Posts tonen met het label levenskunstenaars. Alle posts tonen
Posts tonen met het label levenskunstenaars. Alle posts tonen

maandag 20 juni 2011

159. Een levenskunstenaar: Rien


   Het is alweer een aantal jaren geleden dat ik bij Rien op bezoek was, een kunstenaar die in een hutje ergens tussen de grote rivieren woont. In het verleden is hij door een ongeval zijn rechterarm kwijt geraakt, maar dat heeft hem niet gehinderd om met zijn andere arm en hand bijzonder mooie voorwerpen en kunstwerken te creëren. Rien doet met deze ene hand meer dan de meeste mensen met twee handen kunnen.


   Zijn zelfgebouwde hutje staat vol met mooie stukjes hout, roestige voorwerpen, tekeningen en vooral keramiek. Ook buiten staan overal sculptuurtjes, kleine en grotere baksels uit zijn zelfgebouwde keramiekoven welke hij stookt met takkenbossen uit de omgeving. De groene rivierklei voor zijn creaties schept hij zo met een spade uit de tuin. Hoge houten bouwsels torenen boven de bomen uit. Kleurige vissen en geglazuurde zonnen op stokjes wiegen zachtjes langs de oevers van de vijver.


   In de tuin kweekt Rien zijn eigen groenten en kruiden. Het is er vol van leven, alles groeit en bloeit. De vogels, kikkers en muizen hebben er net als Rien hun thuis gecreëerd in harmonie met de steeds veranderende natuur. Smalle kronkelpaadjes voeren naar geheimzinnige houten opslagschuurtjes die overgroeid zijn met klimop, plekjes waar de vogels graag hun nesten bouwen.


   Hier woont een redelijk gelukkig mens die doet wat zijn hart hem ingeeft en wars is van commercie of goedkeuring van buitenaf. Waar hij van leeft, ik weet het niet en hoef het ook niet te weten. Kunstenaars zoals hij leven sober en zijn met heel weinig tevreden. Scheppend bezig zijn vanuit de leegte en het ongeordende, dag in dag uit helemaal vanzelfsprekend de stroom volgen die opborrelt uit je binnenste en datgene verwerkelijken wat in je opkomt.






Zie ook:
Een levenskunstenaar: Jozef van de Berg

vrijdag 11 maart 2011

98. "Rambo"

Een bericht uit het "Eindhovens Dagblad" van april 1991



Voor een groter
beeld, klik op de foto.
Terugkeren met de
pijl linksboven.

donderdag 13 januari 2011

66. Een levenskunstenaar: Jozef van de Berg

Links: De hutkoffer is onderdeel
van het huisje geworden.














Links: de buitenkeuken
Rechts: tempeltje







   
   Enkele jaren geleden ging ik met enige regelmaat op bezoek bij Jozef van de Berg. De warme sfeer die ik in en buiten zijn hutje aantrof was voor mij zeer herkenbaar. Ik leefde toen in ongeveer vergelijkbare omstandigheden in een boshuisje, sober, puur en eenvoudig.
   Jozef was eind jaren tachtig van de vorige eeuw een gevierd toneel- en poppenspeler die overal in het land veel publiek trok met zijn voorstellingen. Op het hoogtepunt van zijn roem trad hij op in de Antwerpse Stadschouwburg en kondigde die avond geheel onverwacht het einde van zijn carrière als poppenspeler aan. De bezoekers dachten aanvankelijk dat dit onderdeel was van de voorstelling. Langzaam maar zeker drong de werkelijkheid tot de aanwezigen door toen hij sprak: ”Ik hoop dat u respect heeft voor mijn beslissing. Ik heb ontzettend lang gezocht en ben overal geweest. Ik kwam tot de conclusie dat de zoeker zoekt, maar hij wordt gevonden. Dus daarom dames en heren, om Christus, daarom alleen heb ik dit stuk gezocht. Ik weet nu dat dat zo is en stap uit dit vak. Voor mij is het voorbij. Ik zoek de werkelijkheid. Ik zeg u allen goedendag. Ik ga. Het ga u allen goed”.
   De houten hutkoffer met inhoud nam hij mee, maar verder liet Jozef alles wat hij in de loop der jaren had opgebouwd achter zich. Hij verliet huis en haard, vrouw en kinderen en vertrok met onbekende bestemming. In een dorpje bij de Waal vestigde hij zich in de fietsenstalling van het gemeentehuis, wat enige tijd tot flinke commotie leidde. Uiteindelijk kon hij in de grote tuin van een vriend een klein hutje bouwen, een plek waar hij nog steeds woont.
   Jozef wordt druk bezocht door allerlei vrienden en bekenden welke hem regelmatig van eten en drinken voorzien. Er komen mannen en vrouwen die relatieproblemen hebben, mensen die geestelijk in de war zijn, soms met lichamelijke ongemakken of met diepzinnige levensvragen, maar ook mensen die gewoon even een praatje willen maken. Jozef maakt tijd voor iedereen. Voor velen is hij dan ook een steun en toeverlaat. Tegelijkertijd ontstaat er het verschijnsel dat sommigen Jozef zien als een goeroe, een bezienswaardigheid of toeristische attractie (oh ja, nog even langs die kluizenaar). De rust en stilte, het evenwicht kan dan zoekraken, iets wat ik enkele jaren terug ook bij Jozef zelf dacht te bespeuren.
   Hoewel ik een religieus mens ben moet ik zeggen dat ik niks met 'het geloof' heb, niet met de Russisch-Orthodoxe Kerk van Jozef en niet met de Kerk in het algemeen. Ongevraagd uitleg geven over wat er in de Bijbel staat of in andere heilige boeken, praten over het leven van Jezus Christus, enzovoorts, dat hoeft voor mij nou ook weer niet. Dan luister ik liever naar echte sprookjes, naar de diepzinnige verhalen van landen en volkeren welke corresponderen met hetgeen ieder mens diep van binnen weet, voelt en kan ervaren. Eigenlijk dus de Jozef van de Berg toen hij nog poppenspeler was. Die universele religieuze inhoud zonder de kerkleer erbij te slepen, vond ik bij mijn laatste bezoeken niet meer zo terug. Wat blijft is mijn diepe respect voor iemand die met vaste overtuiging zijn eigen weg gaat en de consequenties daarvan aanvaardt. Door zijn manier van leven een zeer inspirerende man.


maandag 6 december 2010

50. Een levenskunstenaar: Gert Hanegraaf

















     
Een tijd geleden was ik bij Gert Hanegraaf op bezoek. Hij woont op het water aan een dode tak van de Maas. Op een vlot van plastic jerrycans en oude olievaten heeft hij van afvalhout een huisje gebouwd. Stroom, gas en water heeft Gert niet, wel een houtkachel om zich wat op te warmen als het koud is. Buiten staat een verroest blik met een rooster waar een vuurtje in gestookt kan worden. Hierop bereidt Gert af en toe zijn warme maaltijd en kookt hij theewater voor het bezoek.   

















Daarvoor moest hij eerst wat dunne houtjes gaan hakken bij de houtstapel waar ook zijn bijl ligt. Hij zocht wat papier, legde er een handvol spaanders op en stak het vuur aan. Toen de vlammen na enige tijd enkele houtblokken hadden gevonden, ging Gert water halen bij een buurman, goot dat in het zwartgeblakerde keteltje en zette dat op het vuur. Inmiddels was er een half uur verstreken en duurde het nog eens ruim een half uur voordat de thee in het kommetje zat. Geanimeerd vertelde Gert ondertussen over zichzelf waarbij hij voortdurend lachte en me uitnodigde om alles binnen en buiten goed te bekijken.

Gert breit truien in prachtige kleuren en patronen. Deze authentieke breisels verkoopt hij voor relatief weinig geld om in zijn levensonderhoud te kunnen voorzien.

















Ook danst en zingt hij op markten en pleinen zijn liedjes, waarbij hij zichzelf begeleidt op de accordeon. Zonder enige planning vooraf fietst Gert met zijn instrument van huis weg en gaat ergens staan spelen. Bij langere fietstochten naar Frankrijk (waar hij ook een primitief huisje heeft) kan het zijn dat zijn stuur plotseling richting Zwitserland draait en dan staat hij  ‘even’ later aan het Meer van Genève te dansen.


















Indrukwekkend, deze eigen manier van leven en ook dat het nog mogelijk is in onze gereguleerde wereld. Natuurlijk gaat dat allemaal niet zonder slag of stoot en komt hij allerlei weerstanden tegen, net als iedereen trouwens. Maar bij Gert zit er in ieder geval volop leven en beweging in, er gebeurt wat en dat kun je niet altijd zeggen als je zo eens om je heen kijkt.
     Gert is een goedlachse, optimistische man, ongecompliceerd, vol levenslust, die dicht bij zichzelf is gebleven en plezier in het leven heeft. Dat straalt hij uit naar zijn omgeving en dat werkt opwekkend en inspirerend.


vrijdag 26 november 2010

47. Holbewoner

Een krantenberichtje:    

De Amerikaan Thomas Johnson heeft tien jaar bijna onopgemerkt in een hol onder de grond gewoond op het eiland Nantucket voor de Amerikaanse oostkust. In een comfortabele hut, verborgen in de struiken, was hij er de consumptiemaatschappij ontvlucht. Hij voorzag in zijn levens-onderhoud door af en toe als timmerman te werken. Een jager ontdekte de hut en de autoriteiten hebben aangekondigd dat Johnson weg moet, want 'anders gaat iedereen het doen'.

zaterdag 2 oktober 2010

32. Hoe Berta aan haar einde kwam

     Dit weekend las ik een artikel in Het Parool over Berta. Berta Puentes Acosta, een 73-jarige vrouw uit Colombia, die pas geleden in het uitzetcentrum van Ter Apel is overleden. Ze leefde sinds twintig jaar op straat in Amsterdam waar haar tot op dat moment niet veel in de weg was gelegd. Maar op een kwade dag kruiste haar weg zich met twee ijverige dienders. Zij zagen een oude vrouw met een gitaar oversteken op een plek waar dat volgens de regels niet is toegestaan. Dat werd het begin van haar einde.
     "Mevrouw, wij zagen u zojuist oversteken op een plaats waar dat verboden is. Oversteken kan 50 meter verderop, dáár bij het zebrapad. U bent dus in overtreding. Wij willen even uw identiteitsbewijs zien!"
     De agenten kwamen tot de conclusie dat haar papieren niet in orde waren, Berta moest mee en werd vastgezet in de gevangenis. Eerst drie maanden in vreemdelingenbewaring in Zeist en toen haar gezondheid verslechterde, in Rotterdam. Haar advocaat spande een kort geding aan omdat Berta niet in staat was om in de gevangenis te verblijven, ze was zwak, verward en had veel last van haar longen. Daarop werd ze snel overgeplaatst naar het uitzetcentrum Ter Apel, vanwaar de IND haar het land uit wilde zetten. Afgelopen week overleed zij in Ter Apel aan een longembolie. Haar advocaat verwijt de leiding van het uitzetcentrum medische nalatigheid omdat zij niet de zorg kreeg die zij nodig had.

     Berta was een aardig mens, had in Bogota gewerkt als verpleegkundige en was daarnaast flamencodanseres. Ze speelde hartstochtelijk gitaar en maakte in Colombia twee platen met volksliedjes. Op de Nieuwmarkt in Amsterdam, zong en speelde Berta vaak haar liedjes en bracht vreugde en blijdschap in het leven van de mensen die haar ontmoetten.

     Een triest verhaal over een kwetsbaar mens van 73 jaar die op een dag door twee ambtenaren in functie van de straat is geplukt. Ze werd in de cel gegooid, is daar ziek geworden, verwaarloosd en gestorven.
     Niet alleen de twee politiemensen treft blaam, maar ook de vele tientallen andere slaafse  uitvoerders van de wet die haar deze periode beroepsmatig voorbij zagen komen en dit nu eenmaal als hun werk beschouwen. Waar gehakt wordt vallen spaanders. 'Wij beslissen daar niet over.... , wij voeren uit wat ons opgedragen wordt', enzovoorts, dat werk. Zouden ze er rustig onder kunnen slapen? Ik vrees van wel, want morgen is er weer een dag en we moeten er vroeg uit.





maandag 9 augustus 2010

19. Het huisje van Ad Fontis (deel 3)

Het huisje van Ad Fontis (3)

De buren die ik heb, wonen een eindje verderop in een groot en hoog gebouw.
's Winters als de bladeren van de bomen zijn gevallen, kan ik ze zien. Aparte mandjes, noemen ze de woningen met hun Brabantse tongval. Niet van gevlochten riet, maar van staal en beton. Eigenlijk lijkt het gebouw nog het meest op een enorm konijnenhok. De mensen leven er ieder in een hokje en schuifelen heen en weer voor de ramen. Toen ik in het begin aan mijn huisje begon te timmeren, belden ze de politie, de gemeente en bouw- en woningtoezicht. Waarom? Omdat ik hier stiekem aan het bouwen zou zijn. Dat mag niet en is verboden als je geen vergunning hebt en die had ik vast niet. Dus kwamen een bouwkundige, een politieman en een milieuambtenaar samen kijken wat er aan de hand was. In de verte zag ik de buren achter de ramen kijken, hun lange oren staken nieuwsgierig boven de vensterbanken uit.
“Woont u hier?” vroeg een van de mannen..
“Nee” zei ik naar waarheid, want mijn huis was toen nog niet klaar om in te wonen.

“En wat is dat daar?!”, wees hij naar een hoog bouwwerk van takken en bladeren in het bos. “Een kunstwerk” zei ik. De ambtenaren gingen het opmeten en fotograferen en mompelden wat met elkaar. Uiteindelijk stelden ze vast dat ik niet in overtreding was. Ze vonden zo gauw niks wat verboden was, maakten nog wat foto’s van het huisje en vertrokken weer. De buren in hun appartementen bleven nog lange tijd ongerust. Een jaar lang kwam de milieuambtenaar van de gemeente elke dag opnieuw langsfietsen. Dan bood ik hem een bakje koffie aan Nieuwsgierig keek hij rond, maar zei verder geen vervelende dingen. Na verloop van tijd zijn de buren min of meer aan me gewend geraakt en ik aan hen. Ik verdenk ze er zelfs van dat ze het prettig zijn gaan vinden om mij als buurman te hebben, maar misschien overdrijf ik nu.

Een toilet bezit ik niet. Van tijd tot tijd graaf ik een diepe kuil aan de rand van het bos, daar poep ik in.Dat is veel schoner dan om het te laten vallen in een witte porseleinen bak, vervolgens met veel drinkwater weg te spoelen en ergens ver hier vandaan in de zee te verstoppen. Altijd buiten poepen en plassen is volgens de wet streng verboden. Maar als koeien, varkens, paarden, eekhoorntjes en vogels buiten mogen poepen, mag ik dat ook. Op het weiland hier tegenover sproeien ze zelfs ieder jaar duizenden liters varkenspoep over het land uit. Daar zitten medicamenten in, hormonen, zware metalen, enzovoorts, allemaal spullen die ik niet eet en dus ook niet kan uitpoepen. Mijn poep is schoon, omdat ik schoon eet, dus doe ik dat met een zuiver geweten in het bos en neem bewust deel aan de kringloop van de natuur. Rondom het gat in de grond heb ik enkele donkergroene doeken gespannen, zodat er vanaf het pad geen direct zicht is op mijn zandcloset als ik daarboven hurk. Met een schop gooi ik er wat zand over en je ziet of ruikt niks meer. Simpel en schoon. Ongeveer een keer per jaar graaf ik op een ander plekje weer een nieuwe wc. Door de eeuwen heen hebben de mensen het zo gedaan, kweekten ze hun eigen voedsel en bleef hetgeen ze niet gebruikten of verteerden behouden voor hun landje, alles met zo min mogelijk verspilling en dat is erg mooi. Inmiddels woon ik hier 7 jaar. Vorig jaar kwam de eigenaar langs met een stuk papier. Dat legde hij op tafel met een pen ernaast, of ik even wilde tekenen. Hij had wat problemen met de belasting, kon niet bewijzen dat ie van mij geen geld ontving en moest nu een gebruiksovereenkomst laten zien die ondertekend was door hem en mij. Ik las wat er op het papier stond: “….deze overeenkomst kan ten alle tijde, zonder opgaaf van redenen door de eigenaar worden opgezegd met inachtneming van een opzegtermijn van twee weken”. Twee weken? Dat was niet wat ik toentertijd met meneer Blauwmans had afgesproken, dus zei ik netjes tegen hem dat ik dit even wilde bekijken en er eens goed over na zou denken. Toen werd ie heel erg boos. Als ik mijn handtekening niet meteen zette zou er morgen een bulldozer staan en ging de zaak tegen de grond, desnoods met mij erin.
“Teken je niet?’ zei hij dreigend.
“Nee” zei ik en keek hem eens diep in de ogen.

Wat ik vertel is echt waar, de arme man greep naar zijn hart en begon plotsklaps hard te zuchten en te kreunen. Hij was pas ziek geweest, zijn vrouw was ook nog maar net uit het ziekenhuis, nu werd het hem allemaal teveel en wilde ie dit geval even snel afwerken. “Teken maar gauw, dan ben ik daar vanaf, mijn vrouw ligt thuis ziek op de bank te wachten”. Ik zat erbij, keek ernaar en tekende niet. De eigenaar moest onverrichter zake terug naar huis. De volgende dag kwam er geen bulldozer. Wel kwam er na enige tijd een deurwaarder en zegde mij de huur op voor over een jaar, de termijn zoals ik die in het begin met meneer Blauwmans was overeengekomen. Blijkbaar is het de tijd om een andere plek te gaan zoeken waar ik prettig kan wonen en werken. Zo gaan de dingen in het leven.

Ad Fontis


18. Het huisje van Ad Fontis (deel 2)

Lees eerst deel 1

Aan een zijde van de huiskamer bevindt zich een keukentje, een klein aanrecht met een kraan en afvoerbak. Een douche bezit ik niet. Iedere ochtend was ik me met koud water dat in één handomdraai uit de kraan stroomt. Het is en blijft een wonder. Dat water, heb ik ontdekt, komt zomaar uit de grond. Als ik een paar honderd meter over het bospad loop tot aan de verharde weg, ligt er bij de sloot een vierkante roestige deksel in het gras. Natuurlijk tilde ik die eens op om te kijken wat daaronder was en keek toen in een diep en donker gat. Mezelf vasthoudend aan de rand, liet ik me naar beneden zakken en stootte met mijn voet tegen een of ander voorwerp wat bij nader inzien een flinke koperen kraan bleek te zijn. Ik draaide er eens aan en sindsdien stroomt er in mijn huisje fris helder water uit de kraan boven het aanrecht.

Dat water heb ik gratis, ik betaal er niks voor. En er is zo lang als ik hier woon nog nooit iemand bij me geweest die daar geld voor heeft gevraagd. Waarom zouden ze ook? Het water komt vaak met hele bakken tegelijk uit de hemel vallen. Het enigste wat ze dan nog moeten doen is het in een buis stoppen en een zetje geven. Overigens gebruik ik maar enkele liters water per dag, dus er blijft genoeg over voor iedereen.

Weet je waar ik ook niet voor betaal? Voor het wonen in dit huisje! Het schijnt dat wonen in een huis erg duur is, dat hoor ik tenminste overal. De mensen praten vaak over hypotheken, rentestanden, verzekeringen, enz., onderwerpen waar ik absoluut geen verstand van heb en me nooit mee bezighoud. Ik heb dit huisje niet gekocht, ik heb het ook niet gehuurd, ik woon er gewoon, dat is alles. Nou ja alles, er is wel iemand die het als zijn eigendom beschouwt. Meneer Blauwmans is de eigenaar. Hij bewoont een grote villa in een naburig dorp. Zijn woonplek is afgeschermd door hoge stalen hekken alsof daarachter wilde dieren huizen. Dat zou best wel eens zo kunnen zijn. Hoewel, het is waarschijnlijker dat hij de hekken heeft geplaatst uit angst om iets van zijn eigendommen te verliezen. Ieder zijn plezier.
   Toen ik jaren geleden voor het eerst het boshuisje ging bekijken was het een bouwval. De kunstenaar die het als woning en atelier gebruikte, had het namelijk sterk verwaarloosd. De verf was afgebladderd, de ruiten kapot en een aantal dakpannen lagen eraf, waardoor het naar binnen regende en het houtwerk was weggerot. De vloer stond helemaal blank, de bloemmotieven op de wanden bleken schimmels te zijn. Als ik dat nou eens mocht opknappen en bijhouden in ruil voor gratis bewoning, dan was er weer een paradijsje meer op aarde, zo mijmerde ik. Al jaren geleden had ik me zoiets verbeeld en vertrouwde ik er op dat dit vroeg of laat op mijn pad zou komen. Ik wilde ook alleen nog maar zo’n plek in de natuur, daar ging ik voor. Op een dag begaf ik me dus naar de villa van meneer Blauwmans en belde bij het hekwerk aan. Na ’n tijdje wachten hoorde ik een krakend geluid afkomstig uit een metalen kastje. Het was een stem. Maar voordat ik kon antwoorden draaide de zware poort al uit zichzelf open. Aarzelend zette ik een paar stappen naar voren in de richting van het grote landhuis en boem!, knalde de poort achter me dicht. Opnieuw de stem uit het kastje: “Loop het pad maar op”. In de verte zag ik een al wat oudere man staan die me wenkte. Ik liep naar hem toe, gaf hem een hand en hij liet me binnen. Meneer Blauwmans had een wat norse gezichtsuitdrukking, was nogal brommerig en zakelijk. We gingen aan tafel zitten en hij begon zijn monoloog. Er bleken een heleboel mensen interesse in dat huisje te hebben vertelde hij, rijke mensen die er hun weekendhuis van wilden maken en er grof geld voor wilden geven, stadsmensen die terug naar de natuur wilden, quasi-boswachters, jagers en nog ander gespuis. Hij had ze een voor een de deur gewezen.
Maar blijkbaar zag hij het met mij wél zitten. Waarschijnlijk omdat ik geen papier hoefde te hebben met handtekeningen erop en zo. Eigenlijk deed ik per ongeluk alles precies zoals hij het wilde, niks bijzonders. Officieel mocht er niet in het huisje gewoond worden, maar de eigenaar wilde dat juist weer wél. Als ik het maar opknapte, er vaak zou zijn en ervoor zorgde dat het niet opnieuw vernield werd, want hij wilde op deze plaats nog eens ooit een grote villa bouwen om die dan weer te verkopen. Al jaren wachtte hij op toestemming van de gemeente en hij wacht trouwens nóg steeds. Als het om geld gaat, blijken hebberige en ongeduldige mensen soms erg geduldig te kunnen zijn. O.K. prima, dat is zijn zaak. Ik ging er dus wonen en maakte er een paradijsje van.

Mijn voorganger had er 10 jaar gewoond. In deze periode was er wel 50 keer ingebroken en van alles vernield. Het geluk is met mij, want vanaf dat ik hier woon heb ik van niemand last gehad. Boeven blijken zich hier van de een op de andere dag niet meer op hun gemak te voelen. Toen ik de sleutel ontving voelde ik me een koning van een landgoed, wat ook zo is want rond het huisje liggen nog enkele hectaren bos die erbij horen. In dat bos woonden al veel vogels en dieren en nu kwam ik er dan bij als nieuwe bosbewoner. Ik voelde me gelukkig en een rijk mens. De dieren konden het meteen goed met me vinden en andersom ook, we werden en zijn goeie vrienden. Met het hout van de omgewaaide bomen uit het bos stook ik mijn houtkachel en maak of bouw ik mooie dingen.

(Wordt vervolgd)                             Ad Fontis

Het huisje van Ad Fontis deel 3:
http://pietschellekens.blogspot.com/2010/08/het-huisje-van-ad-fontis-deel-3-en-slot.html

17. Het huisje van Ad Fontis (deel 1)

Ad Fontis is een kunstenaar en natuurvorser die ik van vroeger ken en waarmee ik al lange tijd goed bevriend ben. Omdat ik er even tussenuit ben, heb ik Ad gevraagd om als gastschrijver enkele blogs te vullen over zijn leven in het bos. Ad woonde een jaar of zeven in de natuur. Hij had me wel eens wat laten lezen over zijn ervaringen en het lijkt me wel aardig om u kennis te laten maken met zijn ideeën en schrijfsels. Zijn verhaal wordt weergegeven in 3 delen.

Piet Schellekens


Ik bewoon ’n eenvoudig houten huisje in het bos. Het is een mooi plekje in de natuur waar ik jaren geleden al van droomde, waar ik langzaam naar toe leefde en wat uiteindelijk ook werkelijkheid is geworden. Het woongedeelte van het huisje is alles bij elkaar ongeveer 3 bij 4 meter. We zijn al gauw geneigd om zoiets klein en onleefbaar te noemen, maar de meeste mensen op onze aardbol moeten met veel en veel minder genoegen nemen. Mijn woonkamer is tevens slaapkamer, keuken, wasgelegenheid en werkplek. Voldoende ruimte om prettig te kunnen leven en werken.

Voor het raam staat mijn bureau. Van hieruit kijk ik in het bos naar de vogels, de konijnen en eekhoorns. Ik kan de bomen zien, het vallen van de bladeren en genieten van de momenten van de dag en de seizoenen, van de steeds wisselende kleuren en vormen, de prachtige luchten en nog veel meer. Links aan de bosrand komt in de ochtend de zon op en 's avonds gaat hij rechts weer onder bij een oud gehuchtje wat ik in de verte kan zien liggen. Als ik mijn blik tot achter de bomen verplaats, kijk ik uit over velden en akkers waar zwermen kraaien en houtduiven naar graantjes zoeken en bij onraad zomaar ineens kunnen opvliegen. Ik ben bevriend met de eekhoorns, het roodborstje en de muizen.








Ook zie ik van tijd tot tijd de boer aankomen met zijn tractor en spuitmachine. Dan vertrek ik meteen en ga een nacht ergens anders slapen, want ik hou niet van gifwolken. Er is niemand die mij kan wijsmaken dat dat goed is voor de planten, de aarde en de mensen die daarvan leven. Ik heb het nooit begrepen, de combinatie van vergif en voedsel. Denken de mensen daar nog wel eens serieus over na, over wat dat betekent? Of laten ze zich voordenken en -programmeren door degenen 'die het weten'. Waar is het ooit zo geroemde gezonde boerenverstand gebleven? 'Ach, waor maokte oe èige toch druk over? Dè spuult er wel wir aaf', zegt de boer. Maar ziekmakende of dodelijke chemische stoffen horen niet op en in levens(!)middelen, niet in de aarde, niet in de lucht en ook niet in de zee. Trouwens, wel eens van hechtmiddelen gehoord? Het is juist niét de bedoeling dat het er af spoelt. Ze zoeken het maar uit, ik vertik het in ieder geval om me langzaam maar zeker te laten vergiftigen. Waar was ik gebleven, oh ja, dat ik zo’n mooi uitzicht heb.
  
Aan het bureau voor het raam lees en schrijf ik voornamelijk. Ook maak ik hier de kleine werkjes, snij, knip, teken en plak ik. Voor het grotere werk ga ik naar mijn werkplaatsje en nóg vaker naar buiten, waar werkbanken, zaagbokken, hout, oud roest en alles wat de tijd heeft aangeraakt geduldig op me staan te wachten. Het bureau is ook mijn eettafel, even wat opzijschuiven en er is ruimte voor een bord en een kopje. De maaltijd is een steeds terugkerend feest. Ik ben me ervan bewust hoe bijzonder het is dat ik elke dag te eten heb, ben het leven er zeer dankbaar voor en kan er echt van genieten. Daar neem ik dan ook uitgebreid de tijd voor. Tegelijkertijd kijk ik door het raam naar buiten waar de vogels en eekhoorntjes in de weer zijn met de broodkruimels en pinda’s die ik daar heb neergelegd. Soms lees ik wat tussendoor, alles ontspannen en in rust. Ik eet veel fruit, dat is lekker en het is ook mooi om te zien als het op de schaal ligt te wachten en te rijpen. Verder eet ik, brood, groenten, e.d., maar alles zoveel mogelijk van zuivere kwaliteit.

Van jongs af aan eet ik geen dieren, een vanzelfsprekendheid voor mij omdat vlees eten niet nodig is om gezond te zijn en te blijven. Waarom zou ik het leven wat zó dicht bij het mijne staat, doden en opeten, terwijl ik van lagere levensvormen zoals vruchten, planten, e.d., minstens zo krachtig en gezond blijf. Er is nog veel meer over te zeggen natuurlijk, maar dat is niet voor nu. 
Een televisie en geluidsinstallatie heb ik niet. Een enkele keer, meestal in de avond of nacht, luister ik naar de radio. Maar liefst wil ik zoveel mogelijk de geluiden van de natuur kunnen horen, de wind, het ruisen van de bladeren, de druppels op het dak als het regent, het geritsel van de muizen op zolder, de roep van de uil, de zang van de vogels en de klanken die de dieren uitwisselen met elkaar. Al dat geluid, wat tevens stilte, rust en muziek betekent, zou ik dan erg missen. Het raam beschouw ik als mijn tv. Nooit verschijnt er een saai programma op.

(Wordt vervolgd)                                Ad Fontis

Zie ook 'Het huisje van Ad Fontis' deel 2:  http://pietschellekens.blogspot.com/2010/08/het-huisje-van-ad-fontis-deel-2.html