woensdag 20 juli 2022

530. Het jonge kauwtje

 

De allereerste jonge kauw die ik dit jaar zag was een fraai exemplaar met een verzorgd verenkleed en mooie blauwe ogen. De twee scharminkels die daarna mijn tuin bezochten waren kaal als een gier. Zo lelijk als deze twee was ik niet eerder tegengekomen. De hele dag schreeuwden ze luidkeels om voedsel. Vervolgens kwam moeder kauw snel aanvliegen met een volle bek, waarop de kauwtjes nog harder begonnen te schreeuwen. Een van de jonkies zocht aarzelend toenadering tot mij. Haar moeder kent me goed, wat positief bleek te werken in het leggen van het contact met haar jong. Eenmaal kennis gemaakt met de broodkruimels verdween de reserve van het jonge kauwtje al snel. Binnen een dag at ze uit mijn hand (of het een ‘zij‘ is weet ik trouwens niet, realiseer ik me nu. Misschien komt die veronderstelling wel voort uit een verborgen wens die zich niet beperkt tot de kauwtjeswereld). Ik vond het leuk om weer van zo dichtbij een kauwtje mee te maken. Die dag kwam ze steeds weer terug en bedelde om voedsel, waar ik aan toegaf. Dan keek ze me aan en we begrepen elkaar, althans zo lijkt dat dan. Maar ja, net als bij jonge mensen zijn er in het leven van een jonge kauw bepaalde fasen waarin men gewoontes en gedragingen kan aanleren en eigen maken. Wordt die fase onderbroken, is de regelmaat zoek of is die specifieke fase voorbij, dan slaat het niet meer aan. Zo was ik net in deze cruciale periode 4 dagen van huis. Teruggekomen bleek het jonge kauwtje erg angstig geworden. Kwam ik binnen een afstand van 5 meter, dan vloog ze al weg. Het kauwtje had dus in tussentijd de groepscodes overgenomen, wat in deze woonwijk betekent: mensen kunnen gevaarlijk zijn, wees op je hoede, houd afstand. De jonge kauwtjes, de ouders, hun vrienden en kennissen, bezoeken overigens nog steeds mijn tuin. Alleen de oude bekenden en hulpbehoevenden komen erg dichtbij, waaronder: Schimmelpootje, Spikkel en Halvestaart.












 



 



woensdag 9 maart 2022

529. Het herfstblad van de Japanse duizendknoop (Fallopia japonica)

         

De Japanse duizendknoop is een plant die zich, als hij eenmaal geworteld is, zeer snel uitbreidt en bijna niet meer weg te krijgen is. Het is een exoot die ooit door de bekende plantkundige Philipp von Siebold midden 19e eeuw geïntroduceerd werd in Nederland. Deze plant kan tot enkele meters diep wortelen en ontwikkelt zich verder via talloze wortelstokken. De Japanse duizendknoop heeft de kracht om stoeptegels omhoog te drukken en dringt zelfs door asfalt heen. Men probeert deze plant uit te roeien door verbranding, vergif, maaien of versnippering. Ook in mijn tuin is deze duizendknoop ineens opgedoken, waarschijnlijk meegekomen in aarde van gekregen planten. De enige verantwoorde manier om deze plant kwijt te raken is steeds opnieuw de omhoogkomende scheuten te snoeien.
Maar nu het andere verhaal. De Japanse duizendknoop heeft pit en is een zeer krachtige plant die respect afdwingt. Hij heeft er niet om gevraagd om in onze streken te leven, het is de mens die ze hier naar toe heeft gebracht. Deze plant heeft gedwongen zijn geboortegrond verlaten en moet nu zien te aarden in een gebied met andere omstandigheden, een vreemde omgeving qua bodem, begroeiing, dieren, insecten, schimmels en bacteriën. De mens, die de plant eerst binnenhaalde wil er vervolgens weer vanaf . Het is daarom dat ik wel een zwak heb voor deze invasieve exoot. Bovendien heeft de Japanse duizendknoop mooie subtiele bloemen en zaden, vooral de kleurenpracht van het blad in de herfst is wonderschoon.