Posts tonen met het label psychiatrie. Alle posts tonen
Posts tonen met het label psychiatrie. Alle posts tonen

zaterdag 3 maart 2018

457. Trumptime



“Great” is het woord dat Donald Trump het meest gebruikt, las ik laatst. Hij is niet de enige. Trump weerspiegelt de onzekerheid en het narcisme die in onze hedendaagse wereld leven: het egocentrisme, het dwangmatige streven naar succes, beroemd worden, veel geld verdienen, winnen, de beste zijn en aan tafel mogen zitten bij ‘de wereld die doordraait’. Bij dit hoog van de toren blazen hoort ook de verachting van degenen die het in onze maatschappij niet redden, of die er niet voor kiezen om voor het grote geld te gaan. Grote woorden worden er gebruikt voor zaken die in wezen niet veel voorstellen: super, mega, gigantisch, reusachtig. Men heeft honderden, nee duizenden vrienden, is naar de grootste en leukste feesten geweest en is bezig met één groot succesverhaal. Dit is de tijd van het opgeblazen ego, wat gepaard gaat met het uitvergroten van welslagen tot mega-proporties en het verbouwen van huis en lichaam. Ik heb de schaar er even bijgehaald en de grote woorden maar eens bij elkaar gezet. Het geeft een beeld van deze tijd.


zondag 17 februari 2013

365. Over zelfwaardering en een positief zelfbeeld



Erkenning krijgen voor wie men is, gewaardeerd worden, het behoort tot een van de meest essentiële behoeften die een mes heeft. Tegelijkertijd wordt deze basisbehoefte sterk onderschat. In het dagelijkse leven worden onze gedachten en gedragingen sterk beïnvloed door de mate van zelfacceptatie waaruit zelfwaardering en zelfvertrouwen ontstaan. Veel mensen hebben in hun jeugd de boodschap meegekregen dat ze het niet goed deden, ze kregen regelmatig negatieve kritiek of werden gepest. Daardoor zijn ze gaan geloven dat ze niet goed in elkaar zitten en hebben een negatief zelfbeeld ontwikkeld.




De zich steeds herhalende boodschappen kwamen meestal van ouders, opvoeders, familieleden, vrienden of collega’s die vaak gelijksoortige ervaringen hebben gehad. Dit kan zich generatie na generatie voortzetten. Een gebrek aan zelfwaardering leidt niet zelden tot een minderwaardigheidscomplex. Men heeft het gevoel altijd tekort te schieten, is zelden tevreden met een bereikt resultaat, vergelijkt zichzelf met anderen, trekt zich terug bij kritiek, heeft moeite met het ontvangen van complimenten en/of neemt een slachtofferhouding aan.


Het broertje hiervan is een meerderwaardigheidscomplex wat zich o.a. kan uiten in: extreme geldingsdrang, veel aandacht opeisen om te bewijzen dat men werkelijk wat voorstelt, groot doen, zich opzichtig en luidruchtig manifesteren, quasi-zelfverzekerd gedrag vertonen, geen kritiek kunnen innemen, etc. Voor de duidelijkheid: het overgrote deel van de mensen is onzeker en voelt zich ergens kwetsbaar. Iedereen is sterfelijk en heeft zijn vraagtekens over het leven na de dood, ook een gegeven waardoor mensen zich onzeker kunnen voelen. Hoe minder men zich bewust is van de eigen onzekerheid en de oorzaken daarvan, hoe meer men geneigd is dit te compenseren door zichzelf en anderen te overschreeuwen, door drukdoenerij, zeker-weten-gedrag, of juist het tegenovergestelde: zich terugtrekken in isolement en/of slachtoffergedrag. Die opgebouwde schil kan hard zijn en vaak totaal niet herkenbaar omdat men zich daar door de jaren heen mee is gaan identificeren. Je ziet zo’n pantser nogal eens bij politici, bestuurders en machthebbers. Niet zelden vertonen deze mensen flinke persoonlijkheidsstoornissen.




Waardering krijgen van en voor anderen begint met zelfwaardering en zelfrespect. Het begint met zien, weten en diep beseffen dat je goed bent zoals je bent. Het is zaak je intrinsieke waarde in je bewustzijn te koesteren en daarnaast de opgebouwde onzekerheden te herkennen die in allerlei situaties opdoemen. Wat helpt is openstaan voor je onzekerheden, deze opmerken en kunnen relativeren, de lichtzijden én daarnaast de gebreken en schaduwzijden kennen en accepteren. Humor is bij dit alles een essentieel element. De aandacht richten op de goede intenties van nu en het verleden. Dit, samen met een voortdurende zelfreflectie, is een mooi uitgangspunt om een meer positief zelfbeeld te ontwikkelen. Als iemand zich eenmaal bewust is geworden van zijn unieke waarde voor het geheel, wordt men rustig van binnen, leeft prettiger en schept daarmee ruimte voor zichzelf en de omgeving. Ieder mens is van onschatbare waarde voor de wereld door zijn specifieke eigenheid, zijn talenten en ideeën, vaardigheden en levenservaring. De volgorde is zelfacceptatie – zelfwaardering – zelfvertrouwen. Daaruit volgt automatisch een vertrouwen in de ander die als gelijkwaardig wordt gezien, in plaats van meer of minder. Met zo’n basis kan de wereld een hoopvolle toekomst tegemoet gaan.



vrijdag 4 januari 2013

354. Te gek om los te lopen

   Het was een benauwde zomerse dag. Samen met enkele collega's en een groepje cliënten liep ik naar “de tuin”, een rommelig stukje groen langs de spoorbaan welke het terrein van het Psychiatrisch Ziekenhuis begrensde. Vijf Tbs'ers en drie begeleiders. Een buitenstaander zou op het eerste gezicht niet goed kunnen onderscheiden wie tot de eerste en wie tot de laatste groep behoorde. Mijn beide collega's sloften verveeld mee en wisselden hun cynische opmerkingen richting cliënten af met flauwe grappen. Vooral diegenen waar ze een hekel aan hadden, moesten het ontgelden. Zelf hield ik me wat afzijdig. Ik voelde me niet thuis bij mijn collega's, ze waren zich te zeer bewust van hun macht. Ik was pas enkele maanden in dienst en bungelde in de hiërarchie van begeleiders ergens onderaan. Ik moest nog veel leren, stelde teveel en ook nog eens de verkeerde vragen en was te patiëntgericht. Het zou beter zijn als ik me wat minder met de mensen bezighield en wat meer met de structuur van de organisatie en het management want “daar draait het hier om!”.
   Een ietsje hoger in de rangorde stond Johan, een activiteitenbegeleider die al enkele jaren op de Tbs-kliniek werkte en zich iedere dag opnieuw uitsloofde om toch maar geaccepteerd te worden. Hij zag er wat slungelig uit, een leptosoom type die opviel door zijn lange nek, wat nog werd geaccentueerd door het hoog opgeknipte haar. Zo slaafs en onderdanig als hij was in het contact met zijn collega's en meerderen, zo grof en vernederend kon hij zijn in de bejegening naar de cliënten. Wie van hen bij het verpleegkundig team niet goed lag, werd als vanzelf door Johan afgesnauwd en zonder enig respect behandeld. Een getinte huidskleur was daarbij een extra verzwarende omstandigheid.

 De weg naar het stukje land voerde langs de kwekerij waar het benodigde gereedschap uit de rekken werd gehaald: enkele schoppen; een schoffel; een hark en een paar dozen met plantgoed. Dit alles ging in een karretje dat Kees, de verpleegkundige die de leiding had, achter zich aan trok. Rudy, een grote gespierde Surinaamse Nederlander met een lang strafblad, nam een flinke bijl mee. Dat leek me niet echt een handig stuk gereedschap om de groenten- en bloementuin mee te bewerken. Blijkbaar zagen mijn twee collega’s dat anders of zagen ze het zelfs helemaal niet. In mijn verbeelding zag ik mezelf al onkruid wieden, waarbij Rudy zomaar ineens het gekke idee in zijn hoofd zou kunnen krijgen om de bijl uit te proberen op mijn schedeldak. Zo'n rare gedachte was dat nou ook weer niet. De mensen die hier verbleven hadden niet zelden een zwaar geweldsdelict begaan. Bovendien werden ze behandeld vanwege een ernstige psychische stoornis.

   “Hé eikel, laat die troep liggen! Je raapt toch geen rotzooi op van de straat!”, schreeuwde Johan plotseling tegen Ricardo, die zich bukte voor iets wat hij in de berm zag liggen. Ricardo, een atletisch gebouwde man van Antilliaanse afkomst, was deze ochtend behoorlijk chagrijnig wakker geworden in de wetenschap dat zijn shag op was en zijn portemonnee leeg. Nu lag daar zomaar ineens het goud aan zijn voeten, althans de verpakking daarvan. Hoopvol raapte hij het blauwe witversleten shagbuiltje van de grond. Aan zijn glinsterende ogen was te zien dat dit gevuld aanvoelde. “Verrekte junk, gooi die shit weg!!!”, tierde Johan opnieuw. Maar Ricardo was zo op zijn vondst gefocust, dat alles om hem heen niet meer bestond. Hij opende het pakje en kwam verrast tot de ontdekking dat er vloeitjes in zaten en nog voor minstens vijf sigaretten shag.
   “Hierrr! Kom op met dat spul!” Dreigend stormde Johan naar voren om het uit zijn handen te rukken. Maar Ricardo vouwde het pakje zorgvuldig op, stak het snel in zijn borstzak en verzegelde zijn rijke bezit nog eens extra door het knoopje dicht te maken. De harde lijnen bij zijn mond krulden zich om tot een kinderlijk blijde glimlach.
   “Kom óp v-v-verdomme met die r-r-rommel ! Als je nou niet......”, stotterde Johan buiten zinnen. “Laat nou maar ” interrumpeerde Kees hem wijselijk, “we zijn er bijna”, waarbij hij samenzweerderig naar mij knipoogde, zo van: die pakken we dadelijk nog wel. Met zichtbare tegenzin trok Johan zich terug en liep vloekend in de richting van Kees.
   “De v-v-vúilak!” siste hij, terwijl hij met een zijwaartse hoofdknik minachtend naar Ricardo wees die met de hand op z'n borstzak opgewekt verder liep.
Kees was de leidinggevende, hij kende het klappen van de zweep. Een door frequent gebruik versleten, maar toch nog steeds venijnige zweep. Alles aan hem was groot en grof. Hij was een lompe kerel met onvermoede sluwe trekjes, een hooligan die door een onverklaarbaar fenomeen aan de voordelige kant van de streep was beland. Kees manifesteerde zich door veel kabaal om zich heen te verspreiden, hard roepen, het maken van kwetsende grappen waarbij hij zelf boven iedereen uitbulderde van het lachen en niet te vergeten, het zware geklos met zijn kisten. Van verre kon je hem horen aankomen. Zijn werkschoenen hadden stalen neuzen en zijn zolen waren beslagen met ijzer wat een bijkomend tikkend en slepend geluid maakte. Hier was een bink in aantocht, een macho, maar wel een met een klein hartje.
   Voor me liep Johan. De woede van daarnet had zijn hals tot boven zijn oren rood gekleurd. Met een getergde blik keek hij af en toe naar Ricardo die onverstoorbaar verder liep en zelfs kans had gezien om vanuit zijn borstzak een shagje te draaien. Het ontbrak hem alleen nog aan vuur. Toen hij een vuurtje aan zijn maten ging vragen, verbood Johan hen ten strengste dat te geven:
“Niks daarvan, géén vuur!. Had ie die rommel maar moeten laten liggen”. Zo bleef hij hem voortdurend dwarszitten en treiteren. In zijn verslavingsnood klampte Ricardo voorbijgangers aan voor een vuurtje, waarop Johan er op zijn beurt weer een stokje voor stak. Dit alles moest Ricardo zwaar frustreren, hoewel daar uiterlijk nauwelijks iets van te zien was. Ondanks de scheldpartijen en vernederende opmerkingen, bleek hij zich te kunnen beheersen. Dat was overigens niet eens zo vreemd. Naarmate Tbs-ers langer in deze inrichting zaten raakten ze er aan gewend om gekleineerd te worden, tegen wil en dank getraind om maar beter niet direct te reageren.
Het was een overlevingsmechanisme in deze soms eeuwigdurende gevangenis waar een duidelijk uitzicht op vrijheid jarenlang afwezig kon zijn. Elke overschrijding van de nogal willekeurige grens werd afgestraft met sancties, van het intrekken van met veel moeite verworven vrijheden tot een dagen- of wekenlange eenzame afzondering in de separeer cel. Niet doen wat de leiding van je verlangde of protesteren, schelden en vechten, het kon een tbs-er jaren langer in de inrichting houden. Eenmaal bestempeld als een dwarsligger kwam je niet meer van dat etiket af. Wat dat betreft kon ik daar zelf, na enkele maanden, al over meepraten en dan behoorde ik nog tot het verpleegkundig team.
   Met Ricardo kon ik goed opschieten. We sportten veel waarbij het er soms hard aan toe kon gaan omdat we allebei voor de winst gingen. Dan werd er geduwd, geschreeuwd en gevloekt. Gewonnen of verloren, het had geen invloed op ons contact. Een groot deel van het team had een hekel aan Ricardo en liet dat ook duidelijk blijken. In die zin was het niet zo vreemd dat hij me nu opzocht en eigenlijk tegen beter weten in om een vuurtje vroeg, wat ik hem moest weigeren. Hoewel hij groot en gespierd was, hingen zijn schouders omlaag, de typische houding van een slachtoffer. Uit zijn stuurse moedeloze blik sprak een diepe teleurstelling, wat de pesterige sfeer vanuit het team naar hem toe alleen maar versterkte.

 
   We waren bij de tuin aangekomen. De ketting die om de dubbele houten poort was gewikkeld werd verwijderd en het karretje naar binnen gereden. De jongens konden aan het werk. Ricardo pakte voortvarend de schop uit de wagen en stak hem precies daar in de grond waar hij zich op dat moment toevallig bevond.
“Hée, ben je nou helemáál! Stop daar eens mee!”
“En wel nú verdomme!”, schreeuwde Johan toen Ricardo zijn handeling af wilde maken. Hij trok hem de schop uit zijn handen, ging recht voor hem staan en riep:
“Weet jij soms al wat er hier moet gebeuren hè?”
“Hè?!!!” herhaalde hij nog eens, waarbij hij zijn hals verder uitrekte in de richting van Ricardo.
“Ja”, bromde deze zacht, “zand graven”.
“Néé, níks graven, eerst bespréken wij hier de dingen! Als iedereen zomaar zijn eigen plan trekt wordt het een zootje!”.
Ricardo zweeg. Hoe stiller hij in zo'n situatie werd, des te meer spanning bouwde hij van binnen op. Mijn collega's ontging dit soort subtiliteiten meestal, daarvoor waren ze te grof besnaard of afgestompt. En zoiets bespreekbaar maken binnen het team had geen zin, het leidde alleen maar tot irritaties en lacherigheid, was mijn ervaring. Kees pakte een stuk papier uit zijn broekzak en riep iedereen bij elkaar.
“Allemaal even kijken nu”.
“Dit is de tuin”, hij wees naar een met potlood getekende rechthoek.
“Hier op het stuk waar wij nu staan komen de aardappels, maar dan moet eerst die rotzooi eruit getrokken worden en daarna alles omgespit en geharkt. Dat doe jij Rudy, samen met Mike”.
“Dáár op het hoekje bij het spoor wil ik de pompoenplanten hebben, die mogen gerust een flink eind van elkaar komen”.
“Ricardo, jij maakt met het kleine schopje de plantgaten. Die moeten minstens 50 cm. tussenruimte hebben. Gooi er flink wat mest bij en dan zet Michael de planten erin, okee?”
“Beginnen maar!”

 
“Oh ja, Steve, loop jij even terug naar de kas en breng wat kaartjes en een viltstift mee”.
Steve had sinds kort meer vrijheden en mocht zich zonder begeleiding over het ziekenhuisterrein begeven. Hij lag goed in het team, was intelligent, blank, volgzaam
en goedgebekt.
“Allee Ricardo, komt er nog wat van? Pak je gereedschap en begin!”, riep Johan.
“Ik wil een gróte schop” zei Ricardo.
Grijnzend liep Johan naar hem toe en gaf hem onverwachts een schop onder zijn kont, welke duidelijk te hard aankwam. Blijkbaar had hij zijn opgekropte woede jegens Ricardo niet kunnen inhouden. Ricardo bleef stokstijf staan. Ik zag hem bleek wegtrekken en hield mijn hart vast. Kees, die de ernst van de situatie inzag, probeerde er op zijn manier een afleidende draai aan te geven:
“Kom op jongens geen flauwekul nu, we gaan beginnen!”
“Johan, wil jij me even meehelpen om het prikkeldraad in de hoek aan te spannen?”
Blijkbaar wilde hij Johan gauw even bijpraten.
“En Ricardo, pak even met Michael die dozen met planten uit de kar, dat scheelt in het gewicht”.
Maar Ricardo bleef staan. Met zijn gezicht naar de grond mompelde hij zachtjes:
”Ik moet naar de wc”.
“Piet, ga jij even met Ricardo naar de kwekerij en breng meteen ook nog een paar van die dunne handschoenen mee”.
Er klonk opluchting door in de stem van Kees, hij dacht het opgelost te hebben.
“Kom Ricardo”, zei ik, “dan loop ik met je naar de wc.”
Traag zette hij zich in beweging. Zwijgend en met gebogen hoofd, emotieloos als een zombie slofte hij naast me. Ik probeerde een gesprek op gang te brengen, maar hij was niet bereikbaar. Onderweg kwamen we Steve tegen die terug naar de tuin ging. 
In het voorbijgaan gaf hij me een knipoog. Hij had dus enigszins door wat er aan de hand was.
 
Bij de kas van de kwekerij aangekomen liep Ricardo naar binnen. Ik bleef buiten staan wachten. Na enkele minuten kwam hij terug, rokend en wel. Verdorie Ricardo, dacht ik in mezelf, had nu toch even op de wc gebleven met die peuk.
Hij had binnen natuurlijk ergens een aansteker gevonden en meteen zijn sigaret tevoorschijn gehaald. Maar ja, wat nu? Zo kon ik niet met hem terug, dat leidde onherroepelijk tot een hevige aanvaring. Na deze sigaret zou er ongetwijfeld nog een volgen en nóg een, zeker nu hij zich zo klote voelde. Volgens de regels zou ik hem dat onmiddellijk moeten verbieden want: “we trekken hoe dan ook één lijn”. Maar dit moment en deze situatie vroegen gewoonweg om een soepele en goed afgestemde aanpak die ook dan nog steeds recht kon doen aan de regels. Hier was iets in de basis al helemaal mis. Op deze manier schiep het verplegend personeel een bom voor zichzelf. Zomaar ineens was ik in een mijnenveld terecht gekomen en fungeerde ik als mijnenveger. Bij de aanblik van een rokende Ricardo, zou Johan absoluut in woede ontsteken en hels tekeer gaan met alle nare gevolgen van dien. Intussen zag ik Ricardo gespannen en nerveus aan zijn sigaret trekken. Zijn blik schoot van links naar rechts, richting de tuin en weer naar mij. Ik móest nu iets doen.
“Wacht Ricardo”, zei ik en keek hem daarbij vriendelijk maar doordringend aan, “wacht nog éven met roken. Straks op de afdeling kun je......”
”Ik gá niet naar de afdeling, ik ga wég...!” onderbrak Ricardo me heftig.
Plots was dit niet meer de man die ik kende. Zijn toon kwam hard en vijandig bij me binnen. Van het ene op het andere moment zag hij mij alleen nog maar als degene die hem zou proberen te verhinderen weg te lopen uit deze inrichting. Net dat éne druppeltje weerstand wat hij zojuist van me had meegekregen was voldoende om de emmer te doen overlopen. Ik probeerde contact te krijgen maar het hoefde al niet meer. Het wilde vuur spatte uit zijn ogen en de hitte kwam met de snelheid van een explosie op me af.
“Ricardo.........”
Binnen een fractie van 'n seconde had hij zijn grote hand als een bankschroef om mijn keel geklemd, tilde me als een veertje omhoog en knalde me vervolgens met mijn hoofd tegen de stalen schuifdeur van de kas. Ik zweefde, mijn voeten voelden geen vaste grond meer en het werd zwart voor mijn ogen. Een stekende pijn drong mijn hoofd binnen, duizenden lichtpuntjes golfden heen en weer. Dat moesten wel de bekende sterretjes zijn. 
 
Het kwam totaal niet in me op me te verdedigen of te proberen zijn handen van mijn keel te trekken. Geen willen, geen emoties van angst of kwaadheid waren er, helemaal niks. Er was een vanzelfsprekende instinctieve overgave aan de situatie, zoals een prooi zich gedraagt die door een roofdier wordt meegesleept. Binnen die enkele tellen dat ik me letterlijk tussen hemel en aarde bevond, had ik een breed en helder besef van wat er bij iedereen speelde. Was dit soms sterven? Ach nee. De harde stoffige bodem waarop ik neerkwam bracht me direct in de realiteit. Ik opende mijn ogen en sloot ze meteen weer vanwege de intense pijn. Ik moest even wennen aan het felle licht. Langs de rol landbouwplastic, waar mijn gepijnigde hoofd op terecht was gekomen, zag ik door de spleetjes van mijn ogen in alle rust een lieveheersbeestje wandelen. Dat loopje, met die scheve naar buiten gerichte pootjes, kende ik. Dat was de manier van lopen van Johan! Ik krabbelde omhoog en viel weer neer. Mijn hoofd leek gevuld met vloeibaar lood dat zwaar klotsend op mijn hersenen beukte. Ik trok me omhoog aan de greep van de kasdeur en ving nog net een glimp op van Ricardo die er als een speer vandoor was gegaan.


 




dinsdag 10 april 2012

317. Israël, een patiënt zonder ziekte-inzicht

Soms ontkom ik er niet aan om problemen van landen en volkeren te vergelijken met die van mensen. Wat in het klein gebeurt, gebeurt vaak ook in het groot en andersom. Landen en volkeren hebben een eigen aard, eigen gewoontes en gedragingen, ze kunnen redelijk beschaafd zijn maar ook onbeschoft, agressief en keihard naar anderen. Gewoonlijk gedraagt een land zich naar andere landen in de wereld zoals sommige individuen dat kunnen doen naar hun nabije omgeving. Uitzonderingen daargelaten, gaat men voornamelijk uit van het eigenbelang en verhult dat in mooie woorden en schone schijn. Hoe beschaafder een mens is, des te meer oog zal hij hebben voor de ander. Een beschaafd mens treedt de ander gelijkwaardig en met respect tegemoet, daarnaast is hij aanspreekbaar op zijn gedrag mocht hij in de fout gaan. Een ‘sorry’, is dan geen gezichtsverlies wat tot elke prijs gemaskeerd dient te worden, maar een gemeend excuus vanuit inzicht. Elk land heeft een eigen volksaard, bezit rijkdom en talenten en toont graag zijn grootsheid. Datzelfde land kent ook zijn specifieke problemen en bezit soms een blinde vlek voor minder mooie zaken die men liever niet belicht ziet.



De Israëlische minister van Binnenlandse Zaken heeft vandaag besloten om de Duitse schrijver Günther Grass tot persona non grata te verklaren. Aanleiding daartoe was het prozagedicht: ‘Was gesagt werden muss’, wat Grass onlangs publiceerde in enkele kranten:  http://www.sueddeutsche.de/kultur/gedicht-zum-konflikt-zwischen-israel-und-iran-was-gesagt-werden-muss-1.1325809  
De Nederlandse vertaling vindt u hier: http://www.decontrabas.com/de_contrabas/2012/04/omstreden-gedicht-g%C3%BCnter-grass-vertaald.html  
Grass schrijft hierin o.a. dat niet Iran, maar Israël als nucleaire macht de wereldvrede in gevaar brengt. Op elk beetje kritiek reageert Israël als door een wesp gestoken. Steeds opnieuw wordt de Holocaust erbij gehaald, worden critici monddood gemaakt en gemakshalve in het antisemitische kamp ingedeeld. Om verder te gaan in de vergelijking van mensen/landen: we hebben het hier over een patiënt met een psychische stoornis. Dat is erg triest, maar mag niet ten koste gaan van de wereldvrede. Israël heeft een traumatische ervaring achter de rug en vertoont aanhoudend slachtoffergedrag. Het lijkt er sterk op dat dit land lijdt aan een paranoïde persoonlijkheidsstoornis. kenmerken van zo'n patiënt kunnen zijn: wantrouwen, een vastomlijnde wijze van denken en handelen op basis van achterdochtige ideeën over anderen, ervan overtuigd zijn dat de eigen kijk op alles de enige juiste is. Zo iemand kan niet goed tegen kritiek, voelt zich bedreigd als anderen het anders zien, is vaak halsstarrig en kent geen weg terug als blijkt dat de eigen denkbeelden onjuist zijn, wat kan overgaan in waanideeën. Ook kan men angstig worden door een ervaren kwetsbaarheid. Vervolgens kan de dreiging die van buiten wordt ervaren, worden omgezet in woede en agressie om de angst te verminderen. Israël in een notendop.

Natuurlijk moet men Israël  niet gaan bevestigen in zijn irreële angsten en waandenkbeelden, dat is vragen om een grote oorlog. Ook moet de wereld zijn handen niet van dit probleem trekken want Israël heeft geestelijke hulp nodig. Bovendien is het tot de tanden bewapend en heeft atoomwapens, een omstandigheid waarbij de Internationale Gemeenschap het blijkbaar niét nodig vindt om controle uit te oefenen. Iran fungeert in deze als tegenpool en houdt Israël een spiegel voor. De wapens die het Iran wil ontzeggen heeft Israël zelf al jaren, een absurde situatie. Israël is vanuit zijn traumatische verleden in staat om gekke dingen te doen, dat blijkt voortdurend. Het land moet daarom geholpen worden om ziekte-inzicht te krijgen. Dat alleen is al een hele toer. Helaas zijn we daar nog erg ver vanaf. Israël wordt in haar beleid gesteund door Amerika en vele andere landen waaronder Nederland. Erg hoopvol ziet de situatie er niet uit. Daarom juich ik het tegengeluid van Günther Grass alleen maar toe.

Zie ook: Aanval op Iran?


Aanslag op Iraanse kerngeleerde


zondag 6 november 2011

227. Aanval op Iran?

Innerlijke beschaving begint in het midden van een mens. Het maakt niet uit waar mensen wonen, uit welke cultuur ze komen en of ze ergens in geloven of niet, we zijn wereldburgers en gelijkwaardig aan elkaar.
   Vrijdag j.l. kwamen er berichten naar buiten over de plannen voor een nieuwe oorlog, ditmaal tegen Iran. Die plannen liggen al enige tijd op het bureau en wachten op uitvoering, want je moet natuurlijk wel een goeie reden hebben om een ander land aan te vallen. Men zoekt dus naar een ‘smoking gun” en als die zo een-twee-drie niet voorhanden is, wordt die wel geconstrueerd (zie o.a. de Irakoorlog). In dat licht moet men ook de beschuldiging zien van krap een maand geleden dat Iran voornemens zou zijn om de Saoedische ambassadeur in Washington te vermoorden. Wie zich er enigszins in heeft verdiept weet dat het een belachelijk verhaal is dat aan alle kanten rammelt. Zo tracht men opnieuw diezelfde sfeer van verdachtmakingen te creëren als opmaat tot een nieuwe oorlog.


De regering in Iran onderdrukt haar volk op allerlei wijze, de mensenrechten worden regelmatig geschonden, vrouwen worden achtergesteld, homoseksualiteit is verboden en als het wordt gepraktiseerd leidt het tot zware straffen, het internet wordt door de staat gecontroleerd en sommige religieuze minderheden worden vervolgd. Los van het feit dat veel van deze zaken ook van toepassing zijn op bijvoorbeeld China en andere landen, lijkt ook Iran me op het wereldtoneel een gevaarlijk en onbetrouwbaar land. De regering van Iran zegt bezig te zijn met een vreedzaam atoomprogramma en ontkend categorisch de beschuldigingen dat men bezig is met het ontwikkelen van atoomwapens. Aan die ontkenningen hecht ik niet zoveel waarde, maar het zou natuurlijk kunnen. Zoals Iran zich bedreigd voelt door het taalgebruik en wapengekletter van Israël, Amerika c.s., zo voelt Israël zich bedreigd door de mogelijke toekomstige kernwapens van Iran. Tot zover is het nog begrijpelijk. Maar Israël heeft zelf in het geheim kernwapens ontwikkeld, weigert dit ter discussie te stellen en eist ondertussen wel van Iran een volledige controle op hun atoomprogramma. Als het al waar is dat Iran kernwapens aan het ontwikkelen is, blijft de vraag liggen waarom landen als Israël, Verenigde Staten, Rusland, Engeland, Frankrijk, China, India, Pakistan en Noord-Korea, wél kernwapens in bezit mogen hebben en Iran niet.

vrijdag 7 oktober 2011

209. De damschreeuwer als hofnar


   De damschreeuwer is m.i. een dorpsgek, een goedaardig persoon met rare streken. Dit geldt ook voor de waxinelichtgooier en de concertgebouwprofeet. Deze drie unieke persoonlijkheden hebben met elkaar gemeen dat op zekere dag een koningin hun pad kruiste. Dat zou een heel goed teken kunnen zijn en in wezen is het dat ook: een koningin die koninklijke wijsheid en vrouwelijkheid uitstraalt, die zich ontvankelijk en welwillend opstelt en haar autoriteit gebruikt om de kwetsbare mens in de samenleving te beschermen. Want we hebben het hier over drie zeer gevoelige mensen die zich met moeite staande kunnen houden in een zich verhardende maatschappij. Een wijze koningin beseft zoiets en handelt er naar.
   Koningin Beatrix sprak in haar laatste Kerstboodschap o.a. de volgende woorden:
“Wanneer mensen het vertrouwde niet meer herkennen, groeit wantrouwen. Maar geduld, respect en saamhorigheid kunnen tegenwicht bieden. Het komt aan op maatschappelijke verbondenheid. De uitdaging is steeds elkaar te betrekken bij het oplossen van problemen. Wie zich deelnemer voelt, wordt ook gesterkt in besef van eigenwaarde.” Zij besluit haar toespraak met: “Bij de processen die het menselijk leven beheersen zijn wij allen betrokken. In tal van verbanden zijn wij met elkaar verbonden. Door ons te richten op een gemeenschappelijk perspectief kunnen wij trachten angst en argwaan te overwinnen en een goede balans te vinden tussen 'wij' en 'zij'. In de boodschap van geloof, hoop en liefde geeft Kerstmis ons bezieling en bemoediging.”
   Dat bleek holle retoriek. De koningin was na de betreffende incidenten onzichtbaar en zweeg in alle talen. Het justitieel apparaat kwam wel in actie. Gisteren is de damschreeuwer veroordeeld tot 1 jaar celstraf waarvan een half jaar voorwaardelijk. De waxinelichtgooier is vorige maand ontoerekeningsvatbaar verklaard. Hij wordt 1 jaar gedwongen opgesloten in een psychiatrisch ziekenhuis (inclusief gedwongen medicatie), een maatregel die in principe elk jaar weer verlengd kan worden. Deze man zat al een heel jaar in voorarrest, zat zelfs in de EBI (Extra Beveiligde Inrichting) bedoeld voor zware misdadigers. Omdat hij in hoger beroep gaat blijft hij in voorarrest zitten. De concertgebouwprofeet is gedwongen opgenomen in een psychiatrische inrichting. Het is mij niet bekend voor hoelang. Ik kan me niet aan de indruk onttrekken dat deze drie mensen onevenredig zwaar zijn en/of worden gestraft. De aanwezigheid van de koningin bij de incidenten speelt daarbij volgens mij een grote rol. Het klimaat in Nederland verhardt. Er lijkt in onze maatschappij voor veel groepen en individuen geen plaats meer te zijn. Mensen met problemen komen in de knel. De gevangenhouding, de rechtszaken, de beveiliging- en controlemaatregelen, de psychiatrische onderzoeken en behandelingen van het genoemde drietal, zijn zwaar overtrokken en kosten ons ook nog eens bakken met geld.


Menselijkheid en “een goede balans vinden tussen ‘wij’ en ‘zij" (de woorden van de koningin), zouden de plaats in moeten nemen van angst, wraaklust en vergelding. Een hele simpele, praktische en ook nog eens veel goedkopere oplossing is een persoonlijk begeleider. Als het klikt kan deze zijn als een vriend waar je bij terecht kunt in moeilijke perioden. De begeleider kan een en ander bijsturen en in goede banen leiden en voorkomt daarmee dit soort incidenten. Een bepaald risico op excessen blijft desondanks altijd en overal bestaan. 
   Het koningshuis zou wel wat luchtigheid, humor en relativering kunnen gebruiken. Een advies aan de koningin: doe zoals velen voor u reeds deden en trek een aantal hofnarren aan. Momenteel staan er al drie kandidaten in de wacht.   

9 maart 2012
Het gerechtshof in Amsterdam heeft in hoger beroep de damschreeuwer veroordeeld tot een gevangenisstraf van 16 maanden waarvan 8 maanden voorwaardelijk met als bijzondere voorwaarde een verbod op aanwezigheid bij de Nationale dodenherdenking op 4 mei op de Dam te Amsterdam gedurende een proeftijd van 5 jaren. De rechtbank had een gevangenisstraf van 12 maanden waarvan 6 maanden voorwaardelijk opgelegd met dezelfde voorwaarde.

Zie ook: "De waxinelichtgooier en de koningin"
http://pietschellekens.blogspot.com/2011/04/112-de-waxinelichtgooier-en-de-koningin.html

"De damschreeuwer en de vlinder van Lorentz"
http://pietschellekens.blogspot.com/2011/04/121-de-damschreeuwer-en-de-vlinder-van.html


dinsdag 26 april 2011

121. De damschreeuwer en de vlinder van Lorenz

Lorenz, wiskundige en meteoroloog, was een van de voorvechters van de ‘chaos theory’. U kent waarschijnlijk wel de bekende uitspraak van hem: “De vleugelslag van een vlinder in Brazilië, kan een wervelstorm in Texas veroorzaken”. Lorenz onderzocht hoe kleine veranderingen, grote gevolgen kunnen hebben voor gedrag, situaties en natuurlijke processen. Het is een theorie die mij erg aanspreekt, ook omdat dit gegeven steeds zichtbaar is in het dagelijkse leven en daardoor niet enkel  denkbeeldig hoeft te blijven. Zo bezien is het in principe mogelijk dat een ogenschijnlijk nietig menselijk individu iets in gang kan zetten waardoor de gehele wereld ingrijpend verandert. Dat geldt voor zowel positieve als negatieve acties. Ik moest hieraan denken toen ik dit stukje over de ‘damschreeuwer’ begon te schrijven, het past wel binnen deze chaostheorie.
   
De damschreeuwer is de man die tijdens de dodenherdenking vorig jaar de stilte verbrak met een harde schreeuw. Daarop riep iemand  ‘bom, bom, koffertje, vlucht!’, waarop de menigte in beweging kwam. Met een luide klap viel een dranghek om en ontstond er grote paniek in de menigte. De koningin en haar gevolg wisten niet hoe snel ze weg moesten komen, zó bang waren ze voor…ja, voor wat eigenlijk? Voor een gevaar dat er niet was.
    De man die schreeuwde, o.a. bekend als Adam, wordt nu verdacht van het veroorzaken van zwaar lichamelijk letsel door schuld, verstoring van de openbare orde en feitelijke aanranding van de koningin en de troonopvolger. Adam zat eerst twee maanden vast in de Bijlmerbajes, zijn opsluiting werd aanvankelijk met 3 maanden verlengd maar in hoger beroep was het hof van oordeel “dat er onvoldoende verdenking bestaat van betrokkenheid  van de verdachte bij deze feiten” en werd hij vrijgelaten. Kort na zijn vrijlating werd hij opnieuw opgesloten wegens het beplakken van het monument op de Dam met een tissue. Twee stadswachten hielden hem aan waarbij hij nu ook nog verdacht wordt van bekladding van het monument en belediging van ambtenaren. Dat telt lekker op en zo groeit het dossier van Adam gestaag.
    Het is een jaar verder en bijna weer dodenherdenking. Onlangs is  Adam opnieuw opgesloten. Zijn versie: “Ik werd opgepakt wegens winkeldiefstal, ze dachten dat ik iets gestolen had bij De Bijenkorf, maar dat is niet zo. Ik ben uit voorzorg vastgezet omdat ze bang zijn dat ik op 4 mei opnieuw ga schreeuwen. Onzin, ze hadden me kunnen bellen, ik zou op vakantie gaan en had al een ticket geboekt”. De versie van de politie is dat hij “een overhemd en stropdas heeft gestolen. Hij heeft al vaker gestolen en dan is dit wat er met je gebeurt. In dit geval komt het ons goed uit”. Adam moet nu een zogenoemde ISD-zitting afwachten. Daarin wordt bepaald of hij in een Inrichting voor Stelselmatige Daders wordt geplaatst. In dat geval kan hij voor twee jaar worden opgesloten.
    Tsja, zo doen we dat in Nederland. Lastige mensen, vaak mensen die zich naar de mening van de autoriteiten niet voldoende aanpassen of kritiek uiten, verbannen we voor enkele jaren naar het platteland, achter hoge muren en prikkeldraad uit het zicht van de beschaafde wereld. Het doet denken aan de psychiatrische inrichtingen en werkkampen in Rusland en de heropvoedingsprogramma’s in China. Ook al hebben we hier in naam vrijheid en democratie, je wordt verplicht mee op te stomen in de vaart der volkeren, deel te nemen aan de heilige economische groei en dit zónder al teveel kritiek en tegenstand. Gooi je je kont tegen de krib dan heeft de staat haar instrumenten klaarstaan om je in het gareel te krijgen.

Nog even over Adam. Ik zag enkele filmpjes met interviews en las een aantal artikelen over Adam. Deze man lijkt me geen gevaarlijke gek maar eerder prettig gestoord. Zijn schreeuw kwam eigenlijk voort uit de verstoring van zijn gebruikelijke loop naar een stamcafeetje. Adam was enigszins beschonken en liep ineens tegen een  massa doodstille mensen, op een plek waar het anders altijd rumoerig is. “Ik vond het maar een suffe boel daar”, verklaarde hij en dat was het natuurlijk ook. Daar bracht hij impulsief verandering in. Vervolgens kwam de chaostheorie van Lorenz om de hoek kijken en groeide iets kleins uit tot iets groots. Het is m.i. zeker geen opzettelijk veroorzaken geweest van zwaar lichamelijk geweld of van aanranding van de koningin en haar gevolg. Dit laatste doet me trouwens denken aan de humor van deze Adam welke regelmatig naar boven komt. Breed lachend zei hij: ”Ik ben dol op het koninklijk huis en ik vind die Beatrix best een lekker wijf”.

    Adam is niet van onbesproken gedrag, er hebben in het verleden allerlei akkefietjes plaatsgevonden. Voor een rechtlijnig denkende en opererende overheid is het een lastpost. Maar eigenlijk is hij volgens mij een vrolijke en zeer vrijheidslievende man waar een steekje aan los is, zoals dat bij iedereen wel het geval is. Deze man behoeft wat extra specifieke aandacht, dat is alles. Een langdurige opsluiting is volstrekt niet op z’n plaats en zou een marteling worden. Wat gerichte persoonlijke aandacht dus. Maar daar willen wij in onze maatschappij geen tijd en plaats (lees: geld) meer voor vrijmaken. Iedereen moet in het gareel. Doe je niet mee dan word je verbannen, op locatie in mootjes gehakt en weer opnieuw in elkaar gezet, gedwongen heropvoeding op maat inclusief medicatie.

9 maart 2012
   Het gerechtshof in Amsterdam heeft in hoger beroep de damschreeuwer veroordeeld tot een gevangenisstraf van 16 maanden waarvan 8 maanden voorwaardelijk met als bijzondere voorwaarde een verbod op aanwezigheid bij de Nationale dodenherdenking op 4 mei op de Dam te Amsterdam gedurende een proeftijd van 5 jaren. De rechtbank had een gevangenisstraf van 12 maanden waarvan 6 maanden voorwaardelijk opgelegd met dezelfde voorwaarde.

Zie ook: "De damschreeuwer als hofnar 
http://pietschellekens.blogspot.com/2011/10/209-de-damschreeuwer-als-hofnar.html


dinsdag 5 april 2011

112. De waxinelichtgooier en de koningin

    Erwin Lensink is degene die op Prinsjesdag 21 september 2010 een waxinelichthouder naar de Gouden Koets gooide. Daar zaten op dat moment de koningin in, prins Willem-Alexander en prinses Maxima. De waxinelichthouder raakte de Gouden Koets, wat zichtbaar is op een videofilmpje van de rijtoer door Den Haag. Erwin Lensink werd direct tegen de grond gewerkt door een groot aantal aanwezige agenten en bevindt zich nu in de Extra Beveiligde Inrichting (EBI) te Vught, de strengst beveiligde gevangenis van ons land die bedoeld is voor extreem gevaarlijke misdadigers. Hij zit nu al meer dan een half jaar opgesloten en wordt beschuldigd van vernieling van de Gouden Koets, belediging van de koninklijke familie en poging tot zware mishandeling van lakeien en persoonsbeveiligers die in de buurt van de koets liepen.

    Een en ander komt op z’n minst nogal aangezet over en deze worp mag toch zeker geen reden zijn om hem zo langdurig en ook nog tussen de gevaarlijkste misdadigers van het land vast te zetten. Een passende straf is op zijn plaats, maar het lijkt er verdacht veel op dat justitie deze man wil breken omdat hij pittige kritiek heeft geuit op het koningshuis. En als dat zo is belanden we stilletjes in de sfeer van een dictatuur. Zijn verblijf in de EBI liep enige keren uit op een verbanning naar de isoleercel, een prikkelvrije omgeving waar bijna ieder gezond mens op een gegeven moment min of meer gestoord gedrag gaat vertonen.
    Eén van de confrontaties binnen deze gevangenis dateert van begin januari j.l. en lijkt sterk op pesterij. Het was de ochtend waarop Erwin Lensink voor de rechter zou komen. Hij bevond zich toen in een isoleercel en had een papieren gevangenisoverall aan waarmee hij niet voor de rechter kon verschijnen. Men heeft hem toen vuile kleren aangereikt. Omdat Erwin in schone kleding voor de rechter wilde staan, ontstond er een discussie die zo hoog opliep dat men hem terug in de isoleercel plaatste. Eerder al had Erwin problemen gekregen doordat zijn brieven niet werden verstuurd of zelfs werden vernietigd. Zijn protest leidde vervolgens tot een verblijf in de isoleercel van 12 dagen.
    Dit is helaas geen uitzondering in Nederland, het komt meermaals voor in onze detentiecentra dat opgesloten personen op deze manier onder druk worden gezet of gestraft. Iets wat in strijd is met het mensenrechtenverdrag: het verbod op een inhumane en vernederende behandeling.
    De symbolische ‘verzetsdaad’, zoals Erwin Lensink de worp tegen de koets betitelt, komt voort uit door hem in het heden en verleden ervaren onrecht jegens hemzelf, zijn familie, enkele medegevangenen en ook o.a. wegens zijn emotionele betrokkenheid met slachtoffers van faillisementen. Daarnaast heeft Erwin sterke twijfels over het adellijke bloed van de koningin. Dit omdat zij een afstammeling zou zijn van een bastaard. Hij wil dan ook DNA-onderzoek laten doen bij de koningin. Als blijkt dat de koningin geen recht heeft op haar adellijke titel, zou Erwin Lensink haar mogelijk terecht als een oplichtster hebben betiteld en niet vervolgd worden voor deze belediging.
    De Haagse rechtbank heeft vorig jaar de expertise ingeroepen van het NIFP, het onafhankelijke kennisinstituut voor forensische psychiatrie en psychologie. Zowel rechtbank als NIFP ressorteren onder de landelijke dienst van het Ministerie van Justitie. De vraag is of je dan eigenlijk wel kunt spreken van onafhankelijkheid. Psychiater de Man van het NIFP had op 6 december 2010 een gesprek van 50 minuten met Erwin, een Rotterdamse psycholoog ongeveer 5 minuten. Op de zitting bleek dat beide heren regelmatig met elkaar hadden overlegd, maar zogezegd onafhankelijk van elkaar tot de eensluidende conclusie waren gekomen dat Erwin Lensink als volledig ontoerekeningsvatbaar moet worden beschouwd. Het duurde daarna 3 maanden voordat het verslag gereed was, dit werd vervolgens pas twee dagen vóór de zitting naar de verdediging gestuurd. De advocate moest na ontvangst hals over kop naar Vught rijden om het nog te kunnen doorspreken. Leuke grap en vanzelfsprekend moeilijk om je dan goed voor te bereiden op de zitting. Volgens het Openbaar Ministerie moet Erwin Lensink worden ontslagen van alle rechtsvervolging wegens volledige ontoerekeningsvatbaarheid en één jaar in een gesloten psychiatrische inrichting gedwongen worden behandeld inclusief medicatie. Om meer inzicht te krijgen in zijn geestelijke toestand dient hij eerst overgeplaatst te worden naar het Pieter Baan Centrum. Dit volgens het tussenvonnis wat vorige week vrijdag is uitgesproken, waarbij de rechtbank een tbs-maatregel als optie openhoudt. In dat laatste geval kan het nog jaren duren voor Erwin Lensink vrijkomt.
    Zijn ‘symbolische verzetsdaad’ was volgens hem een noodzakelijk kwaad om de aandacht van media en politiek te trekken. Een actie die hij als geslaagd beschouwd waardoor men naar zijn zeggen dus ook niet voor herhaling hoeft te vrezen, dit in tegenstelling tot de mening van de twee NIFP-experts die oordelen dat er wel degelijk gevaar voor herhaling is. Omdat de rechtbank dit advies heeft overgenomen zit Erwin Lensink voorlopig nog eens 7 weken langer vast, nu in het Pieter Baan Centrum met mogelijk zicht op TBS.

woensdag 23 maart 2011

102. Nucleaire en medische experimenten op mensen

















                                                          

Ik zag een klein bericht in de Volkskrant van 18 maart 2011 j.l. met als kop “Claim tegen VS vanwege experiment”. Het artikel gaat over gedetineerden, psychiatrische patiënten, militairen en wezen die gezondheidsklachten hebben opgelopen bij een geheim Amerikaans experiment in Guatemala. Zij hebben een aanklacht ingediend en eisen een schadevergoeding. In dit specifieke geval gaat het om 500 tot 700 personen die tussen 1946 en 1948 opzettelijk zijn besmet met seksueel overdraagbare aandoeningen zoals syfilis en gonorroe. Onderzoekers wilden bestuderen of een antibioticum deze ziektes kon voorkomen. Om aan de benodigde gegevens te komen werden besmette prostituees ingeschakeld. Ook werden mensen ingeënt, of besmet in open wonden om de bacteriën in hun lichaam te krijgen. President Obama en Hillary Clinton hebben de Guatemalteekse president hiervoor al hun verontschuldigingen aangeboden, maar de VS hebben tot nu toe geweigerd om de nog levende slachtoffers te betalen, vandaar hun aanklacht tegen de VS.

Denk niet dat dit zomaar een enkel incidentje is, denk evenmin dat het iets is wat nu niet meer gebeurt of niet bij ons. Het is een kort bericht in een lange reeks van diverse geheime experimenten op duizenden kwetsbare, weerloze, onwetende of nietsvermoedende mensen, berichten die van tijd tot tijd druppelsgewijs uit diepe doofpotten lekken en aan het licht komen. Uit mijn archief heb ik een krantenbericht opgeduikeld uit een krant van een jaar of vijftien geleden. Dit gaat over opdrachten tot experimenten welke komen vanuit de Amerikaanse regering. Maar Franktijk, Engeland, Israël, Rusland en andere landen hebben ook soortgelijke experimenten uitgevoerd op nietsvermoedende mensen. Even los van allerlei complottheorieën die de ronde doen, is er op het internet uitgebreide serieuze informatie te vinden over deze kwalijke praktijken. Onderstaand artikel spreekt wat dat betreft alleen al boekdelen. Ook nu, met de grote problemen in diverse Japanse kerncentrales acht ik de uitspraken van de autoriteiten en regeringswoordvoerders niet betrouwbaar. Altijd klinken er de welbekende geruststellende geluiden dat er geen of nauwelijks gevaar is voor de volksgezondheid.

Het lijkt me erg belangrijk om steeds zelf zoveel mogelijk informatie te vergaren en op de hoogte te blijven van actuele gebeurtenissen in plaats van te vertrouwen op de autoriteiten. Zelf leren zien, lezen en luisteren achter de woorden, eigen afwegingen maken en op grond daarvan beslissingen nemen. Dat alles is moeilijk genoeg, maar altijd nog beter dan door een stelletje ambitieuze minkukels en machtswellustelingen naar de slachtbank geleid te worden.

Zie ook blog nr. 77 februari 2011: Herinneringen aan George Bush
http://pietschellekens.blogspot.nl/#!/2011/02/77-herinneringen-aan-george-bush.html