Posts tonen met het label kunnen luisteren. Alle posts tonen
Posts tonen met het label kunnen luisteren. Alle posts tonen

maandag 5 november 2012

334. Horen en luisteren


   “Wie niet horen wil moet maar voelen”, zegt de volkswijsheid. Horen staat hier voor gehoorzamen. Maar voetstoots iets aannemen of doen omdat een autoriteit dat beveelt is niet bepaald bevorderlijk voor de ontwikkeling van een onafhankelijk en vrij mens. Daarom dus ook dat het voelen er achteraan komt. Horen heeft te maken met het signaleren van geluiden door onze oren. Bij luisteren gaat het om de inhoud van het gehoorde. Luisteren leert men via inleving, door levenservaring en zelfreflectie kan het empathisch vermogen groeien.


   Goed kunnen luisteren is een zeldzame vaardigheid die maar weinig mensen zich eigen hebben gemaakt. Als basis is er een bepaalde innerlijke rust nodig, daarnaast werkelijke interesse, aandacht en betrokkenheid. Van daaruit kan er een oprechte bereidheid ontstaan om te luisteren en zo te weten te komen wat iemand bezighoudt en mogelijk probeert te uiten. Dat is meteen ook de grondslag voor een aansluitende reactie. Pas dan kan er sprake zijn van werkelijk contact.

   Vaak echter willen mensen alleen maar spuien. Ze kennen hun eigen stilte niet, luisteren niet naar de ander, praten letterlijk tegen, door en langs elkaar heen en staan in de startblokken om bij het minste geringste gaatje in het gesprek direct de ruimte te vullen met het eigen verhaal. Geen van beiden krijgt zo aandacht, begrip en waardering voor wie men is. Luister eens naar gesprekken tussen mensen in de omgeving, luister eens naar bedrijfsleiders, presentatoren en politici, zelden laten ze iemand uitspreken. Men gebruikt de ander om zichzelf nog belangrijker te maken en te scoren, van luisteren naar elkaar is nauwelijks sprake.
   Nu zijn er wel verzachtende omstandigheden aan te voeren voor aandachtvragers, veelpraters of mensen die slecht kunnen luisteren. Volwassenen, kinderen of huisdieren die om aandacht vragen hebben over het algemeen ook echt een tekort aan essentiële aandacht gehad en proberen deze leegte nu aanhoudend op te vullen. Een onbewust proces wat daarom niet opschiet. De beste manier om hiermee om te gaan, is dicht bij jezelf te komen. Het eigen zuivere ritme, het eigen gevoel en de waarneming blijven volgen met inachtneming van de omgeving, zodat de basisvoorwaarden aanwezig zijn om een evenwichtige afstemming op elkaar mogelijk te maken
   Goede luisteraars zullen bemerken dat er bijna niemand is die echt naar hén luistert. Tsja, daar zal men mee moeten leren leven, want het is niet anders. Leren luisteren en spreken is tegenwoordig vaak een onderdeel van cursussen en opleidingen, meestal gepresenteerd als een techniek die men zich snel eigen kan maken. Echt luisteren daarentegen kan alleen maar ontstaan vanuit een doorleefde open houding waarvan rust, stilte en inzicht in de eigen roerselen de basis vormen.

  


woensdag 23 februari 2011

86. Over kijken en luisteren











    Tussen mensen onderling bestaat er veel verschil in het kijken en luisteren naar elkaar en naar de omgeving. Goed kijken en luisteren vereist een zekere openheid, interesse, begrip en inleving in wie of wat de ander is. Voor degene die de ander of het andere (bijv. de natuur) wil leren kennen is het belangrijk om zichzelf te kunnen openen anders kan er ook niks binnen komen. In wezen gaat het om energetische processen, om een uitwisseling van energie welke niet direct tastbaar en waarneembaar is maar niettemin zeer reëel. Een voorwaarde om je goed te kunnen openen voor de buitenwereld is dat je je veilig kunt voelen bij jezelf, een soort van diepgeworteld besef dat je goed bent zoals je bent. Het rumoer kennen én de stilte, dat ook. Vooral stilte kan beangstigend zijn, stilte in de vorm van weinig prikkels zoals licht, geluid, kleur, aanwezigheid van anderen, eten en drinken en alles wat afleidt van het alleen zijn met jezelf. Mensen kunnen dan rusteloos en nerveus worden, zelfs in verwarring of paniek raken. Iemand die vertrouwd is geraakt met de stilte kent minder angst en heeft niet meer zo’n sterke drang om zich te profileren, zichzelf te bewijzen voor anderen of zich op de voorgrond te plaatsen, die weet van binnen al dat het goed zit. Zo iemand gaat dus ook vanzelf beter kijken en luisteren.
    U die dit leest, u hoort vanzelfsprekend tot deze relatief kleine groep mensen die met een open blik kunnen kijken en met een open oor kunnen luisteren en ik natuurlijk ook, dat snapt u wel....
    Eigenlijk wilde ik iets schrijven over het verschil in kijken tussen mensen en dieren en onderling tussen de verschillende diersoorten. Ik begon daarover met enkele regels maar voor ik er erg in had was ik afgedwaald van het onderwerp, zo gaat dat vaker bij mij. Nu toch nog even een staartje over het oorspronkelijk bedoelde onderwerp.
    Veel dieren en vogels zijn met hun ogen ingesteld op beweging. Beweging kan voor sommige (roof)dieren voedsel betekenen maar voor andere weer gevaar. Een eekhoorntje is soms bijna blind voor iets lekkers wat voor zijn voeten ligt, hij ruikt het, snuffelt overal maar ziet het niet meteen met zijn ogen. Terwijl hij wel ieder vreemd geluid of elke kleine beweging in de omgeving hoort en ziet en daar direct op reageert. Ook hazen kijken en luisteren erg goed. Bij gevaar moeten ze er razendsnel vandoor kunnen gaan. Aanhoudend zijn ogen en oren gespitst, hun reactievermogen is dan ook supersnel bij naderend gevaar. Als er langzaam vanuit de verte voetstappen naderen kan een haas zich nog weleens klein maken en verstoppen, maar bij een plotselinge beweging en/of lawaai rennen ze voor hun leven. Roodborstjes kunnen op meer dan 10 meter afstand een nietig groen rupsje over een groen blaadje zien kruipen of een spinnenpoot zien bewegen. En merels kunnen zelfs pieren horen die onder de bladeren of een laagje aarde zitten.



 


 
 
 
 
 
De jonge haas op de foto links kwam uit de lucht gevallen, rakelings langs mijn hoofd.
Waarschijnlijk van een roofvogel die het nu met minder moest zien te stellen.