dinsdag 31 augustus 2010

22. Begin van de herfst


Het blad van de waterlelie is langzaam aan het verkleuren.
Van groen en geel naar oranjebruin.
Harmonisch verdelen de nerven zich vanuit het centrum naar de uiteinden van het
blad, precies zoals bij ons de aderen zich vanuit het hart steeds fijner vertakken.
Het water brengt de levenskracht tot in de kleinste delen van het organisme.
Zolang alles maar in beweging blijft en stroomt, is er leven.
Hieronder een blad van de Oost-Indische kers.

Piet Schellekens

maandag 30 augustus 2010

21. Calligrafische patronen

De vorige blog over textielpatronen deed me denken aan een aantal kalligrafische patronen die ik lange tijd geleden maakte.
Hieronder een achttal patronen, lettertje voor lettertje met een pen geschreven.
Zoiets heet monnikenwerk.

Piet Schellekens




zondag 29 augustus 2010

20. Dessins en patronen op textiel.

Ik hou van kleurige stoffen met een mooi patroon. Geweven textiel dat is gebatikt, geborduurd, getekend of bedrukt. Die stofjes verzamel ik, dat geeft me een rijk gevoel. Mensen gooien een versleten of kapot kledingstuk al gauw weg, maar uit een jurk, een rok of overhemd met een aardig dessin is altijd nog wel een mooi lapje te halen. Die gebruik ik dan weer om er een kledingstuk van mezelf mee op te fleuren, het interieur te verfraaien of ook wel om er cadeautjes in te verpakken met bijv. de ceintuur als strik.
Hieronder enkele stofjes uit de verzameling.

Zie ook: http://pietschellekens.blogspot.com/2010/11/38-dessins-en-patronen-op-textiel-2.html

Piet Schellekens          



maandag 9 augustus 2010

19. Het huisje van Ad Fontis (deel 3)

Het huisje van Ad Fontis (3)

De buren die ik heb, wonen een eindje verderop in een groot en hoog gebouw.
's Winters als de bladeren van de bomen zijn gevallen, kan ik ze zien. Aparte mandjes, noemen ze de woningen met hun Brabantse tongval. Niet van gevlochten riet, maar van staal en beton. Eigenlijk lijkt het gebouw nog het meest op een enorm konijnenhok. De mensen leven er ieder in een hokje en schuifelen heen en weer voor de ramen. Toen ik in het begin aan mijn huisje begon te timmeren, belden ze de politie, de gemeente en bouw- en woningtoezicht. Waarom? Omdat ik hier stiekem aan het bouwen zou zijn. Dat mag niet en is verboden als je geen vergunning hebt en die had ik vast niet. Dus kwamen een bouwkundige, een politieman en een milieuambtenaar samen kijken wat er aan de hand was. In de verte zag ik de buren achter de ramen kijken, hun lange oren staken nieuwsgierig boven de vensterbanken uit.
“Woont u hier?” vroeg een van de mannen..
“Nee” zei ik naar waarheid, want mijn huis was toen nog niet klaar om in te wonen.

“En wat is dat daar?!”, wees hij naar een hoog bouwwerk van takken en bladeren in het bos. “Een kunstwerk” zei ik. De ambtenaren gingen het opmeten en fotograferen en mompelden wat met elkaar. Uiteindelijk stelden ze vast dat ik niet in overtreding was. Ze vonden zo gauw niks wat verboden was, maakten nog wat foto’s van het huisje en vertrokken weer. De buren in hun appartementen bleven nog lange tijd ongerust. Een jaar lang kwam de milieuambtenaar van de gemeente elke dag opnieuw langsfietsen. Dan bood ik hem een bakje koffie aan Nieuwsgierig keek hij rond, maar zei verder geen vervelende dingen. Na verloop van tijd zijn de buren min of meer aan me gewend geraakt en ik aan hen. Ik verdenk ze er zelfs van dat ze het prettig zijn gaan vinden om mij als buurman te hebben, maar misschien overdrijf ik nu.

Een toilet bezit ik niet. Van tijd tot tijd graaf ik een diepe kuil aan de rand van het bos, daar poep ik in.Dat is veel schoner dan om het te laten vallen in een witte porseleinen bak, vervolgens met veel drinkwater weg te spoelen en ergens ver hier vandaan in de zee te verstoppen. Altijd buiten poepen en plassen is volgens de wet streng verboden. Maar als koeien, varkens, paarden, eekhoorntjes en vogels buiten mogen poepen, mag ik dat ook. Op het weiland hier tegenover sproeien ze zelfs ieder jaar duizenden liters varkenspoep over het land uit. Daar zitten medicamenten in, hormonen, zware metalen, enzovoorts, allemaal spullen die ik niet eet en dus ook niet kan uitpoepen. Mijn poep is schoon, omdat ik schoon eet, dus doe ik dat met een zuiver geweten in het bos en neem bewust deel aan de kringloop van de natuur. Rondom het gat in de grond heb ik enkele donkergroene doeken gespannen, zodat er vanaf het pad geen direct zicht is op mijn zandcloset als ik daarboven hurk. Met een schop gooi ik er wat zand over en je ziet of ruikt niks meer. Simpel en schoon. Ongeveer een keer per jaar graaf ik op een ander plekje weer een nieuwe wc. Door de eeuwen heen hebben de mensen het zo gedaan, kweekten ze hun eigen voedsel en bleef hetgeen ze niet gebruikten of verteerden behouden voor hun landje, alles met zo min mogelijk verspilling en dat is erg mooi. Inmiddels woon ik hier 7 jaar. Vorig jaar kwam de eigenaar langs met een stuk papier. Dat legde hij op tafel met een pen ernaast, of ik even wilde tekenen. Hij had wat problemen met de belasting, kon niet bewijzen dat ie van mij geen geld ontving en moest nu een gebruiksovereenkomst laten zien die ondertekend was door hem en mij. Ik las wat er op het papier stond: “….deze overeenkomst kan ten alle tijde, zonder opgaaf van redenen door de eigenaar worden opgezegd met inachtneming van een opzegtermijn van twee weken”. Twee weken? Dat was niet wat ik toentertijd met meneer Blauwmans had afgesproken, dus zei ik netjes tegen hem dat ik dit even wilde bekijken en er eens goed over na zou denken. Toen werd ie heel erg boos. Als ik mijn handtekening niet meteen zette zou er morgen een bulldozer staan en ging de zaak tegen de grond, desnoods met mij erin.
“Teken je niet?’ zei hij dreigend.
“Nee” zei ik en keek hem eens diep in de ogen.

Wat ik vertel is echt waar, de arme man greep naar zijn hart en begon plotsklaps hard te zuchten en te kreunen. Hij was pas ziek geweest, zijn vrouw was ook nog maar net uit het ziekenhuis, nu werd het hem allemaal teveel en wilde ie dit geval even snel afwerken. “Teken maar gauw, dan ben ik daar vanaf, mijn vrouw ligt thuis ziek op de bank te wachten”. Ik zat erbij, keek ernaar en tekende niet. De eigenaar moest onverrichter zake terug naar huis. De volgende dag kwam er geen bulldozer. Wel kwam er na enige tijd een deurwaarder en zegde mij de huur op voor over een jaar, de termijn zoals ik die in het begin met meneer Blauwmans was overeengekomen. Blijkbaar is het de tijd om een andere plek te gaan zoeken waar ik prettig kan wonen en werken. Zo gaan de dingen in het leven.

Ad Fontis


18. Het huisje van Ad Fontis (deel 2)

Lees eerst deel 1

Aan een zijde van de huiskamer bevindt zich een keukentje, een klein aanrecht met een kraan en afvoerbak. Een douche bezit ik niet. Iedere ochtend was ik me met koud water dat in één handomdraai uit de kraan stroomt. Het is en blijft een wonder. Dat water, heb ik ontdekt, komt zomaar uit de grond. Als ik een paar honderd meter over het bospad loop tot aan de verharde weg, ligt er bij de sloot een vierkante roestige deksel in het gras. Natuurlijk tilde ik die eens op om te kijken wat daaronder was en keek toen in een diep en donker gat. Mezelf vasthoudend aan de rand, liet ik me naar beneden zakken en stootte met mijn voet tegen een of ander voorwerp wat bij nader inzien een flinke koperen kraan bleek te zijn. Ik draaide er eens aan en sindsdien stroomt er in mijn huisje fris helder water uit de kraan boven het aanrecht.

Dat water heb ik gratis, ik betaal er niks voor. En er is zo lang als ik hier woon nog nooit iemand bij me geweest die daar geld voor heeft gevraagd. Waarom zouden ze ook? Het water komt vaak met hele bakken tegelijk uit de hemel vallen. Het enigste wat ze dan nog moeten doen is het in een buis stoppen en een zetje geven. Overigens gebruik ik maar enkele liters water per dag, dus er blijft genoeg over voor iedereen.

Weet je waar ik ook niet voor betaal? Voor het wonen in dit huisje! Het schijnt dat wonen in een huis erg duur is, dat hoor ik tenminste overal. De mensen praten vaak over hypotheken, rentestanden, verzekeringen, enz., onderwerpen waar ik absoluut geen verstand van heb en me nooit mee bezighoud. Ik heb dit huisje niet gekocht, ik heb het ook niet gehuurd, ik woon er gewoon, dat is alles. Nou ja alles, er is wel iemand die het als zijn eigendom beschouwt. Meneer Blauwmans is de eigenaar. Hij bewoont een grote villa in een naburig dorp. Zijn woonplek is afgeschermd door hoge stalen hekken alsof daarachter wilde dieren huizen. Dat zou best wel eens zo kunnen zijn. Hoewel, het is waarschijnlijker dat hij de hekken heeft geplaatst uit angst om iets van zijn eigendommen te verliezen. Ieder zijn plezier.
   Toen ik jaren geleden voor het eerst het boshuisje ging bekijken was het een bouwval. De kunstenaar die het als woning en atelier gebruikte, had het namelijk sterk verwaarloosd. De verf was afgebladderd, de ruiten kapot en een aantal dakpannen lagen eraf, waardoor het naar binnen regende en het houtwerk was weggerot. De vloer stond helemaal blank, de bloemmotieven op de wanden bleken schimmels te zijn. Als ik dat nou eens mocht opknappen en bijhouden in ruil voor gratis bewoning, dan was er weer een paradijsje meer op aarde, zo mijmerde ik. Al jaren geleden had ik me zoiets verbeeld en vertrouwde ik er op dat dit vroeg of laat op mijn pad zou komen. Ik wilde ook alleen nog maar zo’n plek in de natuur, daar ging ik voor. Op een dag begaf ik me dus naar de villa van meneer Blauwmans en belde bij het hekwerk aan. Na ’n tijdje wachten hoorde ik een krakend geluid afkomstig uit een metalen kastje. Het was een stem. Maar voordat ik kon antwoorden draaide de zware poort al uit zichzelf open. Aarzelend zette ik een paar stappen naar voren in de richting van het grote landhuis en boem!, knalde de poort achter me dicht. Opnieuw de stem uit het kastje: “Loop het pad maar op”. In de verte zag ik een al wat oudere man staan die me wenkte. Ik liep naar hem toe, gaf hem een hand en hij liet me binnen. Meneer Blauwmans had een wat norse gezichtsuitdrukking, was nogal brommerig en zakelijk. We gingen aan tafel zitten en hij begon zijn monoloog. Er bleken een heleboel mensen interesse in dat huisje te hebben vertelde hij, rijke mensen die er hun weekendhuis van wilden maken en er grof geld voor wilden geven, stadsmensen die terug naar de natuur wilden, quasi-boswachters, jagers en nog ander gespuis. Hij had ze een voor een de deur gewezen.
Maar blijkbaar zag hij het met mij wél zitten. Waarschijnlijk omdat ik geen papier hoefde te hebben met handtekeningen erop en zo. Eigenlijk deed ik per ongeluk alles precies zoals hij het wilde, niks bijzonders. Officieel mocht er niet in het huisje gewoond worden, maar de eigenaar wilde dat juist weer wél. Als ik het maar opknapte, er vaak zou zijn en ervoor zorgde dat het niet opnieuw vernield werd, want hij wilde op deze plaats nog eens ooit een grote villa bouwen om die dan weer te verkopen. Al jaren wachtte hij op toestemming van de gemeente en hij wacht trouwens nóg steeds. Als het om geld gaat, blijken hebberige en ongeduldige mensen soms erg geduldig te kunnen zijn. O.K. prima, dat is zijn zaak. Ik ging er dus wonen en maakte er een paradijsje van.

Mijn voorganger had er 10 jaar gewoond. In deze periode was er wel 50 keer ingebroken en van alles vernield. Het geluk is met mij, want vanaf dat ik hier woon heb ik van niemand last gehad. Boeven blijken zich hier van de een op de andere dag niet meer op hun gemak te voelen. Toen ik de sleutel ontving voelde ik me een koning van een landgoed, wat ook zo is want rond het huisje liggen nog enkele hectaren bos die erbij horen. In dat bos woonden al veel vogels en dieren en nu kwam ik er dan bij als nieuwe bosbewoner. Ik voelde me gelukkig en een rijk mens. De dieren konden het meteen goed met me vinden en andersom ook, we werden en zijn goeie vrienden. Met het hout van de omgewaaide bomen uit het bos stook ik mijn houtkachel en maak of bouw ik mooie dingen.

(Wordt vervolgd)                             Ad Fontis

Het huisje van Ad Fontis deel 3:
http://pietschellekens.blogspot.com/2010/08/het-huisje-van-ad-fontis-deel-3-en-slot.html

17. Het huisje van Ad Fontis (deel 1)

Ad Fontis is een kunstenaar en natuurvorser die ik van vroeger ken en waarmee ik al lange tijd goed bevriend ben. Omdat ik er even tussenuit ben, heb ik Ad gevraagd om als gastschrijver enkele blogs te vullen over zijn leven in het bos. Ad woonde een jaar of zeven in de natuur. Hij had me wel eens wat laten lezen over zijn ervaringen en het lijkt me wel aardig om u kennis te laten maken met zijn ideeën en schrijfsels. Zijn verhaal wordt weergegeven in 3 delen.

Piet Schellekens


Ik bewoon ’n eenvoudig houten huisje in het bos. Het is een mooi plekje in de natuur waar ik jaren geleden al van droomde, waar ik langzaam naar toe leefde en wat uiteindelijk ook werkelijkheid is geworden. Het woongedeelte van het huisje is alles bij elkaar ongeveer 3 bij 4 meter. We zijn al gauw geneigd om zoiets klein en onleefbaar te noemen, maar de meeste mensen op onze aardbol moeten met veel en veel minder genoegen nemen. Mijn woonkamer is tevens slaapkamer, keuken, wasgelegenheid en werkplek. Voldoende ruimte om prettig te kunnen leven en werken.

Voor het raam staat mijn bureau. Van hieruit kijk ik in het bos naar de vogels, de konijnen en eekhoorns. Ik kan de bomen zien, het vallen van de bladeren en genieten van de momenten van de dag en de seizoenen, van de steeds wisselende kleuren en vormen, de prachtige luchten en nog veel meer. Links aan de bosrand komt in de ochtend de zon op en 's avonds gaat hij rechts weer onder bij een oud gehuchtje wat ik in de verte kan zien liggen. Als ik mijn blik tot achter de bomen verplaats, kijk ik uit over velden en akkers waar zwermen kraaien en houtduiven naar graantjes zoeken en bij onraad zomaar ineens kunnen opvliegen. Ik ben bevriend met de eekhoorns, het roodborstje en de muizen.








Ook zie ik van tijd tot tijd de boer aankomen met zijn tractor en spuitmachine. Dan vertrek ik meteen en ga een nacht ergens anders slapen, want ik hou niet van gifwolken. Er is niemand die mij kan wijsmaken dat dat goed is voor de planten, de aarde en de mensen die daarvan leven. Ik heb het nooit begrepen, de combinatie van vergif en voedsel. Denken de mensen daar nog wel eens serieus over na, over wat dat betekent? Of laten ze zich voordenken en -programmeren door degenen 'die het weten'. Waar is het ooit zo geroemde gezonde boerenverstand gebleven? 'Ach, waor maokte oe èige toch druk over? Dè spuult er wel wir aaf', zegt de boer. Maar ziekmakende of dodelijke chemische stoffen horen niet op en in levens(!)middelen, niet in de aarde, niet in de lucht en ook niet in de zee. Trouwens, wel eens van hechtmiddelen gehoord? Het is juist niét de bedoeling dat het er af spoelt. Ze zoeken het maar uit, ik vertik het in ieder geval om me langzaam maar zeker te laten vergiftigen. Waar was ik gebleven, oh ja, dat ik zo’n mooi uitzicht heb.
  
Aan het bureau voor het raam lees en schrijf ik voornamelijk. Ook maak ik hier de kleine werkjes, snij, knip, teken en plak ik. Voor het grotere werk ga ik naar mijn werkplaatsje en nóg vaker naar buiten, waar werkbanken, zaagbokken, hout, oud roest en alles wat de tijd heeft aangeraakt geduldig op me staan te wachten. Het bureau is ook mijn eettafel, even wat opzijschuiven en er is ruimte voor een bord en een kopje. De maaltijd is een steeds terugkerend feest. Ik ben me ervan bewust hoe bijzonder het is dat ik elke dag te eten heb, ben het leven er zeer dankbaar voor en kan er echt van genieten. Daar neem ik dan ook uitgebreid de tijd voor. Tegelijkertijd kijk ik door het raam naar buiten waar de vogels en eekhoorntjes in de weer zijn met de broodkruimels en pinda’s die ik daar heb neergelegd. Soms lees ik wat tussendoor, alles ontspannen en in rust. Ik eet veel fruit, dat is lekker en het is ook mooi om te zien als het op de schaal ligt te wachten en te rijpen. Verder eet ik, brood, groenten, e.d., maar alles zoveel mogelijk van zuivere kwaliteit.

Van jongs af aan eet ik geen dieren, een vanzelfsprekendheid voor mij omdat vlees eten niet nodig is om gezond te zijn en te blijven. Waarom zou ik het leven wat zó dicht bij het mijne staat, doden en opeten, terwijl ik van lagere levensvormen zoals vruchten, planten, e.d., minstens zo krachtig en gezond blijf. Er is nog veel meer over te zeggen natuurlijk, maar dat is niet voor nu. 
Een televisie en geluidsinstallatie heb ik niet. Een enkele keer, meestal in de avond of nacht, luister ik naar de radio. Maar liefst wil ik zoveel mogelijk de geluiden van de natuur kunnen horen, de wind, het ruisen van de bladeren, de druppels op het dak als het regent, het geritsel van de muizen op zolder, de roep van de uil, de zang van de vogels en de klanken die de dieren uitwisselen met elkaar. Al dat geluid, wat tevens stilte, rust en muziek betekent, zou ik dan erg missen. Het raam beschouw ik als mijn tv. Nooit verschijnt er een saai programma op.

(Wordt vervolgd)                                Ad Fontis

Zie ook 'Het huisje van Ad Fontis' deel 2:  http://pietschellekens.blogspot.com/2010/08/het-huisje-van-ad-fontis-deel-2.html

vrijdag 6 augustus 2010

15. In alles leeft een zon (1)

In de natuur kan men op diverse niveaus waarnemen dat leven vanuit een middelpunt ontstaat, een centrum of hart waar de energie zich samenbalt en vanwaaruit deze zich ook weer ontplooit. Men zou het kunnen zien als een in- en uitademing. Tussen deze in- en de uitademing is een onmeetbaar moment van niets, of alles. Een moment van rust en tegelijkertijd chaos. Vanuit die ongeordende leegheid kan er nieuw leven ontstaan. Dit is eenvoudig voor te stellen als een stuk omgeploegde aarde. Het zaad, een nietig puntje met een oneindige potentie, kan hier tot ontwikkeling komen en zich verbinden met de omgeving, de elementen: aarde, water, lucht en vuur. Dit principe wordt symbolisch voorgesteld als een punt binnen een cirkel ʘ. Dit oude symbool, de punt als zijnde het mannelijke en de cirkel als het vrouwelijke, staat ook wel voor de zon als bron van leven en drukt o.a. volmaaktheid uit.
De meeste cosmologen hangen tegenwoordig de theorie aan van een heelal dat zo'n 13,7 miljard jaar geleden is ontstaan uit een oerknal. Het heelal dijt vanaf dit moment steeds verder uit, een proces dat nog steeds gaande is. De wetenschap weet niet wat hiervoor was en ook niet wat na het uitdijen volgt. Van de oude Egyptische wijsgeer Hermes Trismegistus is de spreuk: 'zo boven, zo beneden.' De grote cosmos weerspiegelt zich in de allerkleinste deeltjes en andersom kan men vanuit de bestudering van het kleine, het grote leren kennen.
Met die wetenschap ben ik maar eens achter in de tuin gaan kijken en af en toe ook wel daarbuiten. Zo kwam ik tot de hypothese dat de oerknal, waar wij ons nog middenin bevinden, een kosmische uitademing is. Zo dadelijk (tijd is relatief) balt de energie zich weer samen tot een punt ● en zoals u misschien nog weet uit de meetkundeles: een punt kent geen afmetingen, heeft geen volume of oppervlakte, is nuldimensionaal, is het niets en alles. Het heelal ademt ritmisch in en uit, beleeft vele oerknallen en samenballingen van energie. En dit ontzagwekkende heelal is ook maar weer een celletje in een lichaam met een hart dat ritmisch beweegt en alles laat stromen in een eeuwige kringloop. Zo zou het kunnen zijn. Dat alles zag ik bij mij in de achtertuin gebeuren. Nu ga ik even boodschappen doen en daarna een boterhammetje eten.

zondag 1 augustus 2010

14. De klompendans




   Het gebeurde op een zwoele avond in augustus. De zon was al verdwenen achter de horizon. Vergeefs probeerden de vogels in slaap te komen. Door de muziek, het dansen en vooral de wijn, voelde ik me licht in het hoofd.
"Laten we een klompendans doen", riep er iemand.
Goed idee! Meteen haalde ik de klompen van de muur waarin mijn rode geraniums bloeiden en keerde ze om.
"Dadelijk zet ik jullie wel weer terug", mompelde ik enigszins schuldbewust.
   De klompendans liep zo vlot als witte wijn maar van een leien dakje kan vloeien. Alsof het vurige rood nog in de klompen zat, zo gingen de voetjes van de vloer. Toen ik de volgende dag wakker werd lagen de klompen naast mijn bed. Hé, wat doen die klompen hier?! Ik probeerde te gaan staan, maar viel meteen weer terug op mijn bed. Het leek wel alsof er opgepompte speldenkussens onder mijn voeten zaten. Ik wankelde naar buiten om mijn schoenen te zoeken en vond ze uiteindelijk in de tuin.
"Hé Peer", riepen de geraniums uitgelaten, "we houden een feestje en hebben even je schoenen geleend!". Rijkelijk met water besproeid stonden de geraniums in mijn schoenen en vierden hun feestje. Wat anders kon ik doen dan strompelend mijn bed weer opzoeken?

zaterdag 31 juli 2010

13. Over een eend




(Klik op de foto voor
een groter beeld)



   Ik zat met m'n vriendin op 'n bankje in een park in Amsterdam. De zon verwarmde onze gezichten. Een verkoelend briesje streek over het water en voerde een eendje met zich mee tot dicht bij ons. Ze had zich afgezonderd van een tiental andere soortgenoten in de hoop iets eetbaars aan te treffen. Toen de verwachte stukjes brood uitbleven zwom ze wat rond, vloog plots op en ging naast ons zitten. Persoonlijk contact en een vriendelijk gezicht willen nog wel eens helpen, wist ze uit ervaring. De eend bleef nieuwsgierig naar ons kijken en wij naar haar. Ze was mooi. Wat een aardig en lief gezicht had ze, zo vrolijk, alsof ze constant met een lach door het leven gaat.
  
   Dieren zijn niet zoveel anders dan mensen en over het algemeen wijzer en intelligenter dan men beseft. Ik meen dat elke diersoort een specifiek aspect van het menselijk karakter vertegenwoordigt en dat uitvergroot aan ons laat zien. Deze eend is zeer aandachtig aanwezig, kan betekenis toekennen aan menselijke handelingen en kan redelijk goed inschatten met wie zij van doen heeft. Natuurlijk draait het hoofdzakelijk om voedsel, maar is het bij de mens anders? Wie rondkijkt in een willekeurige stad of dorp ziet dat daar eigenlijk alles draait om een volle buik, om seks en status. Dierlijk gedrag bij mensen, menselijk gedrag bij dieren. Het blijft  boeiend en interessant om goed rond te kijken en jezelf te leren kennen.

donderdag 29 juli 2010

12. Ruud Lubbers, de sluwe vos

   Dan denk je dat je er vanaf bent en dan staat ie er weer, informateur Ruud Lubbers. Alsof 't er nog wel even bij kan na 12 jaar Balkenende. Hij is ervoor gevraagd, zo hoort dat met mensen van zijn statuur. Gevraagd door Hare Majesteit om een en ander slim, slinks en liefst rechtsom in elkaar te draaien. Daar is Lubbers goed in, dat heeft hij bewezen. Lubbers en de koningin, dat zijn twee handen op een buik. De overblijvende twee handen blijven vrij om Nederland aan een kabinet te helpen dat Amerika welgezind is, om de JSF het laatste duwtje te geven (kosten 6 miljard!), Israël de hand boven het hoofd te blijven houden, de kloof tussen rijk en arm nog verder te vergroten, enz., enz.
   Rutte heeft het spel al aardig gespeeld, heeft onderzocht, gepolst, overlegd, de tijd genomen, kortom zijn uiterste best gedaan om in ieder geval de indruk te wekken dat er misschien wel zaken gedaan konden worden. Paarsplus, het was leuk spelen, net doen alsof en uiteindelijk 'sorry' zeggen: 'helaas, het zit er niet in.' Dat was mooi werk en gaf wat extra tijd en ruimte voor de intriganten. Ruud Lubbers als informateur dus voor het meer serieuze werk.
   De laatste strapatsen van deze man liggen me nog redelijk vers in het geheugen al dateren ze van 2004. Het was algemeen bekend dat Lubbers flikflooide met vrouwen. Dat was niet volgens de normen en waarden van het CDA, maar oké hij deed goed werk en zo'n hoge functie verleende Nederland toch enige status op het wereldtoneel. Op zo'n moment wil het CDA nog wel eens 'n oogje dichtknijpen.
   Maar ja, dan was daar een vrouw met pit, Cynthia Brzak. Een aan hem ondergeschikte medewerkster van UHNCR, iemand die niet met zich liet sollen. Zij diende een klacht in bij het OIOS, het VN-onderzoeksburo, wat o.a. klachten behandelt zoals in dit geval seksuele intimidatie. Lubbers in de functie als Hoge Commissaris van de Vluchtelingen voor de Verenigde Naties, betaste haar achterwerk en trok haar van achteren stevig tegen zich aan. Zij was daar niet van gediend en eiste excuses. Lubbers maakte van een seksueel getinte aanraking een vriendschappelijk schouderklopje en bagatelliseerde het voorval, waarop zij een officiële klacht indiende. Vanaf het moment dat zij liet merken daar geen genoegen mee te nemen, waren de rapen gaar. Lubbers probeerde haar met Berlusconi-achtige praktijken kapot te krijgen (hij zette o.a. de psychiater van Cynthia Brzak onder druk om haar dossier te kunnen bemachtigen.)
   Het OIOS verklaarde haar klacht na uitvoerig onderzoek gegrond en zond een rapport naar Kofi Annan. Dit was niet openbaar en is pas later door lekken en journalistiek speurwerk in de publiciteit gekomen. De inhoud hiervan is helder en duidelijk: "Uit zijn gedrag bleek een patroon van seksuele intimidatie" en: " Het wordt aanbevolen om passende maatregelen te nemen tegen de heer Lubbers voor wangedrag betreffende ongewenste aanraking van een vrouwelijk lid van het personeel, voor het verstoren van het onderzoek en voor het versturen van een bericht aan medewerkers van het UNHCR die zowel intimiderend zijn voor de klager als wel voor tenminste nog een andere vrouwelijke beambte". Daarnaast is Ruud Lubbers door het OIOS verweten oneigenlijke druk te hebben uitgeoefend op het OIOS zelf, om de uitkomst van het onderzoek te beïnvloeden.
   Vanuit Nederland werd er flink gelobbied om de schade zoveel mogelijk te beperken en de waarheid verder te verdoezelen. Uiteindelijk heeft Ruud Lubbers knarsetandend zijn ontslag moeten indienen. In de ontslagbrief stelde hij dat hij met dit ontslag geen schuld bekende maar slachtoffer was van zwartmakerij: "Ik stap op in het belang van de organisatie". Tsja, dat hoort allemaal bij het primitieve gedrag van een op z'n pik getrapt haantje. Dat een man over de schreef gaat en zich niet kan beheersen is enigszins voorstelbaar. Zelfs een CDA-er met hoge waarden en normen die het gezin ziet als hoeksteen van de samenleving, kan door een vrouw van de kaart geraken. Maar om dan vervolgens keihard wraak te nemen, iemand tot op het bot proberen te kwetsen en kapot te maken als deze zijn gedrag niet accepteert, dat is absurd.
   Cynthia Brzak vecht nog steeds voor eerherstel, ze wil zijn excuses. Ze heeft onlangs het Amerikaanse Hooggerechtshof gevraagd om de diplomatieke immuniteit van Lubbers op te heffen.
   Ruud Lubbers informateur, we zullen het weten. Wordt vervolgd.

Aanvulling:

LUBBERS NIET VERVOLGD VOOR VN-INCIDENT

Ruud Lubbers kan niet meer worden vervolgd voor een incident bij de Verenigde Naties. Het Amerikaanse Hooggerechtshof verwierp maandag een verzoek daartoe van Cynthia Brzak, die had geklaagd dat de oud-premier haar onzedelijk had betast in december 2003. De oud-premier zou aan het einde van een vergadering in december 2003 Brzaks billen met zijn handen op haar heupen tegen zijn kruis getrokken hebben en haar zo vijf seconden vastgehouden hebben. Lubbers noemde het niet meer dan een "uiterst vriendelijk gebaar". Brzak kreeg in de loop van het onderzoek een brief van Lubbers waarin hij erop aandrong dat zij haar beschuldigingen jegens hem zou intrekken omdat haar positie bij UNHCR anders schade zou kunnen oplopen.
   De vrouw verzocht een Amerikaanse rechtbank om Lubbers' diplomatieke onschendbaarheid op te heffen, zodat hij terecht zou kunnen staan. Maar dat werd in 2006 afgewezen. In hoger beroep heeft het Hooggerechtshof dat nu maandag bekrachtigd.

Gepubliceerd:  maandag 4 oktober 2010 20:53

zondag 25 juli 2010

11. Intentieboeken



                           (De namen in de tekst ^ zijn onherkenbaar gemaakt.)


In kerken, Mariakapelletjes en bedevaartsoorden vind je soms vreemde zaken. Ik verbaas me altijd weer over de naïviteit van de vaak bejaarde mensen die daar rondscharrelen voor een gipsen beeld of bidden bij een schilderij van een vermeende heilige. De fietstassen worden gevuld met flessen heilig water uit een bron die helemaal geen bron is, plastic beeldjes en rozenkransen, made in Taiwan, gaan er grif van de hand. Natuurlijk begrijp ik wel dat als je ergens sterk in gelooft dat dat helpt. Suggestie en zelfsuggestie zijn sterke krachten en kunnen mensen in een opwaartse en ook neerwaartse richting stuwen, zo simpel blijkt het te zijn. De Kerk en de middenstand willen de behoeftigen onder ons daarbij met liefde en plezier ondersteunen.
   Op bovenstaande foto ziet u een intentieschriftje of  -boek. Gelovigen schrijven daar gebedsintenties in, smeekbeden of een dankwoord voor de veronderstelde steun van Maria of andere heiligen en ook gebedsverhoringen. Die geschreven intenties zijn openbaar, iedereen kan ze lezen. Vaak is dat ook juist de bedoeling opdat anderen meebidden en de krachten gebundeld worden. Hoe zuidelijker je gaat des te meer kom je het fenomeen tegen. Ik vind het interessant om die stukjes te lezen. Het geeft een kijkje in het binnenste van mensen, in wat hen zoal bezighoudt. Elk huisje heeft zijn kruisje, dat zie je dan. De stukjes zijn intiem, soms ook erg triest. Tegelijkertijd geven ze openheid over het geploeter in een mensenleven en zijn daardoor ook herkenbaar. Hier volgen enkele teksten:

- "Lieve onze lieve vrouw laat die ruzies stoppen tussen mij en mijn baby!"


- "Heilige Maria wij vertrouwen op U help ons en verhoor onze gebeden dank U"


- "Wij restaureren de kerk met plezier".


- "Lieve Vrouwe van Diest ik ben in het begin van mijn leven met mijn moeder hier gekomen en na 76 op mijn verjaardag steeds blijven komen om u te danken voor mijn leven. Bid voor ons"


- "Heilige Maria verhoor mijn gebed en help ons a.u.b. deze zware beproeving te doorstaan en in goede zin op te lossen".


- "Hey onze lieve vrouw van Diest, Merci dat ik een goede engelbewaarder hebt dat ik keitoffe vrienden en vriendinnen heb en dat ik mijn accident heb overleeft da eigenlijk een wonder is xxx."


-  "Dat alles goed gaat met mij en mijn gezin."


-  "Laat a.u.b. alles in orde komen met mijn dochter Laat ook voor mij het leven ten goede komen Dank U."

-  "Onze Lieve vrouw, Bescherm a.u.b. mijn dochter ik heb net vernomen dat ze terug bij ... is, ik ben bang dat hij haar terug kwaad gaat doen, ze ligt al in de gips omdat hij haar omver had gereden en nu is ze bij hem ! Ik smeek u bescherm haar en laat haar in zien dat ze beter af is zonder hem, ik kan haar deze moment niet beschermen omdat ik hier aan het werken ben a.u.b. help me ik ben bang om haar te verliezen."

- "Danke, lieber Gott, dass wir hier sein durften gesund sind und ich mit meinen Kindern zusammen bin."

- "Blij dat we na een verdwaalde wandeling de weg hebben teruggevonden en na een zware tocht veilig bij ons tentje terugkwamen. Hiervoor een kaarsje".

- "Wij zijn met een groep in Spa en toeren iedere dag ergens naar toe Wij zijn allemaal 50+ t/m 80 jaar en zelfs twee dames van 85 jaar oud."

vrijdag 23 juli 2010

10. De behangersbij


















In het voorjaar zag ik hoe een exemplaar van een kleine bijensoort steeds opnieuw een blaadje afknipte van het St.Janskruid en er mee wegvloog. Het blaadje, dat wel 3 keer groter was dan zijzelf, hield ze met de pootjes vast onder haar lijf. Zo pendelde ze steeds heen en weer van het St Janskruid naar een onbekende bestemming en weer terug. Doordat alles nogal snel in zijn werk ging bleef het een raadsel voor mij wat de bij met deze blaadjes uitvoerde.
   Inmiddels zijn er een aantal weken verstreken en is het raadsel opgelost. Ik was bezig om bloempotten leeg te maken toen er tussen de aarde stukjes van een groene stengel tevoorschijn kwamen, zo leek het. Bij nader inzien bleken het kleine groene sigaartjes te zijn, ongeveer 25 mm lang en 7 mm. dik. De blaadjes waren kunstig opgerold en aan elkaar geplakt, het betere sigarenmakerswerk zal ik maar zeggen. Aan de voorzijde zat een mooi puntje, de achterzijde was keurig afgesloten met een rond dekseltje. Zo vond ik een tiental sigaartjes op een rijtje in de aarde verstopt. Van een sigaartje heb ik het dekseltje verwijderd, er bleek zich een larve in te bevinden. Ik ben gaan zoeken en kwam tot de ontdekking dat dit insect tot de familie van de bladsnijders behoort, het is de Gewone behangersbij oftewel Megachile versicolor. Deze bij graaft een gang in zacht materiaal zoals vermolmd hout of aarde. Zijzelf is bepalend voor de maat van deze gang. Daarna vliegt de bij meestal naar een rozenstruik (in mijn geval dus ook naar het St Janskruid), snijdt een ronde vorm uit het blad en neemt deze mee naar de zojuist gegraven gang. De bij trekt het blad naar binnen, vormt het om zich heen en plakt het vast met wat speeksel. Zo gaat het steeds opnieuw tot er zo'n 10 à 12 blaadjes in de rondte zijn geplakt. Vervolgens brengt ze een voorraad stuifmeel en nectar (bedoeld als voedsel) naar het bouwwerk en legt er een eitje bij. Daarna worden er enkele mooie ronde dekseltjes uit het blad geknipt waarmee de toegang wordt afgesloten. Na enige tijd komt er een larfje uit het ei die zich te goed doet aan de lekkernijen. Het larfje groeit uit tot een larve van enkele centimeters en verpopt zich binnen het sarcofaagje. Dat verpoppen is natuurlijk een wonder. De larve spint zichzelf in een cocon die uiteindelijk zeer taai en stevig wordt. De draad is ontzettend sterk, ik heb het allemaal onderzocht, het is vergelijkbaar met ijzerdraad van die dikte, taai en toch soepel. Zo'n cocon, een fijn weefwerk van vele sterke lagen over elkaar heen, sluit af en is tegelijkertijd lucht- en vochtdoorlatend. Uiteindelijk, na de toverspreuk, bevindt er zich een nieuwe behangersbij (foto: Kees Venneker) in de cocon, die zichzelf met zijn scherpe snij-instrument bevrijdt en het licht opzoekt. Zo gaat het ongeveer.

dinsdag 20 juli 2010

9. Platanen

(Klik op de foto voor een groter beeld)


















   Prachtig, die naar het licht gegroeide platanen in de Amsterdamse Lomanstraat! Een tijdje terug was ik m'n atelier aan het opruimen en vond het vergeelde en aangevreten krantenknipsel van alweer 10 jaar geleden. Laatst was ik in de buurt en maakte er een foto van. De platanen staan er dus nog steeds. Ik schat de leeftijd op zo'n 90 à 100 jaar.

dinsdag 13 juli 2010

8. Bladmineerders

(Klik op foto voor een groter beeld)
   Bladmineerders zijn de larven van mineervlinders en mineervliegen. Deze larven boren gangen in de bladeren van allerlei planten, bomen en struiken en vertonen wel enige gelijkenis met onze mijngangen. Ze creëren hele aardige tekeningen in het blad, daarom hebben ze mijn speciale aandacht.
   De linkerafbeelding toont waarschijnlijk het graveerwerk van de larve van Nymphula Nymphaeta, het waterleliemotje. Dit vlindertje leeft dicht bij het water en bestuift  waterleliebloemen. De larven verpoppen zich in de plant, brengen daarin de winter door en vliegen in het voorjaar als vlinder uit. Het wonderlijke van deze larven vind ik dat ze hun toekomstige verschijningsvorm in het blad graveren. De tekeningen in de waterleliebladen hebben duidelijk de vorm van een vlinder.

7. Tentoonstelling Karl Blossfeldt 2010


   Tentoonstelling met originele afdrukken van Karl Blossfeldt(1865 - 1932) in het FOAM, fotografiemuseum Amsterdam, nog te zien tot 22 augustus. Een aanrader!
Toen ik een aantal jaren geleden voor het eerst de foto's van Karl Blossfeldt zag was dat een openbaring. Wat een prachtige afbeeldingen! Er zijn ook allerlei uitgaven verkrijgbaar in de boekhandel met mooie zwart/witfoto's (Uitgeverij Taschen).
In het FOAM zijn regelmatig prachtige fototentoonstellingen.
   Het restaurant is een extra vermelding waard. Je kunt er koffie drinken en kiezen uit een keur van heerlijke zelfgebakken taarten (waar heb je dat nog?). Ook de bediening is niet te versmaden, maar daarover een andere keer.

  

vrijdag 9 juli 2010

6. Brand op de Strabrechtse Heide

(Klik op foto voor een groter beeld)


   Er woedde deze week een brand op de Strabrechtse Heide. 150 ha van het in totaal 1500 ha grote natuurgebied met heide en bos is afgebrand en heeft flinke schade opgelopen. De media berichtten er dagenlang uitvoerig over, het Eindhovens Dagblad noemde het zelfs een ecologische ramp. Nou hoef je van deze krant geen ruime blik te verwachten maar toch. Ik moest onwillekeurig denken aan de tropische regenwouden waarbij deze regionale 'ramp' verbleekt tot een minuscuul incident.
   Iedere dag verdwijnt er 250 keer zoveel aan regenwoud. Let wel, morgen opnieuw, overmorgen ook en zo gaat het maar door. In één jaar tijd verdwijnt er 150.000.000 ha prachtige ongerepte natuur, dat is 100.000 keer de oppervlakte van dat armetierige lapje Strabrechtse Heide. Dát is pas een ecologische ramp. En dit zal waarschijnlijk nog jaren voortduren tot er hier en daar nog maar enkele natuurreservaatjes over zijn. Het gebeurt opzettelijk, uit pure hebzucht en geldgewin. Om die reden gaat het kappen en platbranden van tropisch regenwoud onverminderd voort, alle mooie berichten over gecertificeerd hout, selectieve kap, nieuwe aanplant, etc., ten spijt. Dat zijn zoethoudertjes, een paar druppels op een gloeiende plaat, waarbij ik nog wil opmerken dat men gewoon helemaal van de regenwouden moet afblijven, dus geen selectief gekap en geen natuurbeheer. Laat het regenwoud toch met rust en laat het in harmonie verder leven zoals dat in sommige gebieden al miljoenen jaren onafgebroken het geval is geweest.
   De tropische regenwouden worden vernield om het hout, platgebrand om ruimte te maken voor onmetelijke soja- en palmolieplantages waar de veevoeder- en voedingsindustrie om verlegen zit. De consumenten in de sterk opkomende Aziatische en Afrikaanse economieën willen nu onderhand ook wel eens 'genieten' van al dat junkfood. Via de media en commerciële kanalen worden ze warm gemaakt voor hamburgers, frisdrankjes, elektrische apparaten en andere overbodige rommel. En ja, net als hier in het Westen trappen ook zij met hun grote....eh sorry, kleine voeten, in deze consumptievalkuil. De winstcijfers van de farmaceutische bedrijven schieten omhoog, want de zogenaamde welvaart maakt de mensen ziek en op wat langere termijn doodziek. Zolang ze dat stadium nog niet hebben bereikt zijn het vaste klanten van de farmaceutische industrie geworden die dure behandelingen en medicijnen ontwikkelt, promoot en laat voorschrijven. Dat levert een aardig centje op voor de mensen die dat nou juist niet verdienen.
   Het vuur op de Strabrechtse Heide is inmiddels geblust. De brandweerlieden en soldaten zijn weer teruggekeerd naar hun kazernes. De pyromaan zit braaf thuis en is bezig de verzamelde krantenknipsels in zijn plakboek te plakken. Práchtig die donkere rookwolken, die luchtfoto's in de krant met dat zwartgeblakerde landschap. Dat had hij toch maar even mooi voor elkaar! Er was paniek in de tent. Tot in de wijde omtrek was zijn werk middels grote rookwolken zichtbaar geweest. Honderden mannen hadden zich uitgesloofd om de vuurzee te doven en de media hadden er volop aandacht aan besteed.
Eventjes, enkele dagen, had hij zich een groot en machtig man gevoeld. Nu zit hij thuis met een pilsje. Zijn shagbuil en niet te vergeten zijn aansteker liggen voor hem op tafel. Hij pakt 'm in zijn handen, laat het vlammetje nog eens driftig dansen en steekt een sigaret op. Dan pakt hij de afstandsbediening van de TV. Het is de finale van het WK-voetbal, óók spannend.

donderdag 8 juli 2010

5. Coolblue

'De klant is koning'. Dat is de reden dat ik van tijd tot tijd met de blik van een koning een winkel binnenstap en hiervan verslag doe. Een koning zal ook als zodanig geholpen en behandeld dienen te worden. Het personeel dient deskundig te zijn, beschaafd, respectvol en behulpzaam, zodat de klant tevreden en in het bezit van een kwaliteitsprodukt de winkel weer kan verlaten.


'Coolblue' staat er op de gevel, het is de naam van een winkelketen. Aan de buitenkant ziet de winkel eruit als een medische praktijk, een groot wit geschilderd pand met blauwomrande etalageruiten. De vele aanduidingen laten echter geen twijfel bestaan over de aard van het bedrijf. Dit is een PDA-shop, een Laptopshop, Digicamshop, Computerstore, Printershop, Smartphoneshop, GPS-shop, Telefoonshop, MP3-shop, Mediacentershop, Shavershop, Memoryshop, E-readerstore en nog veel en veel meer. Dat staat allemaal op die gevel. Hier zullen ze mij vast en zeker kunnen helpen.
   Ik plaats mijn fiets tegen de glazen pui en zet hem op slot, de glazen deuren schuiven al open. Op het moment dat ik naar binnen wil lopen schuiven ze dicht, bedenken zich blijkbaar en gaan weer open. Ja, wat is het nou, open of dicht?!
   Binnen is het niet alleen coolblue, maar vooral wit, kil en kaal. Eén grote steriele ruimte, met hier en daar een glazen vitrine waarin enkele opgepoetste hebbedingetjes liggen, digitale camera's, smartphones, e.d. Geen of zeer spaarzame informatie, soms een prijs. Veel producten bevinden zich achter slot en grendel. Er is geen klant of personeelslid te zien. Mijn eerste indruk is dat ze hier niet graag verkopen. Achterin de zaak ontdek ik een balie van wit kunststof en twee geüniformeerde personeelsleden. Ze dragen een kort wit doktersjasje met op hun borstzak de machinaal geborduurde aanduiding: coolblue. Hun blikken zijn gefocust op computerschermen. Kijken ze via camera's naar mij? Weten ze misschien al waarvoor ik hier ben gekomen?
   "Mijnheer, waarmee kan ik u helpen?" , vraagt een bleek uitziende winkelbediende mij, terwijl zijn blik onafgebroken op het scherm blijft hangen.
"Ik zoek folie voor het LCD-schermpje van mijn camera", antwoord ik.
   "Welk merk?"
"Nikon."
   "Hoe groot?"
"3 inch."
   Zonder op te kijken tikt hij allerlei codes in op een toetsenbord en biedt me na lange klikpauzes virtueel een pakketje aan met twee velletjes folie van 7x10 cm die ik eventueel op maat kan knippen.
"Hm, wat kost dat?" Bijna geruisloos snellen zijn vingers over de toetsen: ".....15 euro". Ik besluit tot koop over te gaan. Het systeem van de man met het witte jasje probeert vervolgens contact te maken met mijn veronderstelde systeem: "Hebt u onze internetsite bezocht?"
"Eh...nee", antwoord ik (Waarom wil ie dat nu weer weten?).
   "Dan zal ik een factuurtje maken. Wat is uw naam en adres?"
"Nou, dat hoeft niet, ik wil geen reclame e.d. in mijn brievenbus".
   "Ik begrijp dat u daar moeite mee heeft, maar dan kunnen we u niet helpen!"
"Dus als ik hier iets wil kopen moet u mijn persoonlijke gegevens hebben?"
   "Ja, ons systeem kan het anders niet verwerken."
"Wat is dat nou? Dit is toch een winkel, ik koop een product bij u en betaal daarvoor!"
   "Het spijt me, zonder uw gegevens mogen we u niks verkopen".
Ik draai me om naar de uitgang, discussiëren met een robot heeft geen zin. Als de deuren weer openschuiven loop ik naar buiten. Een ingehouden vloek ontsnapt aan mijn lippen. Achter uit de zaak antwoordt een monotone stem: 'Tot ziens'.
Coolblue!

dinsdag 6 juli 2010

4. Korte verhalen: De Grote Pannenkoekenbakker


 

Ontelbare bollen, werelden in een universum. Klein en tegelijkertijd onmetelijk groot. Op een zo’n bolletje krioelen wezentjes door elkaar. Sommigen van hen bewegen zich traag voort in een blikken trommeltje op wielen. Anderen kijken aanhoudend op een schermpje. Ze hebben het druk.

    Ik had pannenkoeken gebakken, liet de koekenpan volstromen met water en zag hoe er duizenden vetbolletjes op het water dreven. Met zeep en een schuursponsje heb ik het universum in de koekenpan geneutraliseerd tot niks. Nu maar hopen dat de Grote Pannenkoekenbakker míj niet om zeep brengt in Zijn ijver om de kosmische pan eens grondig te kuisen.