woensdag 23 februari 2011

86. Over kijken en luisteren











    Tussen mensen onderling bestaat er veel verschil in het kijken en luisteren naar elkaar en naar de omgeving. Goed kijken en luisteren vereist een zekere openheid, interesse, begrip en inleving in wie of wat de ander is. Voor degene die de ander of het andere (bijv. de natuur) wil leren kennen is het belangrijk om zichzelf te kunnen openen anders kan er ook niks binnen komen. In wezen gaat het om energetische processen, om een uitwisseling van energie welke niet direct tastbaar en waarneembaar is maar niettemin zeer reëel. Een voorwaarde om je goed te kunnen openen voor de buitenwereld is dat je je veilig kunt voelen bij jezelf, een soort van diepgeworteld besef dat je goed bent zoals je bent. Het rumoer kennen én de stilte, dat ook. Vooral stilte kan beangstigend zijn, stilte in de vorm van weinig prikkels zoals licht, geluid, kleur, aanwezigheid van anderen, eten en drinken en alles wat afleidt van het alleen zijn met jezelf. Mensen kunnen dan rusteloos en nerveus worden, zelfs in verwarring of paniek raken. Iemand die vertrouwd is geraakt met de stilte kent minder angst en heeft niet meer zo’n sterke drang om zich te profileren, zichzelf te bewijzen voor anderen of zich op de voorgrond te plaatsen, die weet van binnen al dat het goed zit. Zo iemand gaat dus ook vanzelf beter kijken en luisteren.
    U die dit leest, u hoort vanzelfsprekend tot deze relatief kleine groep mensen die met een open blik kunnen kijken en met een open oor kunnen luisteren en ik natuurlijk ook, dat snapt u wel....
    Eigenlijk wilde ik iets schrijven over het verschil in kijken tussen mensen en dieren en onderling tussen de verschillende diersoorten. Ik begon daarover met enkele regels maar voor ik er erg in had was ik afgedwaald van het onderwerp, zo gaat dat vaker bij mij. Nu toch nog even een staartje over het oorspronkelijk bedoelde onderwerp.
    Veel dieren en vogels zijn met hun ogen ingesteld op beweging. Beweging kan voor sommige (roof)dieren voedsel betekenen maar voor andere weer gevaar. Een eekhoorntje is soms bijna blind voor iets lekkers wat voor zijn voeten ligt, hij ruikt het, snuffelt overal maar ziet het niet meteen met zijn ogen. Terwijl hij wel ieder vreemd geluid of elke kleine beweging in de omgeving hoort en ziet en daar direct op reageert. Ook hazen kijken en luisteren erg goed. Bij gevaar moeten ze er razendsnel vandoor kunnen gaan. Aanhoudend zijn ogen en oren gespitst, hun reactievermogen is dan ook supersnel bij naderend gevaar. Als er langzaam vanuit de verte voetstappen naderen kan een haas zich nog weleens klein maken en verstoppen, maar bij een plotselinge beweging en/of lawaai rennen ze voor hun leven. Roodborstjes kunnen op meer dan 10 meter afstand een nietig groen rupsje over een groen blaadje zien kruipen of een spinnenpoot zien bewegen. En merels kunnen zelfs pieren horen die onder de bladeren of een laagje aarde zitten.



 


 
 
 
 
 
De jonge haas op de foto links kwam uit de lucht gevallen, rakelings langs mijn hoofd.
Waarschijnlijk van een roofvogel die het nu met minder moest zien te stellen.

Geen opmerkingen: