in de getijdenzone waar ze zich vasthechten aan rotsen en een stenige ondergrond. Bij eb zuigt de Schaalhoren zich vast door middel van een krachtige spier, die dan niet onbeschadigd is los te krijgen. Door afscheiding van een zuur egaliseert de slak eerst de rots zodat deze heel precies op zijn lichaamsvorm aansluit. Hierdoor krijgt hij een waterdichte afsluiting zodat hij kan blijven leven tot het weer vloed wordt. Ik trof deze slakken aan bij de zuidkust van Ierland. Maar ook bij ons komen ze voor op strandhoofden en havenmuren en verder aan de Noordzeekusten tot in de Middellandse Zee en de Noord-Atlantische Oceaan. Ze kunnen een leeftijd bereiken van 15 jaar.




















Zie ook: 133. De schoonheid van een slak   http://pietschellekens.blogspot.com/2011/05/133-de-slak-als-een-schoonheid.html





maandag 16 mei 2011

133. De schoonheid van een slak


    Vandaag kwam ik in de tuin een oranje exemplaar van de Grote wegslak (Arion rufus) tegen, dat is niet de eerste keer. Ik schat dat er hier minstens zo’n duizend exemplaren van deze slakkensoort bivakkeren, zowel grote als kleine. Ze verstoppen zich onder de opgestapelde stenen (dat zijn er ook wel duizend) en stukken hout waarmee ik allerlei muurtjes en terrasjes heb gebouwd. Vooral ’s nachts en bij nat weer, komen de slakken tevoorschijn en maken er één groot feest van. Natuurlijk staan er rottende bladeren op het menu, die liggen er hier genoeg, maar het lijkt me dat ze zich met nóg meer enthousiasme te goed doen aan de malse blaadjes van de goudsbloemen en niet te vergeten de hosta’s. Hostabladeren kunnen ze niet weerstaan (zie de foto).


   Nou vind ik dat niet zo erg, ik hou niet zo van hosta’s en laat ze juist voor de slakken staan die er dan kunstwerken van maken. Wel is het vervelend dat als er net jonge kiemplantjes uit de aarde zijn gekomen, deze de volgende ochtend tot de grond toe zijn afgekloofd. Het is voornamelijk de Grote wegslak die hiervoor verantwoordelijk is en iedere nacht feestjes organiseert. Deze soort is er in allerlei kleuren, van oranjerood tot groengrijs en van chocoladebruin tot beige en zwart met allerlei tinten daartussen. Hij is in ieder geval herkenbaar aan de welvende oranjeachtige onderzijde, althans bij de volwassen exemplaren. 











    Het is een naaktslak en deze heeft dus geen huisje. Ooit heeft hij dit wel gehad, maar is dit gaandeweg de evolutie kwijtgeraakt. Bij sommige slakken is nog een kalkknobbeltje of een piepklein slakkenhuisje in zijn lijf aanwezig als een laatste overblijfsel uit deze periode. De Grote wegslak heeft een ovaalvormig zacht schild net achter de kop, met een op zandkorreltjes gelijkende structuur. Aan de rechterkant zit net voor het midden een flink gat, dat is de ademopening en tegelijkertijd ook zijn uitscheidingsorgaan. Beetje vreemd vind ik dat en zo a-symmetrisch.
   Tijdens het kruipen maakt de slak veel slijm aan waarover hij zich golvend voortbeweegt. Als een slak wordt aangeraakt krimpt hij in elkaar en rolt zich op zoals een egel dat pleegt te doen, daarbij scheidt hij extra slijm af. Juist die egel eet graag slakken en kan er voor zorgen dat de tuin mooi slakkenvrij blijft. Mijn egel vond ik helaas vorig jaar terug op een paadje achter het huis, hij was platgereden. Laatst pakte ik een slak tussen m’n vingers. Dat slijm lost niet op in water en ook niet met zeep erbij, het lijkt wel op het sap van schorseneren. Nu begrijp ik ook waarom merels na het eten van een mals slakje steeds opnieuw hun snavel langs een tak blijven strijken, dat slakkenslijm kleeft zo sterk dat ze hun bek bijna niet meer kunnen openen. De Grote wegslak is tweeslachtig, als ze met elkaar paren bevruchten ze dus elkaar. De doorzichtige eitjes worden daarna afgezet in holletjes in de grond.
   Slakken houden ook erg van algen die zich op gladde oppervlakten bevinden zoals glas, kozijnen en natuursteen. De driehoekige patroontjes die dan verschijnen zijn erg mooi om te zien. Elk uitgespaard driehoekje is een hapje algen welke de slak van het oppervlak heeft geschraapt met zijn enigszins verharde mond. Zie voor meer slakkenpatronen weblog nr. 46 van november 2010.










Wat ik bijzonder vindt is de huidstructuur van de slak, omdat deze sprekend lijkt op zand waar water over heeft gestroomd. Dat geldt overigens ook wel voor andere slakkensoorten. Slakken hebben oorspronkelijk in het water geleefd en bestaan grotendeels uit water, wat mijn theorie lijkt te bevestigen dat waar water stroomt, gelijksoortige structuren en patronen ontstaan. In het zand aan zee komt dat duidelijk tot uitdrukking omdat zand een plastisch materiaal is. Maar ook in planten, bomen, dieren en mensen stroomt water en worden deze stroompatronen zichtbaar. Zie de afbeeldingen hieronder en ook op mijn website (zoekfunctie: vergelijkingen) met tientallen duidelijke voorbeelden.

Links: Patroon van stromend water in het zand. Rechts: de huid van de slak.

Links: Waterpatroon onder de bast van een plataan. Rechts: patroon van stromend water op het strand.
Links: uitvergroot detail van een handpalm. Rechts: patroon van stromend water op het strand.
Links: De vacht van een paard. Rechts: stromend beekje.

Klik op de foto's voor een groter beeld.





woensdag 24 november 2010

46. Slakkensporen

Klik op de foto's voor een groter beeld.

















 Slakken hebben een zacht en vochtig lijf, bestaan overwegend uit water en leven van rottende planten- en dierenresten, overrijpe vruchten, schimmels, paddenstoelen en algen. De afbeeldingen hierboven zijn van slakken die algen hebben gegeten. Prachtige tekeningen maken ze. Met hun enigszins verharde mond gaan ze raspend over de ondergrond en laten daarbij talrijke ‘bijtafdrukjes” achter. Het lijken wel voetstapjes.
     De twee bovenste foto’s zijn van een vensterbank in de tuin. De onderste foto links is het raam van een kas, rechts is de door slakken bewerkte groene muur van een gebouw.