Posts gesorteerd op relevantie tonen voor zoekopdracht 15.. Sorteren op datum Alle posts tonen
Posts gesorteerd op relevantie tonen voor zoekopdracht 15.. Sorteren op datum Alle posts tonen

woensdag 15 november 2017

426. De Paardenkastanjemineermot (Cameraria ohridella)


De paardenkastanjemineermot (Cameraria ohridella) is een vlindersoort die voorkomt op het blad van de witte paardenkastanje, waarvan de larve leeft van het bladgroen. Hierdoor ontstaan bruine vlekken (zie de afbeelding hierboven) en kunnen de bladeren afsterven. Het afgelopen jaar waren veel kastanjebomen er beroerd aan toe. Al in het voorjaar zag ik bomen met overwegend bruin blad en het begin van de zomer werd ingeluid met verdorde en afgevallen bladeren. De bomen kunnen dat wel enkele jaren volhouden maar op een gegeven moment sterven ze. De laatste jaren treden er in toenemende mate boomziekten op: de iepenziekte bij iepen, de bloedingsziekte en de mineermot bij de paardenkastanjes, de essenziekte, de watermerkziekte bij wilgen, de bladvlekkenziekte bij platanen, de eikenprocessierups, enzovoorts. Ik ga het niet hebben over de werkelijke oorzaken van deze catastrofe, anders val ik in herhaling. Los hiervan kijk ik met verwondering naar de fenomenen en kan ik er ook de schoonheid van zien. De natuur streeft onophoudelijk naar een evenwichtige situatie. Laat een lap grond eens 15 jaar met rust, helemaal niks doen en kijk dan eens wat voor een paradijs er in zo’n korte tijd ontstaat. Een ware apotheek van geneeskrachtige planten die bodem, lucht en water zuivert en een harmonie om zich heen verspreidt waar mens, dier en plant wel bij kunnen varen.


                               Paardenkastanjes hebben iets met ronde vormen, gezien de
                               vruchten en de scheurpatronen van de schors.

 

vrijdag 24 maart 2023

537. Israël sloopt Palestijnse school

Bericht van The Rights Forum:

Uiterlijk 7 mei zal de school van het Palestijnse dorp Jubbah al-Dhib door de Israëlische bezetter voor de 2e keer met de grond gelijk worden gemaakt. De Tweede Kamer moet ingrijpen. En nu echt.

Het was een schok toen Palestijnse leerlingen in Jubbah al-Dhib zich in augustus 2017 meldden voor hun eerste dag van het nieuwe schooljaar – om erachter te komen dat hun complete school was verdwenen. Het door Europa gefinancierde gebouw bleek door de Israëlische bezetter te zijn afgebroken en afgevoerd vanwege gebrek aan een ‘vergunning’.

                        Augustus 2017, na de sloop.

Het schoolgebouw werd door Palestijnse vrijwilligers herbouwd en fungeert sindsdien als lagere school. Dit schooljaar krijgen veertig leerlingen – 25 meisjes en 15 jongens – er les. Daaraan komt nu een eind. Op 8 maart gaf een Israëlische rechtbank opdracht de school binnen zestig dagen te slopen. Eiser is de Israëlische kolonistenorganisatie Regavim die zich, gesponsord door de Israëlische overheid, inzet voor de verdrijving van de Palestijnen om ruimte te scheppen voor Israëlische kolonies (‘nederzettingen’) in bezet gebied.

Voor alle duidelijkheid: een Israëlisch gerechtshof geeft dus groen licht aan de Israëlische bezettingsautoriteiten om een Palestijnse school in door Israël bezet Palestijns gebied te slopen. Dit nadat daar door een extremistische Israëlische kolonistenorganisatie op werd aangedrongen, en ondanks de flagrante schendingen van het internationaal recht en de mensenrechten die ermee worden goedgekeurd en ‘gelegaliseerd’.

En de Palestijnen? Die zijn er niet in geslaagd een ‘vergunning’ van hun bezetter te krijgen voor het geven van onderwijs aan hun kinderen, op land dat aantoonbaar hun eigendom is. Ook niet nadat de katholieke mensenrechtenorganisatie Society of St. Yves zich daarvoor ging inzetten. Het verslag-annex-noodkreet van de gerespecteerde organisatie illustreert ten overvloede hoe de Israëlische rechtelijke macht verweven is met de illegale kolonisering van Palestina.

Het kleine Palestijnse dorp Jubbah al-Dhib ligt ten zuidoosten van Bethlehem op de door Israël sinds 1967 bezette Westelijke Jordaanoever. Ondanks de geringe omvang vormt het een microkosmos van de Israëlische bezetting en kolonisering. De verbetenheid waarmee Israël voor de tweede maal een schooltje voor veertig leerlingen gaat slopen is exemplarisch voor de destructie van de Palestijnse samenleving die het nastreeft.

Volgens cijfers van de VN werden sinds 2009 ruim 9.400 Palestijnse bouwwerken gesloopt. Dit jaar staat de teller op 276 (per 16 maart), waarvan 77 in Oost-Jeruzalem. In dat tempo wordt het recordjaar 2016 (met 1.094 gesloopte bouwwerken) ruimschoots overtroffen. St. Yves schijft dat per september 2022 een totaal van 22 tot 30 duizend Israëlische slooporders op uitvoering wachtte. Onder de te slopen gebouwen zijn 58 Palestijnse scholen. In Jubbah al-Dhib en andere plaatsen zijn leerkrachten en dorpelingen gedwongen de nacht door te brengen in hun scholen om te vookomen dat die ‘s nachts door de bezetter worden afgebroken.

In 2017 stelde de PvdA Kamervragen over de sloop van de school in Jubbah al-Dhib. Dit te meer daar Israël eerder in hetzelfde dorp 96 door Nederland gefinancierde zonnepanelen in beslag nam. Hoewel Israël toezegde die terug te geven bleef het in hoog tempo hulp­projecten afbreken die met Nederlands en Europees geld tot stand waren gebracht.

In september 2020 berekenden we dat Israël sinds het jaar 2000 voor naar schatting tachtig miljoen euro aan Nederlandse en Europese projecten had verwoest. Dat bedrag is sindsdien fors toegenomen en loopt dagelijks verder op. Ook de faciliteiten van de nieuwe school in Jubbah al-Dhib zijn met Europese fondsen gerealiseerd.

De dreigende sloop van de school moet aanleiding zijn voor actie van de Tweede Kamer. Niet alleen vanwege de sloop van het gebouw, maar vanwege de destructie van de complete Palestijnse samenleving die er achter schuilgaat. Die moet nu een halt worden toegeroepen. Jubbah al-Dhib heeft geleerd dat de aanpak van de Tweede Kamer uit 2017 niet werkt. De realiteit laat een nieuwe misser niet toe.

dinsdag 27 februari 2018

455. De Penhoren (Turritella communis)



De schelp van de Penhoren (Turritella communis) is het spiraalvormige huisje van een zeeslakje dat ik vond aan de Ierse Westkust nabij Polranny. Dit slakje houdt van relatief rustig water en vindt dat hier in de baaien, waar hij zich ingraaft in de modderige bodem. Door zijn kleine kieuwen filtert het weekdiertje de hele fijne voedseldeeltjes uit het water, meestal samen met vele soortgenoten. De kleuren van de schelpen variëren, ze gaan van bleekwit naar geelachtig, bruin en bruinrood. Ze worden maximaal 60 millimeter lang en 15 millimeter breed. Het schelpje komt beperkt ook in Nederland voor en dan voornamelijk in de noordelijke provincies en op de Waddeneilanden.



donderdag 29 september 2011

202. De slak en zijn kunstwerken

Klik op de foto voor een groter beeld.

   Laatst heb ik weer wat patronen gefotografeerd die tuinslakken achterlaten bij het eten van algen. Die patronen fascineren mij enorm, het zijn ware kunstwerken. Slakken hebben een soort van tong met een verharde rand waarop een groot aantal tandjes zitten. Daarmee schrapen ze algen van de ondergrond en raspen blad en plantenresten fijn tot hele kleine snippertjes. Deze tong zit onderaan de kop en heet radula, wat zoveel als krabber betekent. Maar een radula heeft een zeer bijzonder kenmerk. Deze vlijmscherpe tandjes zijn bekleed met magnetiet, een ijzerhoudend mineraal met een hardheid die elders in de natuur bij magnetiet niet voorkomt. De mooie driehoekjes boven zaten op een met algen begroeide glasplaat van een kas. De afbeelding hiernaast is van een schuurdeur waar ik een stoffige mat had uitgeklopt, dat vond de slak dus ook lekker. Het zijn allemaal afdrukken van de radula. Voor meer radula-afdrukken:
blog 46. Slakkensporen





   Zeeslakken zoals de Schaalhoren (Patella vulgata), hieronder afgebeeld, kunnen met hun radula zelfs rotsen afschrapen. Deze rots-bewonende zeeslakken, die een grijs tot groenblauwe schelp hebben, kruipen ’s nachts langzaam over de stenen en grazen de algen af. Langs hetzelfde spoor kruipen ze weer terug naar hun vaste rustplaats voordat deze droogvalt. De Schaalhoren komt algemeen voor langs de kusten van de Noordzee, vooral op plaatsen met veel golfslag. Ze leven in de getijdenzone waar ze zich vasthechten aan rotsen en een stenige ondergrond. Bij eb zuigt de Schaalhoren zich vast door middel van een krachtige spier, die dan niet onbeschadigd is los te krijgen. Door afscheiding van een zuur egaliseert de slak eerst de rots zodat deze heel precies op zijn lichaamsvorm aansluit. Hierdoor krijgt hij een waterdichte afsluiting zodat hij kan blijven leven tot het weer vloed wordt. Ik trof deze slakken aan bij de zuidkust van Ierland. Maar ook bij ons komen ze voor op strandhoofden en havenmuren en verder aan de Noordzeekusten tot in de Middellandse Zee en de Noord-Atlantische Oceaan. Ze kunnen een leeftijd bereiken van 15 jaar.




















Zie ook: 133. De schoonheid van een slak   http://pietschellekens.blogspot.com/2011/05/133-de-slak-als-een-schoonheid.html





vrijdag 6 augustus 2010

15. In alles leeft een zon (1)

In de natuur kan men op diverse niveaus waarnemen dat leven vanuit een middelpunt ontstaat, een centrum of hart waar de energie zich samenbalt en vanwaaruit deze zich ook weer ontplooit. Men zou het kunnen zien als een in- en uitademing. Tussen deze in- en de uitademing is een onmeetbaar moment van niets, of alles. Een moment van rust en tegelijkertijd chaos. Vanuit die ongeordende leegheid kan er nieuw leven ontstaan. Dit is eenvoudig voor te stellen als een stuk omgeploegde aarde. Het zaad, een nietig puntje met een oneindige potentie, kan hier tot ontwikkeling komen en zich verbinden met de omgeving, de elementen: aarde, water, lucht en vuur. Dit principe wordt symbolisch voorgesteld als een punt binnen een cirkel ʘ. Dit oude symbool, de punt als zijnde het mannelijke en de cirkel als het vrouwelijke, staat ook wel voor de zon als bron van leven en drukt o.a. volmaaktheid uit.
De meeste cosmologen hangen tegenwoordig de theorie aan van een heelal dat zo'n 13,7 miljard jaar geleden is ontstaan uit een oerknal. Het heelal dijt vanaf dit moment steeds verder uit, een proces dat nog steeds gaande is. De wetenschap weet niet wat hiervoor was en ook niet wat na het uitdijen volgt. Van de oude Egyptische wijsgeer Hermes Trismegistus is de spreuk: 'zo boven, zo beneden.' De grote cosmos weerspiegelt zich in de allerkleinste deeltjes en andersom kan men vanuit de bestudering van het kleine, het grote leren kennen.
Met die wetenschap ben ik maar eens achter in de tuin gaan kijken en af en toe ook wel daarbuiten. Zo kwam ik tot de hypothese dat de oerknal, waar wij ons nog middenin bevinden, een kosmische uitademing is. Zo dadelijk (tijd is relatief) balt de energie zich weer samen tot een punt ● en zoals u misschien nog weet uit de meetkundeles: een punt kent geen afmetingen, heeft geen volume of oppervlakte, is nuldimensionaal, is het niets en alles. Het heelal ademt ritmisch in en uit, beleeft vele oerknallen en samenballingen van energie. En dit ontzagwekkende heelal is ook maar weer een celletje in een lichaam met een hart dat ritmisch beweegt en alles laat stromen in een eeuwige kringloop. Zo zou het kunnen zijn. Dat alles zag ik bij mij in de achtertuin gebeuren. Nu ga ik even boodschappen doen en daarna een boterhammetje eten.

woensdag 11 april 2012

318. De 'Flora Japonica' van Ph. von Siebold

Philip von Siebold was een Duitse arts (1796 – 1866) die op de Nederlandse handelsnederzetting werkte bij Nagasaki. Hij was de eerste westerling die in Japan medicijnen doceerde en werd beroemd door zijn ‘Flora Japonica’ en ‘Fauna Japonica’. Deze boeken, waar hij samen met Joseph Zuccarini aan werkte, zijn in het bezit van de Artisbibliotheek in Amsterdam. Siebold nam 700 plantensoorten mee naar Nederland en kweekte deze op in zijn tuin. Van de 30 soorten die hij in de Hortus Botanicus in Leiden plantte zijn nog 15 originelen over gebleven, o.a. de hortensia, camelia, wisteria en hosta, waaronder een variëteit die refereert aan zijn naam, namelijk de Hosta sieboldiana. Een kleine selectie van de prachtige kleurenlitho’s ziet u hieronder. Voor een uitgebreide serie litho’s van Philip von Siebold  zie: http://caliban.mpiz-koeln.mpg.de/siebold/flora3/index.html








dinsdag 2 juli 2024

580. In alles leeft een zon (2): bloemen

De zon in de symboliek staat onder andere voor de onuitputtelijke levenskracht, voor energie, creativiteit en groei. Vanaf de oudheid tot in onze tijd wordt de zon weergegeven als een cirkel of als een punt in een cirkel. De punt die geen afmetingen kent als de goddelijke vonk die in al wat leeft aanwezig is, de cirkel die staat voor het oneindige leven. De punt in de cirkel, ook wel het mannelijke en het vrouwelijke. In bijna alle culturen tekenen mensen de zon als een cirkel, soms met kringen er om heen of met stralen. Wat er groeit en bloeit in de natuur, hoe en wanneer, kan men zien als een afspiegeling van kosmische processen. Het beschouwen en tot je nemen van wat er in de natuur of in de eigen tuin gebeurt, is als een ontdekkingsreis door de kosmos.



















Zie ook: In alles leeft een zon (1) https://pietschellekens.blogspot.com/search?q=15.

Zie ook:In alles leeft een zon (3)https://pietschellekens.blogspot.com/2024/07/581-in-alles-leeft-een-zon-3.html

donderdag 8 juli 2010

5. Coolblue

'De klant is koning'. Dat is de reden dat ik van tijd tot tijd met de blik van een koning een winkel binnenstap en hiervan verslag doe. Een koning zal ook als zodanig geholpen en behandeld dienen te worden. Het personeel dient deskundig te zijn, beschaafd, respectvol en behulpzaam, zodat de klant tevreden en in het bezit van een kwaliteitsprodukt de winkel weer kan verlaten.


'Coolblue' staat er op de gevel, het is de naam van een winkelketen. Aan de buitenkant ziet de winkel eruit als een medische praktijk, een groot wit geschilderd pand met blauwomrande etalageruiten. De vele aanduidingen laten echter geen twijfel bestaan over de aard van het bedrijf. Dit is een PDA-shop, een Laptopshop, Digicamshop, Computerstore, Printershop, Smartphoneshop, GPS-shop, Telefoonshop, MP3-shop, Mediacentershop, Shavershop, Memoryshop, E-readerstore en nog veel en veel meer. Dat staat allemaal op die gevel. Hier zullen ze mij vast en zeker kunnen helpen.
   Ik plaats mijn fiets tegen de glazen pui en zet hem op slot, de glazen deuren schuiven al open. Op het moment dat ik naar binnen wil lopen schuiven ze dicht, bedenken zich blijkbaar en gaan weer open. Ja, wat is het nou, open of dicht?!
   Binnen is het niet alleen coolblue, maar vooral wit, kil en kaal. Eén grote steriele ruimte, met hier en daar een glazen vitrine waarin enkele opgepoetste hebbedingetjes liggen, digitale camera's, smartphones, e.d. Geen of zeer spaarzame informatie, soms een prijs. Veel producten bevinden zich achter slot en grendel. Er is geen klant of personeelslid te zien. Mijn eerste indruk is dat ze hier niet graag verkopen. Achterin de zaak ontdek ik een balie van wit kunststof en twee geüniformeerde personeelsleden. Ze dragen een kort wit doktersjasje met op hun borstzak de machinaal geborduurde aanduiding: coolblue. Hun blikken zijn gefocust op computerschermen. Kijken ze via camera's naar mij? Weten ze misschien al waarvoor ik hier ben gekomen?
   "Mijnheer, waarmee kan ik u helpen?" , vraagt een bleek uitziende winkelbediende mij, terwijl zijn blik onafgebroken op het scherm blijft hangen.
"Ik zoek folie voor het LCD-schermpje van mijn camera", antwoord ik.
   "Welk merk?"
"Nikon."
   "Hoe groot?"
"3 inch."
   Zonder op te kijken tikt hij allerlei codes in op een toetsenbord en biedt me na lange klikpauzes virtueel een pakketje aan met twee velletjes folie van 7x10 cm die ik eventueel op maat kan knippen.
"Hm, wat kost dat?" Bijna geruisloos snellen zijn vingers over de toetsen: ".....15 euro". Ik besluit tot koop over te gaan. Het systeem van de man met het witte jasje probeert vervolgens contact te maken met mijn veronderstelde systeem: "Hebt u onze internetsite bezocht?"
"Eh...nee", antwoord ik (Waarom wil ie dat nu weer weten?).
   "Dan zal ik een factuurtje maken. Wat is uw naam en adres?"
"Nou, dat hoeft niet, ik wil geen reclame e.d. in mijn brievenbus".
   "Ik begrijp dat u daar moeite mee heeft, maar dan kunnen we u niet helpen!"
"Dus als ik hier iets wil kopen moet u mijn persoonlijke gegevens hebben?"
   "Ja, ons systeem kan het anders niet verwerken."
"Wat is dat nou? Dit is toch een winkel, ik koop een product bij u en betaal daarvoor!"
   "Het spijt me, zonder uw gegevens mogen we u niks verkopen".
Ik draai me om naar de uitgang, discussiëren met een robot heeft geen zin. Als de deuren weer openschuiven loop ik naar buiten. Een ingehouden vloek ontsnapt aan mijn lippen. Achter uit de zaak antwoordt een monotone stem: 'Tot ziens'.
Coolblue!

dinsdag 27 juni 2023

564. Hergebruik van kleding

Er zijn veel manieren om kledingstukken die kapot of versleten zijn, opnieuw te gebruiken. Dat is goed voor onszelf, voor het milieu en voor de wereld. Natuurlijk heb ik mijn eigen smaak en gevoel voor esthetiek, zoals ieder mens dat in min of meerdere mate heeft. Het gaat hier vooral om de basis-ideeën. Die kunnen mogelijk een startpunt vormen naar een bewuster (her)gebruik van kleding. In deze blog zal ik me beperken tot de herenkleding.

Overhemden gaan het eerst kapot bij de manchetten en de boord. Ik los dat op door de manchetten wat smaller te maken. Dat doe ik door het versleten stukje naar binnen om te slaan (1 cm), te strijken en/of te spelden en daarna vast te naaien. Het knoopje en knoopsgat blijven dan gewoon zitten. In plaats van naaien kun je eventueel ook textiellijm, of beter nog zoomband gebruiken. Wat ook kan (zie de foto) is de versleten manchetten bedekken met een ander stofje, dat er qua kleur en patroon goed bij past. In dat geval moet je dan wel een knoopsgat maken en er een knoopje aan zetten. Meestal begin ik daar niet aan en naai ik er een drukker op, aan de andere zijde naai ik dan nog een knoopje vast, dat heeft verder geen functie en is meer voor het oog.

Is de kraag versleten, dan haal ik deze eraf met een tornmesje, zo hou je een opstaand kraagje over. Dichtnaaien en je kunt er weer even tegen. Het is zelfs mogelijk om na enige tijd ook dit opstaande kraagje te verwijderen: lostornen en het zoompje wat dan overblijft vastnaaien. De knoopjes van een overhemd of colbert eventueel vervangen (die zijn meestal saai). Maak zelf een geschikte keuze uit de knoopjes die je natuurlijk in de loop der tijd hebt opgespaard. En anders koop je ze gewoon. Dat maakt een overhemd meteen een stuk mooier. 





Wollen truien willen na verloop van tijd nog wel eens gaten krijgen bij de ellebogen. Als deze plekken dun zijn, kun je ze met een stopnaald en dezelfde kleur wol (of juist niet) stoppen, dat wil zeggen: een raamwerkje maken. Als je een beetje handig bent, lukt zoiets. Maar wat ook kan is de mouw boven het ontstane gat recht afknippen en vervolgens met een feston-steek afwerken. Je hebt dan dus een trui met korte mouwen, dat is weer eens wat anders.


De afgeknipte mouwen gebruik je om op een eenvoudige manier wanten te maken. Neem je hand en pols als model en vergeet niet dat je een rechtse en een linkse want nodig hebt. Leg je hand even op de afgeknipte mouw. De boord van de mouw komt dan bij je pols. Knip vervolgens de mouw aan de bovenkant op maat horizontaal af, maar wel ruim 1 cm langer dan je middelvinger is. Daarna knip je van bovenuit verticaal, 10 tot 15 cm. naar beneden (afhankelijk van je handlengte), tot waar ongeveer de oksel van je duim begint. Zie hieronder de foto van de want, dan is meteen duidelijk waar je moet knippen. Knip de duim nog even op lengte en naai de ontstane randen aan elkaar.


Wat heb je nodig: een doos met diverse knoopjes, allerlei kleuren stikzijde, stopwol en stofjes, enkele naalden, stopnaalden, spelden, een goeie kwaliteit schaar, tornmesje en geduld. In de loop der tijd heb ik allerlei mooie en kleurige stofjes, lintjes en knoopjes verzameld met de bedoeling die nog eens te hergebruiken. (zie de link hieronder) Koop geen kunststof kleding, maar stof van natuurlijke materialen, liefst biologisch, dat is beter voor het milieu en voelt prettiger.