zondag 20 mei 2018

490. Stinkende gouwe (Chelidonium majus L.)



Chelidonium komt van het Latijnse ‘coeli’ (hemel), ‘donum’ (gave) en ‘majus’ (groot). De alchemisten noemden het Stinkend goudkruid. In de homeopathie wordt het gebruikt tegen geelzucht, galblaasziekten  en bepaalde oogziekten. Uitwendig helpt het gele melksap tegen wratten. Als je een blaadje of steeltje plukt, stroomt het kleverige sap naar buiten. Het kleurt in contact met zuurstof meteen oranjerood, je vingers zien er daarna uit alsof je een verstokte kettingroker bent. Chelidonium behoort tot dezelfde familie als de Klaproos en de Slaapbol. De werkzame stoffen in deze planten hebben ook veel gelijkenis met elkaar en behoren tot de morfine-, codeïne- en protopinegroep. Het is een giftige plant. Zou je er van eten dan krijg je ontstekingsverschijnselen in mond en keel, misselijkheid, maagpijn, diarree, er treedt spierstijfheid op en verlamming van de ademhalingsspieren, daarna val je dood neer. Dus maar beter geen hapje van dit kruid nemen.




Zaadpeultjes van Stinkende gouwe

Opengesprongen peultjes na 1 dag

Na 2 dagen

Na 3 dagen 


Geen opmerkingen: