Chinatown in Bangkok is een van de oudste en grootste
Chinese wijken ter wereld. De Chinese gemeenschap is rond 1780 uit de oude stad verhuisd
naar de huidige locatie. De Chinezen beschouwen zich als Thai, maar ze hebben
nog steeds hun eigen tradities. Hierdoor is de Chinese wijk toch weer heel
anders dan de rest van Bangkok. De Chinese gemeenschap in Bangkok stamt af van
Chinese handelaren uit vervlogen tijden. Het lijkt wel alsof de tijd er heeft
stilgestaan, het is één grote doolhof van steegjes met duizenden ambachtelijke bedrijfjes,
theehuizen en restaurantjes, winkeltjes, opium- en gokhuizen, bordelen,
marktkraampjes en eetstalletjes. Er worden medicinale kruiden verkocht,
gedroogde levensmiddelen en er is een keur aan groenten en fruit. Er zijn veel
goudwinkeltjes, pandjeshuizen, maar ook talloze smederijen en
metaalwerkplaatsen die zich meestal naast elkaar in één straat concentreren. De
oude, vaak houten bouwsels, zijn verweerd en vervallen. Wat kapot gaat of versleten
is, wordt in het beste geval provisorisch gerepareerd. Door deze zuinige
houding blijft gelukkig de authenticiteit behouden. Vooral in de
achterstraatjes is het vies, smerig en primitief, wat voor westerlingen met
enige fantasie een beeld kan opwekken van de voorbije Middeleeuwen. Kakkerlakken,
muizen en ratten leven hier in symbiose met de mens en zijn handelswaar. Zolang
ik er zelf niet hoef te eten en te slapen heeft het zijn charme en schoonheid. Een
bezoek aan Chinatown is een zeer boeiende, kleurrijke en overweldigende ervaring.
Chinatown in Bangkok is het best te bereiken met de Chao Phraya River Boat
Express (uitstappen bij Pier 5: Tha Ratchawong). Die boot wordt volgestouwd tot
de mensen er met de benen buiten hangen en vaart dan zomaar plotseling weg.
Zorg dus dat je niet tot de laatste passagiers behoort, dit om niet letterlijk
tussen de wal en het schip te geraken.
Een blog over de natuur, de mens en het milieu, gezond leven, kunst en cultuur, schoonheid en fotografie.
woensdag 30 januari 2013
woensdag 9 januari 2013
355. De doodlopende weg
vrijdag 4 januari 2013
354. Te gek om los te lopen
Het was een benauwde zomerse dag. Samen met enkele collega's
en een groepje cliënten liep ik naar “de tuin”, een rommelig stukje groen langs
de spoorbaan welke het terrein van het Psychiatrisch Ziekenhuis begrensde. Vijf
Tbs'ers en drie begeleiders. Een buitenstaander zou op het eerste gezicht
niet goed kunnen onderscheiden wie tot de eerste en wie tot de laatste groep
behoorde. Mijn beide collega's sloften verveeld mee en wisselden hun cynische
opmerkingen richting cliënten af met flauwe grappen. Vooral diegenen waar ze
een hekel aan hadden, moesten het ontgelden. Zelf hield ik me wat afzijdig. Ik
voelde me niet thuis bij mijn collega's, ze waren zich te zeer bewust van hun
macht. Ik was pas enkele maanden in dienst en bungelde in de hiërarchie van begeleiders
ergens onderaan. Ik moest nog veel leren, stelde teveel en ook nog eens de
verkeerde vragen en was te patiëntgericht. Het zou beter zijn als ik me wat
minder met de mensen bezighield en wat meer met de structuur van de organisatie
en het management want “daar draait het hier om!”.
Een ietsje hoger in de rangorde stond Johan,
een activiteitenbegeleider die al enkele jaren op de Tbs-kliniek werkte en zich
iedere dag opnieuw uitsloofde om toch maar geaccepteerd te worden. Hij zag er wat
slungelig uit, een leptosoom type die opviel door zijn lange nek, wat nog werd
geaccentueerd door het hoog opgeknipte haar. Zo slaafs en onderdanig als hij
was in het contact met zijn collega's en meerderen, zo grof en vernederend kon
hij zijn in de bejegening naar de cliënten. Wie van hen bij het verpleegkundig
team niet goed lag, werd als vanzelf door Johan afgesnauwd en zonder enig
respect behandeld. Een getinte huidskleur was daarbij een extra verzwarende
omstandigheid.
De weg
naar het stukje land voerde langs de kwekerij waar het benodigde gereedschap
uit de rekken werd gehaald: enkele schoppen; een schoffel; een hark en een paar
dozen met plantgoed. Dit alles ging in een karretje dat Kees, de
verpleegkundige die de leiding had, achter zich aan trok. Rudy, een grote
gespierde Surinaamse Nederlander met een lang strafblad, nam een flinke bijl
mee. Dat leek me niet echt een handig stuk gereedschap om de groenten- en
bloementuin mee te bewerken. Blijkbaar zagen mijn twee collega’s dat anders of
zagen ze het zelfs helemaal niet. In mijn verbeelding zag ik mezelf al onkruid
wieden, waarbij Rudy zomaar ineens het gekke idee in zijn hoofd zou kunnen
krijgen om de bijl uit te proberen op mijn schedeldak. Zo'n rare gedachte was
dat nou ook weer niet. De mensen die hier verbleven hadden niet zelden een
zwaar geweldsdelict begaan. Bovendien werden ze behandeld vanwege een ernstige
psychische stoornis.
“Hé eikel, laat die troep liggen! Je raapt toch geen rotzooi
op van de straat!”, schreeuwde Johan plotseling tegen Ricardo, die zich bukte
voor iets wat hij in de berm zag liggen. Ricardo, een atletisch gebouwde man
van Antilliaanse afkomst, was deze ochtend behoorlijk chagrijnig wakker
geworden in de wetenschap dat zijn shag op was en zijn portemonnee leeg. Nu lag
daar zomaar ineens het goud aan zijn voeten, althans de verpakking daarvan. Hoopvol
raapte hij het blauwe witversleten shagbuiltje van de grond. Aan zijn
glinsterende ogen was te zien dat dit gevuld aanvoelde. “Verrekte junk, gooi die shit weg!!!”, tierde Johan opnieuw.
Maar Ricardo was zo op zijn vondst gefocust, dat alles om hem heen niet meer
bestond. Hij opende het pakje en kwam verrast tot de ontdekking dat er
vloeitjes in zaten en nog voor minstens vijf sigaretten shag.
“Hierrr! Kom op met dat spul!” Dreigend stormde Johan naar
voren om het uit zijn handen te rukken. Maar Ricardo vouwde het pakje
zorgvuldig op, stak het snel in zijn borstzak en verzegelde zijn rijke bezit
nog eens extra door het knoopje dicht te maken. De harde lijnen bij zijn mond
krulden zich om tot een kinderlijk blijde glimlach.
“Kom óp v-v-verdomme met die r-r-rommel ! Als je nou
niet......”, stotterde Johan buiten zinnen. “Laat nou maar ” interrumpeerde Kees hem wijselijk, “we zijn
er bijna”, waarbij hij samenzweerderig naar mij knipoogde, zo van: die pakken
we dadelijk nog wel. Met zichtbare tegenzin trok Johan zich terug en liep vloekend
in de richting van Kees.
“De v-v-vúilak!” siste hij,
terwijl hij met een zijwaartse hoofdknik minachtend naar Ricardo wees die met
de hand op z'n borstzak opgewekt verder liep.
Kees was de leidinggevende, hij kende het
klappen van de zweep. Een door frequent gebruik versleten, maar toch nog steeds
venijnige zweep. Alles aan hem was groot en grof. Hij was een lompe kerel met
onvermoede sluwe trekjes, een hooligan die door een onverklaarbaar fenomeen aan
de voordelige kant van de streep was beland.
Kees manifesteerde zich
door veel kabaal om zich heen te verspreiden, hard
roepen, het maken van kwetsende grappen waarbij hij zelf boven iedereen
uitbulderde van het lachen en niet te vergeten, het zware geklos met zijn
kisten. Van verre kon je hem horen aankomen. Zijn werkschoenen hadden
stalen neuzen en zijn zolen waren beslagen met ijzer wat een bijkomend tikkend
en slepend geluid maakte. Hier was een bink in aantocht, een macho, maar wel
een met een klein hartje.
Voor me liep Johan. De woede van daarnet had zijn hals tot
boven zijn oren rood gekleurd. Met een getergde blik keek hij af en toe naar
Ricardo die onverstoorbaar verder liep en zelfs kans had gezien om vanuit zijn
borstzak een shagje te draaien. Het ontbrak hem alleen nog aan vuur. Toen hij
een vuurtje aan zijn maten ging vragen, verbood Johan hen ten strengste dat te
geven:
“Niks daarvan, géén vuur!. Had ie die rommel maar moeten
laten liggen”. Zo bleef hij hem voortdurend dwarszitten en treiteren. In zijn
verslavingsnood klampte Ricardo voorbijgangers aan voor een vuurtje, waarop
Johan er op zijn beurt weer een stokje voor stak. Dit alles moest Ricardo zwaar
frustreren, hoewel daar uiterlijk nauwelijks iets van te zien was. Ondanks de
scheldpartijen en vernederende opmerkingen, bleek hij zich te kunnen beheersen.
Dat was overigens niet eens zo vreemd. Naarmate Tbs-ers langer in deze
inrichting zaten raakten ze er aan gewend om gekleineerd te worden, tegen wil
en dank getraind om maar beter niet direct te reageren.
Het was een overlevingsmechanisme in deze soms eeuwigdurende
gevangenis waar een duidelijk uitzicht op vrijheid jarenlang afwezig kon zijn.
Elke overschrijding van de nogal willekeurige grens werd afgestraft met
sancties, van het intrekken van met veel moeite verworven vrijheden tot een
dagen- of wekenlange eenzame afzondering in de separeer cel. Niet doen wat de
leiding van je verlangde of protesteren, schelden en vechten, het kon een
tbs-er jaren langer in de inrichting houden. Eenmaal bestempeld als een
dwarsligger kwam je niet meer van dat etiket af. Wat dat betreft kon ik daar zelf,
na enkele maanden, al over meepraten en dan behoorde ik nog tot het
verpleegkundig team.
Met Ricardo kon ik
goed opschieten. We sportten veel waarbij het er soms hard aan toe kon gaan
omdat we allebei voor de winst gingen. Dan werd er geduwd, geschreeuwd en
gevloekt. Gewonnen of verloren, het had geen invloed op ons contact. Een groot
deel van het team had een hekel aan Ricardo en liet dat ook duidelijk blijken.
In die zin was het niet zo vreemd dat hij me nu opzocht en eigenlijk tegen
beter weten in om een vuurtje vroeg, wat ik hem moest weigeren. Hoewel hij
groot en gespierd was, hingen zijn schouders omlaag, de typische houding van
een slachtoffer. Uit zijn stuurse moedeloze blik sprak een diepe
teleurstelling, wat de pesterige sfeer vanuit het team naar hem toe alleen maar
versterkte.
We waren bij de
tuin aangekomen. De ketting die om de dubbele houten poort was gewikkeld werd
verwijderd en het karretje naar binnen gereden. De jongens konden aan het werk.
Ricardo pakte voortvarend de schop uit de wagen en stak hem precies daar in de
grond waar hij zich op dat moment toevallig bevond.
“Hée, ben je nou helemáál! Stop daar eens mee!”
“En wel nú verdomme!”, schreeuwde Johan toen Ricardo zijn
handeling af wilde maken. Hij trok hem de schop uit zijn handen, ging recht
voor hem staan en riep:
“Weet jij soms al wat er hier moet gebeuren hè?”
“Hè?!!!” herhaalde hij nog eens, waarbij hij zijn hals
verder uitrekte in de richting van Ricardo.
“Ja”, bromde deze zacht, “zand graven”.
“Néé, níks graven, eerst bespréken wij hier de dingen! Als
iedereen zomaar zijn eigen plan trekt wordt het een zootje!”.
Ricardo zweeg. Hoe stiller hij in zo'n situatie werd, des te
meer spanning bouwde hij van binnen op. Mijn collega's ontging dit soort
subtiliteiten meestal, daarvoor waren ze te grof besnaard of afgestompt. En
zoiets bespreekbaar maken binnen het team had geen zin, het leidde alleen maar
tot irritaties en lacherigheid, was mijn ervaring. Kees pakte een stuk papier
uit zijn broekzak en riep iedereen bij elkaar.
“Allemaal even kijken nu”.
“Dit is de tuin”, hij wees naar een met potlood getekende
rechthoek.
“Hier op het stuk waar wij nu staan komen de aardappels,
maar dan moet eerst die rotzooi eruit getrokken worden en daarna alles omgespit
en geharkt. Dat doe jij Rudy, samen met Mike”.
“Dáár op het hoekje bij het spoor wil ik de pompoenplanten
hebben, die mogen gerust een flink eind van elkaar komen”.
“Ricardo, jij maakt met het kleine schopje de plantgaten.
Die moeten minstens 50 cm. tussenruimte hebben. Gooi er flink wat mest bij en
dan zet Michael de planten erin, okee?”
“Beginnen maar!”
“Oh ja, Steve, loop jij even terug naar de kas en breng wat
kaartjes en een viltstift mee”.
Steve had sinds kort meer vrijheden en mocht zich zonder
begeleiding over het ziekenhuisterrein begeven. Hij lag goed in het team, was
intelligent, blank, volgzaam
en goedgebekt.
“Allee Ricardo, komt er nog wat van? Pak je gereedschap en
begin!”, riep Johan.
“Ik wil een gróte schop” zei Ricardo.
Grijnzend liep Johan naar hem toe en gaf hem onverwachts een
schop onder zijn kont, welke duidelijk te hard aankwam. Blijkbaar had hij zijn
opgekropte woede jegens Ricardo niet kunnen inhouden. Ricardo bleef stokstijf
staan. Ik zag hem bleek wegtrekken en hield mijn hart vast. Kees, die de ernst
van de situatie inzag, probeerde er op zijn manier een afleidende draai aan
te geven:
“Kom op jongens geen flauwekul nu, we gaan beginnen!”
“Johan, wil jij me even meehelpen om het prikkeldraad in de
hoek aan te spannen?”
Blijkbaar wilde hij Johan gauw even bijpraten.
“En Ricardo, pak even met Michael die dozen met planten uit
de kar, dat scheelt in het gewicht”.
Maar Ricardo bleef staan. Met zijn gezicht naar de grond
mompelde hij zachtjes:
”Ik moet naar de wc”.
“Piet, ga jij even met Ricardo naar de kwekerij en breng
meteen ook nog een paar van die dunne handschoenen mee”.
Er klonk opluchting door in de stem van Kees, hij dacht het
opgelost te hebben.
“Kom Ricardo”, zei ik, “dan loop ik met je naar de wc.”
Traag zette hij zich in beweging. Zwijgend en met gebogen hoofd,
emotieloos als een zombie slofte hij naast me. Ik probeerde een gesprek op gang
te brengen, maar hij was niet bereikbaar. Onderweg kwamen we Steve tegen die
terug naar de tuin ging.
In het voorbijgaan gaf hij
me een knipoog. Hij had dus enigszins door wat er aan de hand was.
Bij de kas van de kwekerij aangekomen liep Ricardo naar
binnen. Ik bleef buiten staan wachten. Na enkele minuten kwam hij terug, rokend
en wel. Verdorie Ricardo, dacht ik in mezelf, had nu toch even op de wc
gebleven met die peuk.
Hij had binnen natuurlijk ergens een aansteker gevonden en
meteen zijn sigaret tevoorschijn gehaald. Maar ja, wat nu? Zo kon ik niet met
hem terug, dat leidde onherroepelijk tot een hevige aanvaring. Na deze sigaret
zou er ongetwijfeld nog een volgen en nóg een, zeker nu hij zich zo klote
voelde. Volgens de regels zou ik hem dat onmiddellijk moeten verbieden want:
“we trekken hoe dan ook één lijn”. Maar dit moment en deze situatie vroegen
gewoonweg om een soepele en goed afgestemde aanpak die ook dan nog steeds recht
kon doen aan de regels. Hier was iets in de basis al helemaal mis. Op deze
manier schiep het verplegend personeel een bom voor zichzelf. Zomaar ineens was
ik in een mijnenveld terecht gekomen en fungeerde ik als mijnenveger. Bij de
aanblik van een rokende Ricardo, zou Johan absoluut in woede ontsteken en hels
tekeer gaan met alle nare gevolgen van dien. Intussen zag ik Ricardo gespannen
en nerveus aan zijn sigaret trekken. Zijn blik schoot van links naar rechts,
richting de tuin en weer naar mij. Ik móest nu iets doen.
“Wacht Ricardo”, zei ik en keek hem daarbij vriendelijk maar
doordringend aan, “wacht nog éven met roken. Straks op de afdeling kun
je......”
”Ik gá niet naar de afdeling, ik ga wég...!” onderbrak
Ricardo me heftig.
Plots was dit niet meer de man die ik kende. Zijn toon kwam hard
en vijandig bij me binnen. Van het ene op het andere moment zag hij mij alleen
nog maar als degene die hem zou proberen te verhinderen weg te lopen uit deze
inrichting. Net dat éne druppeltje weerstand wat hij zojuist van me had
meegekregen was voldoende om de emmer te doen overlopen. Ik probeerde contact
te krijgen maar het hoefde al niet meer. Het wilde vuur spatte uit zijn ogen en
de hitte kwam met de snelheid van een explosie op me af.
“Ricardo.........”
Binnen een fractie van 'n
seconde had hij zijn grote hand als een bankschroef om mijn keel geklemd, tilde
me als een veertje omhoog en knalde me vervolgens met mijn hoofd tegen de
stalen schuifdeur van de kas. Ik zweefde, mijn voeten voelden geen vaste grond
meer en het werd zwart voor mijn ogen. Een stekende pijn drong mijn hoofd
binnen, duizenden lichtpuntjes golfden heen en weer. Dat moesten wel de bekende
sterretjes zijn.
Het kwam totaal niet in me op me te verdedigen of te
proberen zijn handen van mijn keel te trekken. Geen willen, geen emoties van
angst of kwaadheid waren er, helemaal niks. Er was een vanzelfsprekende
instinctieve overgave aan de situatie, zoals een prooi zich gedraagt die door een
roofdier wordt meegesleept. Binnen die enkele tellen dat ik me letterlijk
tussen hemel en aarde bevond, had ik een breed en helder besef van wat er bij
iedereen speelde. Was dit soms sterven? Ach nee. De harde stoffige bodem waarop
ik neerkwam bracht me direct in de realiteit. Ik opende mijn ogen en sloot ze
meteen weer vanwege de intense pijn. Ik moest even wennen aan het felle licht.
Langs de rol landbouwplastic, waar mijn gepijnigde hoofd op terecht
was gekomen, zag ik door de spleetjes van mijn ogen in alle rust een
lieveheersbeestje wandelen. Dat loopje, met die scheve naar buiten gerichte pootjes, kende ik. Dat was de manier van lopen van Johan! Ik krabbelde omhoog en viel
weer neer. Mijn hoofd leek gevuld met vloeibaar lood dat zwaar klotsend op mijn
hersenen beukte. Ik trok me omhoog aan de greep van de kasdeur en ving nog net
een glimp op van Ricardo die er als een speer vandoor was gegaan.
dinsdag 1 januari 2013
353. What's in a name (3) Eigenschapsnamen
Eigenschapsnamen zijn namen die zijn afgeleid van bepaalde
kenmerken van een persoon. Als iemand vroeger bijvoorbeeld opvallend sleepte met zijn
voet of krom liep, kreeg hij de achternaam Kreupel, of de Kromme. Een persoon
die erg dik was werd Dikmans genoemd of Vet. Veel van deze oorspronkelijke bijnamen zijn later vaste
achternamen geworden omdat men de betreffende persoon toch al met deze bijnaam kende. Bij de invoering van de burgerlijke stand rond 1800, werd
het voeren van een achternaam verplicht gesteld. Meestal werden namen opgegeven
die grofweg terug te voeren zijn op:
- eigenschappen ('Buil' voor iemand met een verdikking op zijn hoofd, Graat, Lamme)
- voornaam (Jansen
afkomstig van Jan, Adriaansen van Adriaan.)
- herkomst ( bijv.
Uijtenbogaart, van Rijn, Hoogendijk)
- beroep (de Boer,
Timmermans, Kuiper, Smit, Bakker)
- relatie (Prins, de
Koningh, Baas, de Graaf)
- dieren (de Bie, de
Haas, van Leeuwen, Vlieg)
- planten ( van Eijk,
Bloem, de Roos, van Doorn)
- boerderij
(Oldenhof, Westerhof, Broekhoven)
- woonplaats ( van
Boxtel, van Gestel, van Hoorn, van Outheusden)
Hieronder heb ik een aantal namen uit overlijdensadvertenties
verzameld die te maken hebben met lichaamskenmerken. Ze behoren tot de
eigenschapsnamen.

vrijdag 28 december 2012
donderdag 20 december 2012
351. Matthijs van Nieuwkerk: "Geen ongemakkelijk gevoel bij wat ik verdien".
Matthijs van Nieuwkerk: 'Geen ongemakkelijk gevoel bij wat
ik verdien' (Nieuwsbrief Volkskrant)
TV Vooruitblik: Matthijs van Nieuwkerk is als best
verdienende presentator van de Publieke Omroep zijn hoge salaris waard. Dat
zegt hij althans zelf in een aflevering van het NTR-programma '5 Jaar Later', dat
vrijdagavond uitgezonden wordt. Tonnen verdienen van publiek geld in tijden van
crisis? 'Ik heb daar tot nu toe geen ongemakkelijk gevoel bij', zegt hij op de
vraag van presentator Jeroen Pauw.
Van Nieuwkerk: 'Ik heb een dagelijks, succesvol programma.
Als je het zo bekijkt, zou ik ook bij de bestbetaalde presentatoren moeten
horen, dat zou ik wel denken ja.' De Vara-presentator verdient jaarlijks tegen
de 500.000 euro voor zijn werk als presentator van De Wereld Draait Door.
In het gesprek met
Pauw is Van Nieuwkerk verder opvallend openhartig over zijn privéleven.
Drankmisbruik bleek een grote verleiding voor Van Nieuwkerk, die in het
gesprek erkende dat hij zijn ouders, kinderen en vrouw veel verdriet heeft
gedaan. 'Mijn bekendheid maakte dat het bekender werd. Je wordt dan gevolgd, of
er worden fotootjes gemaakt, of mensen vinden het extra interessant om in jouw
omgeving te zijn. En ik vond het buitengewoon avontuurlijk, ik wilde het
allemaal ontdekken.' Pauw: Hebben ze je daar op aangesproken? 'Ja, ze
spraken me aan op losbandig gedrag. En op drank, mijn grootste vriend en vijand.
Daarbij hoorde een nachtleven, losbandigheid, en een gevoel van vrijheid dat ik
dacht me te kunnen permitteren.' Volgens de presentator is die losbandigheid nu
verleden tijd. 'Dat heb ik moeten dresseren, uiteraard, anders kun je niet
leven, anders kun je niet een liefdevol en sociaal leven hebben in het gezin
waar ik deel vanuit maak, en dat wilde ik graag.'
Zowel Kees
als Matthijs werken hard en proberen het beste uit zichzelf te halen, maar op
het werk van de stratenmaker wordt neergekeken. Zijn salaris is gemiddeld
ongeveer 25000 euro per jaar. Een salaris dat 20 keer lager is dan het half
miljoen van Matthijs En ja, ook Kees
drinkt wel eens een biertje en eet op z’n tijd een frietje, maar van
losbandigheid kun je hem niet betichten. Af en toe fluiten naar een passerende
vrouw is zijn ernstigste vorm van overspel en een nachtleven is aan Kees al helemaal niet besteed.
De crisis waarin we
verkeren is door hebzucht en egoïsme ontstaan. Een relatief kleine groep rijken
leeft op de inspanningen van een grote groep armen en meent dat nog steeds te
kunnen verantwoorden met: “Ik voel me er niet ongemakkelijk bij”. Nog eventjes
deze mentaliteit en de wereld draait écht door.
Zie ook blog 171: Topsalarissen stijgen
donderdag 6 december 2012
349. Philips krijgt boete
Philips en consorten hebben hun klanten bedonderd! “Ze deden
alles wat niet mag volgens Europese mededingingsregels”, zegt de
verantwoordelijke eurocommissaris Almunia. Daarom moeten Philips en de
electronicabedrijven LG Electronics, Samsung SDI, Panasonic, Toshiba,
Technicolor MTPD en Chunghwa een boete betalen van 1,47 miljard euro. Philips
c.s. maakten verboden afspraken met elkaar waardoor consumenten jarenlang
teveel betaalden voor hun computer- en televisieschermen.
Lichtgebouw Philips Eindhoven
Stel nu eens. Een zekere Frits moet voor de rechter komen
omdat is gebleken dat hij langdurig geld heeft gestolen van een groot aantal
klanten die goed van vertrouwen waren. De bewijzen liggen op tafel, de
verdachte heeft de diefstal niet ontkend en is veroordeeld.
De
rechter vraagt tenslotte:
‘Wat vindt u daar nou zelf van meneer Frits?’
En dan antwoordt Frits:
‘Ik betreur het dat
ik met dit soort gedrag in verband wordt gebracht’.en hij voegt daar aan toe:
‘Ik vind de straf disproportioneel en onrechtvaardig’.
Tegen de
benadeelden en alle potentiële klanten van deze meneer Frits zou ik willen zeggen: “Knoop
het goed in je oren, Frits vindt zijn diefstal blijkbaar alleen vervelend voor
zichzelf. Hij toont geen greintje berouw of medeleven, noch biedt hij enige
compensatie voor de geleden schade. Meneer Frits zou zomaar opnieuw de kluit kunnen belazeren!”
Tot slot een verhelderende uitspraak van Philips-topman Frans
van Houten: ‘Onze ethische code is duidelijk en moet altijd strikt worden
nageleefd.’
Na deze uitspraken weet de klant in ieder geval precies waar
ie aan toe is. Zelfs een ezel stoot zich niet tweemaal aan dezelfde steen.
Bron citaten: De Volkskrant, NU.nl
woensdag 5 december 2012
348. Zwarte Piet
Dit is het 15e deel van een serie aforismen, verzen en gedichten
van AdeM (het pseudoniem van een kunstenaar). De aforismen zijn uit het leven
gegrepen, soms opgewekt, vaak wat triestig, maar ook altijd met humor en een
kwinkslag geschreven.
zaterdag 1 december 2012
347. 'Iran weigert inzicht in kernwapenprogramma'
Reuzenbovist
Onderstaand ANP-bericht is door veel media overgenomen. Het
illustreert duidelijk hoe subjectief ook de Westerse berichtgeving kan
zijn. Vervang het woord ‘Iran’ door ‘Israël’ en hetzelfde bericht zou van toepassing kunnen zijn op Israël. Israël heeft al jaren kernwapens, heeft deze in het diepste geheim
ontwikkeld en er tot op de dag van vandaag nooit over willen praten. Datzelfde
Israël eist nota bene van een ander land inzicht en openheid over zijn
nucleaire programma, daarin gesteund door Amerika en o.a. Nederland. Dan
heb je toch tonnen boter op je hoofd. In het kielzog daarvan opereert de nucleaire
waakhond IAEA, welke zeer selectief blijkt mee te blaffen.
Israël hackt Iraanse computers, het vermoordt Iraanse
atoomgeleerden en dreigt voortdurend met
een aanval. De pot verwijt de ketel dat ie zwart ziet. In wezen zijn het allebei
schurkenstaten en ook nog eens flink gestoord. Ze vormen een direct gevaar voor
de wereldvrede. De berichtgeving in het Westen en in Iran is zeer subjectief. De
waarheid ligt ergens in het midden. Een eerlijke objectieve kijk is wat wérkelijk
onafhankelijke media zouden moeten nastreven in hun berichtgeving. Nu maken ze
stemming en huilen mee met de wolven in het bos.
29/11/12 ‘IRAN WEIGERT NOG STEEDS OM INZICHT IN KERNWAPENPROGRAMMA TE
GEVEN’
UPDATE:Iran blijft weigeren helderheid te geven over
eventuele militaire bedoelingen van zijn nucleaire programma. Tot nu toe is
geen vooruitgang geboekt ondanks 'intensieve pogingen' van het Internationaal
Atoomenergieagentschap (IAEA). Dat zei IAEA-baas Yukiya Amano tijdens een vergadering van de nucleaire
waakhond van de VN in Wenen.
Amano eiste opnieuw toegang tot het militaire
complex Parchin ten zuidoosten van de hoofdstad Teheran. Het IAEA vermoedt al
langer dat daar testen zijn gedaan die belangrijk zijn voor de ontwikkeling van
kernwapens. Dat zou blijken uit satellietbeelden. De IAEA-topman wil ook
toegang tot andere 'verdachte' plekken in Iran, maar zoekt een diplomatieke
oplossing voor de kwestie. Iran ontkent hardnekkig dat het aan een atoombom
werkt.
VN-wapeninspecteurs
praten naar verwachting volgende maand opnieuw met het Iraanse regime om een
doorbraak te forceren. Ook in andere samenstellingen staan gesprekken op
staan gesprekken gepland. Eerder dit jaar strandden diplomatieke pogingen om overeenstemming te
bereiken.
Zorgen
Westerse landen en Israël maken zich al jaren grote zorgen
over het nucleaire programma van Iran. Ook Israël zou overigens over kernwapens
beschikken. Het Westen heeft Iran eerder zware handelssancties opgelegd om het
land te dwingen te stoppen met zijn atoomprogramma.
De BBC meldde woensdag dat het IAEA heeft erkend 'enige tijd
geleden' te zijn gehackt door een anti-Israëlische groep met de naam Parastoo.
Vervolgens werden contactgegevens van ruim 100 experts van de nucleaire
waakhond op internet gezet.
Bron: ANP
Abonneren op:
Posts (Atom)
























































